Zoekresultaten

Voor “"3 Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

1.413 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overig
    Herziening ten nadele. Art. 482a e.v. Sv. Vivaldi-zaak, waarbij de bedrijfsleider van een Aldi-supermarkt…

    Parket bij de Hoge Raad27 september 2016ECLI:NL:PHR:2016:904

    Herziening ten nadele. Art. 482a e.v. Sv. Vivaldi-zaak, waarbij de bedrijfsleider van een Aldi-supermarkt tijdens een gewapende overval is doodgeschoten. HR beperkt zich tot de beoordeling van de vraag of de aanvraag voldoet aan de eisen van 482a.1a in verbinding met 482a.3b Sv. De aanvraag houdt als het vereiste…

  • Strafrecht overigCassatie
    Jeugdzaak. Openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr), medeplegen dwang (art. 284.1 Sr) en medeplegen afdreiging…

    Hoge Raad22 april 2025ECLI:NL:HR:2025:628

    wetgever dat in deze bepaling de artikelen 77m lid 2 en 77n lid 3 Sr niet van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Artikel 6:6:21 lid 2 Sv moet daarom verbeterd worden … taakstraf niet meer dan één dag vervangende jeugddetentie wordt opgelegd. (Vgl., over artikel 22d lid 3 Sr, HR 22 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1411.) 3.4 De Hoge Raad

  • Strafrecht overigHerziening
    Herziening. Feitelijk leiding geven aan eenvoudige bankbreuk bij rechtspersonen. Aanvrager, bestuurder van…

    Hoge Raad22 maart 2016ECLI:NL:HR:2016:3471

    gegevensdragers onder zich te nemen. Ter verzekering daarvan wordt in art. 342, aanhef en onder 3°, Sr straf bedreigd tegen de bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard … bestuurder van twee in staat van faillissement verklaarde rechtspersonen - zoals art. 342, aanhef en onder 3°, Sr inscherpt - gehouden was de administratie van die rechtspersonen tevoorschijn te brengen opdat de curator deze

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad28 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1194

    delictshandeling te staan dan het vervullen van een zekere hoedanigheid zoals in art. 140 lid 3 Sr is bedoeld. De Hoge Raad heeft steeds genoegen genomen met de omschrijving "hebbende hij, verdachte … argument voor mijn oordeel dat de strafverzwarende omstandigheid van art. 140 lid 3 Sr hier toereikend is omschreven. 6.3. Een ander punt is of het hof het bewezenverklaarde heeft kunnen kwalificeren zoals

  • StrafprocesrechtHoger beroep
    Ontnemingszaak. Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast en verlaagt de…

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden21 augustus 2026ECLI:NL:GHARL:2026:5416

    veroordeeld voor witwassen een ontnemingsvordering wordt ingesteld die is gebaseerd op artikel 36e lid 3 Sr. Op die grond kan ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel plaatsvinden als – kort gezegd – aannemelijk … ernstig vermoeden bestaat dat dit geld uit andere strafbare feiten afkomstig is. Artikel 36e lid 3 Sr stelt bovendien niet de eis dat die andere strafbare feiten door de betrokkene zijn begaan

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Een gevangenisstraf van 7 jaar met aftrek van het voorarrest voor het in vereniging voorhanden hebben van 20…

    Rechtbank Oost-Brabant12 april 2017ECLI:NL:RBOBR:2017:2117

    oktober 2015 hebben plaatsgevonden, volgt dat verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] sr. regelmatig samen zijn gezien, ook op de hiervóór genoemde drie locaties (met uitzondering van [medeverdachte … waargenomen in de geopende garagebox aan de [adres 2] te [gemeente 2] alwaar ook [medeverdachte 3] sr. aanwezig was. Verdachte, [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] sr. reden voorts, al dan niet gezamenlijk

  • Strafrecht overig
    Conclusie plv. AG. Veroordeling wegens 1. openlijk geweldpleging, 2. medeplegen van dwang en 3. medeplegen…

    Parket bij de Hoge Raad4 februari 2025ECLI:NL:PHR:2025:124

    Conclusie plv. AG. Veroordeling wegens 1. openlijk geweldpleging, 2. medeplegen van dwang en 3. medeplegen van afdreiging (art. 141, art. 284 en art. 318 Sr). Middelen over 1. de afwijzing van het verzoek tot voeging van stukken, 2. de bewijsvoering feit 1 en 3. de kwalificatie van feit 3. Volgens de plv. AG leiden de…

  • Strafrecht overigCassatie
    Diefstallen van levensmiddelen uit supermarkten (zaken A en B), art. 310 Sr. ISD-maatregel opgelegd, art. 38m…

    Hoge Raad10 oktober 2023ECLI:NL:HR:2023:1421

    voorwaarden als bedoeld in artikel 38m lid 1, aanhef en onder 2° en 3°, Sr zijn vervuld. 2.5.1 Gelet op de inhoud van het Uittreksel Justitiële Documentatie, zoals weergegeven in de conclusie … voorwaarden als bedoeld in artikel 38m lid 1, aanhef en onder 2° en 3°, Sr. Verder blijkt uit de onder 2.2.3 en 2.2.4 weergegeven overwegingen dat het hof zijn keuze voor

  • Strafrecht overigOp tegenspraak
    “Verdachte wordt veroordeeld voor driemaal smaadschrift, stalking en vernieling. Vrijspraak van een vierde…

    Rechtbank Zeeland-West-Brabant23 februari 2022ECLI:NL:RBZWB:2022:918

    maken hadden. Het verweer van de raadsman op dit punt wordt verworpen. Artikel 261 lid 3 Sr Daarnaast heeft de raadsman het verweer gevoerd dat er sprake is van een situatie … bedoeld in artikel 261 lid 3 Sr. Dat artikellid luidt: “Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen

  • Strafrecht overigCassatie
    Ontucht met 3 minderjarige dochters, meermalen gepleegd (art. 244 en 245 jo. 248.2 Sr en art. 249.1 Sr). 1…

    Hoge Raad11 juni 2024ECLI:NL:HR:2024:835

    bestrijding van voetbalvandalisme en ernstige overlast, Stb. 2015, 255. Daarbij is in artikel 38v lid 3 Sr de maximale duur van de op te leggen vrijheidsbeperkende maatregel verhoogd van twee jaren naar … voor de duur van vijf jaren in strijd met het hier toepasselijke artikel 38v lid 3 Sr, zoals dat luidde tot 1 juli 2015. 4.1.4 De Hoge Raad zal de zaak

  • Strafrecht overig
    Oostburgse cafémoord. Begunstiging door als bestuurder van de vluchtauto op te treden, art. 189.1.1 Sr. 1…

    Parket bij de Hoge Raad28 september 2021ECLI:NL:PHR:2021:1057

    Oostburgse cafémoord. Begunstiging door als bestuurder van de vluchtauto op te treden, art. 189.1.1 Sr. 1. Bewijsklacht opzet. Kan alleen tot opzet a.b.i. art. 189.1.1 Sr worden gekomen indien verdachte wist dat er misdrijf was gepleegd en dat degene die hij hielp daarbij betrokken was? 2. Beroep op…

  • Strafrecht overigCassatie
    Medeplegen afdreiging (meermalen gepleegd) door zich samen met medeverdachte meermalen schuldig te maken aan…

    Hoge Raad17 oktober 2023ECLI:NL:HR:2023:1440

    klacht van hem tegen wie het gepleegd is.” - artikel 318 leden 1 en 3 Sr: “1. Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging … grond van een klacht van degene tegen wie het misdrijf is gepleegd (artikel 318 lid 3 Sr). Deze klacht moet zijn ingediend binnen de in artikel 66 lid 1 Sr genoemde termijn

  • Materieel strafrechtEerste aanleg - meervoudig
    Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en met…

    Rechtbank Amsterdam6 mei 2026ECLI:NL:RBAMS:2026:4610

    hoeft te zijn om tot een voltooid delict te komen. Artikel 273f, eerste lid, sub 3 Sr Op grond van sub 3 is strafbaar degene die een ander aanwerft, medeneemt of ontvoert

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    “Megazaak Mergel. De rechtbank veroordeelt verdachte voor zijn betrokkenheid bij drie omvangrijke…

    Rechtbank Noord-Nederland22 december 2023ECLI:NL:RBNNE:2023:5292

    geen rechtsmacht gevestigd worden op grond van het (actief) personaliteitsbeginsel ex artikel 7 lid 3 Sr jo artikel 86b Sr. Met betrekking tot de in artikel 86b Sr gehanteerde definitie … tenlastelegging is gepleegd in Duitsland, komt voor deze verdachte ook artikel 7 lid 3 Sr jo artikel 86b Sr in beeld. Hierin is bepaald dat de rechtbank ook rechtsmacht kan uitoefenen

  • Strafrecht overigCassatie
    Poging tot afpersing (art. 317.1 Sr) en poging tot afdreiging (art. 318.1 Sr) van zijn voormalige werkgever…

    Hoge Raad2 juli 2024ECLI:NL:HR:2024:969

    klacht gerechtigde kennis heeft genomen van het gepleegde feit.” - artikel 318 leden 1 en 3 Sr: “1. Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging … klacht van hem tegen wie het gepleegd is.” 2.4.1 Op grond van artikel 318 lid 3 Sr kan dit misdrijf alleen worden vervolgd op klacht van hem tegen wie het is gepleegd

  • Strafrecht overigHoger beroep
    Vrijspraak van mensenhandel wegens gebrek aan bewijs dat voldoende grond biedt voor het oordeel dat…

    Gerechtshof Amsterdam6 oktober 2017ECLI:NL:GHAMS:2017:4125

    gemaakt aan mensenhandel in de zin van artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder sub 3, Sr, te weten – kort gezegd- het aanwerven en meenemen van [slachtoffer] naar België om haar daar … vaste jurisprudentie moet worden aangenomen dat de in artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 3 Sr omschreven gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Art. 249 lid 2 onder 1 Sr. Verdachte is veroordeeld wegens als politieambtenaar ontucht plegen…

    Parket bij de Hoge Raad1 februari 2022ECLI:NL:PHR:2022:65

    Conclusie AG. Art. 249 lid 2 onder 1 Sr. Verdachte is veroordeeld

  • Strafrecht overigHoger beroep
    Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch19 juni 2025ECLI:NL:GHSHE:2025:1971

    verzet zich er echter tegen dat de ontnemingsrechter desondanks toepassing geeft aan artikel 36e lid 3 Sr zoals dat na de genoemde wetswijziging is komen te luiden wanneer betrokkene tevens is veroordeeld … feit 8). Schatting van het voordeel Onderzoeksperiode Voor de toepassing van artikel 36e lid 3 Sr is niet vereist dat de ‘andere’ strafbare feiten die tot de voordeelsverkrijging hebben geleid worden geconcretiseerd

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Rijden onder invloed van middelen (art. 8 lid 5 WVW 1994). Het hof heeft verzuimd de tijd die…

    Parket bij de Hoge Raad1 september 2026ECLI:NL:PHR:2026:837

    Conclusie AG. Rijden onder invloed van middelen (art. 8 lid 5 WVW 1994). Het hof heeft verzuimd de tijd die het rijbewijs al ingetrokken is geweest af te trekken van een (voorwaardelijke) ontzegging motorrijtuigen te besturen. Belang bij cassatie bij een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel door de…

  • Strafrecht overigCassatie
    1.Voorhanden hebben in de zin van art. 416 Sr. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv. t.a.v…

    Hoge Raad3 april 2007ECLI:NL:HR:2007:AZ8349

    algemeen belang." 5.3. Art. 36b, eerste lid onder 3°, Sr luidt, voor zover hier van belang: "1. Onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen kan worden uitgesproken: (...) 3 … enig strafbaar feit, is niet voldaan aan het vereiste van art. 36b, eerste lid onder 3°, Sr. 5.5. Het middel slaagt. 6. Beoordeling van het achtste middel 6.1. Het middel behelst

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.