81.831 uitspraken gevonden
Sorteer op: Datum uitspraak
- AmbtenarenrechtHoger beroepBij de beantwoording van de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant misbruik van recht…
Centrale Raad van Beroep|1 april 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:791
Bij de beantwoording van de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant misbruik van recht heeft gemaakt neemt de Raad het volgende in aanmerking. Nadat de Raad in zijn uitspraak van 8 juli 1993 had geoordeeld dat het ontslagbesluit niet onrechtmatig is, heeft appellant herhaaldelijk verzocht om…
- AmbtenarenrechtHoger beroepIn geschil is of de brigadecommandant aan appellant, in plaats van onbetaald langdurend zorgverlof, betaald…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:869
In geschil is of de brigadecommandant aan appellant, in plaats van onbetaald langdurend zorgverlof, betaald langdurend zorgverlof had moeten toekennen over de periode van 29 januari 2018 tot en met 14 december 2018 en over het gehele jaar 2019. In het geval van de zoon van appellant is sprake van een blijvende…
- AmbtenarenrechtHoger beroepAnders dan de rechtbank heeft gedaan, dient niet de Minister van Financiën maar de staatssecretaris als…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:797
Anders dan de rechtbank heeft gedaan, dient niet de Minister van Financiën maar de staatssecretaris als procespartij te worden aangemerkt. De Raad heeft dit hersteld. De beslissing van een bestuursorgaan in een sollicitatieprocedure zoals hier aan de orde is het resultaat van een beoordeling van de capaciteiten van de…
- AmbtenarenrechtHoger beroepDe beslissing van een bestuursorgaan in een sollicitatieprocedure zoals hier aan de orde is het resultaat van…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:795
De beslissing van een bestuursorgaan in een sollicitatieprocedure zoals hier aan de orde is het resultaat van een beoordeling van de capaciteiten van de betrokkene tegen de achtergrond van de functie-eisen. Daarbij heeft het bestuursorgaan beoordelingsvrijheid. Daarom is deze toetsing door de rechter terughoudend. Wat…
- AmbtenarenrechtHoger beroepHet geschil spitst zich toe op de inschaling van appellant bij benoeming tot officier van justitie (na…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:796
Het geschil spitst zich toe op de inschaling van appellant bij benoeming tot officier van justitie (na afronden opleiding) op 1 juni 2019. Appellant wil per die datum een inschaling in trede 0, zijnde de naast hogere trede boven trede i van salariscategorie 9 Rechterlijke Macht. Niet in geschil is dat de inschaling…
- AmbtenarenrechtHoger beroepHerhaalde aanvraag. Duuraansprakenjurisprudentie. De werking van het besluit van 5 december 2016 strekt zich…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:798
Herhaalde aanvraag. Duuraansprakenjurisprudentie. De werking van het besluit van 5 december 2016 strekt zich uit tot en met 29 januari 2018. Het verzoek van appellant om van dat besluit terug te komen, dateert van 9 augustus 2018. De besluiten van 15 maart 2018 en 3 juli 2018 zijn uitdrukkelijk niet (meer) in geschil,…
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepOp grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW wordt voor de toepassing van de AOW als…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:799
Op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW wordt voor de toepassing van de AOW als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. Voor gevallen waarin geen sprake is van een ongewilde verbreking van de huwelijkse samenleving legt de Raad het…
- AmbtenarenrechtHoger beroepAnders dan de rechtbank heeft gedaan, dient niet de inspecteur van de Belastingdienst maar de…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:800
Anders dan de rechtbank heeft gedaan, dient niet de inspecteur van de Belastingdienst maar de staatssecretaris als procespartij te worden aangemerkt. De Raad heeft dit hersteld. Appellant heeft aangevoerd dat hij met de leidinggevende bedrijfsvoering op 16 mei 2014 de (afwijkende) afspraak heeft gemaakt dat hij een…
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepBij brief van 22 april 2020 heeft de rechtbank vastgesteld dat het griffierecht niet (tijdig) is betaald…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:801
Bij brief van 22 april 2020 heeft de rechtbank vastgesteld dat het griffierecht niet (tijdig) is betaald. Daarbij is appellant in de gelegenheid gesteld om aan te tonen dat het griffierecht wel binnen de termijn is betaald, of dat het niet (tijdig) betalen hem niet kan worden aangerekend. Appellant heeft op deze brief…
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepDe Raad kan zich geheel vinden in wat de rechtbank heeft overwogen en komt op grond van deze overwegingen tot…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:803
De Raad kan zich geheel vinden in wat de rechtbank heeft overwogen en komt op grond van deze overwegingen tot hetzelfde oordeel. De rechtbank heeft terecht verwezen naar de uitspraak van 8 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:7. Appellante heeft op grond van het bepaalde in het NMV geen zelfstandige aanspraak op een…
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepBij aangetekende brief van 1 januari 2022 is appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:743
Bij aangetekende brief van 1 januari 2022 is appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald op het…
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepBij aangetekende brief van 26 oktober 2021 is de gemachtigde van appellante nogmaals gewezen op de…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:742
Bij aangetekende brief van 26 oktober 2021 is de gemachtigde van appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de in die brief genoemde bankrekening dan wel contant moet…
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepIn geschil is of de arbeidsongeschiktheid van appellant op 17 januari 2017 moet worden geacht duurzaam te…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:740
In geschil is of de arbeidsongeschiktheid van appellant op 17 januari 2017 moet worden geacht duurzaam te zijn, zodat hij op grond van artikel 47 van de Wet WIA recht heeft op een IVA-uitkering in plaats van een WGA-uitkering. Tussen partijen is niet in geschil dat uitsluitend de beperkingen ten gevolge van de…
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepWat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van de gronden die zij bij de…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:739
Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van de gronden die zij bij de rechtbank heeft ingediend en vormt geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak terecht geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig is…
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepDe uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 9 november 2021 in afschrift aan partijen toegezonden…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:744
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 9 november 2021 in afschrift aan partijen toegezonden. Het beroepschrift is op 27 december 2021 per fax ontvangen. Het postexemplaar is op 29 december 2021 ontvangen en is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 27 december 2021 ter post bezorgd. De laatste dag…
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepWat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:736
Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. Het oordeel van de rechtbank dat op grond van de toepasselijke regelgeving het prepensioen van appellant in mindering moet worden gebracht op de WW-uitkering en de daaraan ten grondslag liggende –…
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepDe gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat zij in…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:745
De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het medisch onderzoek door het Uwv zorgvuldig is geweest en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 6 augustus 2020 inzichtelijk…
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepWat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt in essentie een herhaling van de gronden die zij al in…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:737
Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt in essentie een herhaling van de gronden die zij al in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft deze gronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden…
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepBestreden besluit II wordt, gelet op de artikelen 6:19 en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), van…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:735
Bestreden besluit II wordt, gelet op de artikelen 6:19 en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), van rechtswege mede in de beoordeling betrokken. In dit geding gaat het om de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het Uwv bij bestreden besluit I zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat…
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepMet de rechtbank wordt geoordeeld dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellante…
Centrale Raad van Beroep|31 maart 2022|ECLI:NL:CRVB:2022:746
Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellante verwijtbaar werkloos is geworden in de zin van artikel 24, tweede lid, aanhef en onder a, van de WW, omdat aan de werkloosheid een dringende reden ten grondslag ligt. De overwegingen die aan dat oordeel ten…
Alleen de eerste 10.000 resultaten zijn te bladeren. Verfijn met filters om verder te kijken.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.