6 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepEigendomsverkrijging door verkrijgende of bevrijdende verjaring? Erfdienstbaarheid door verkrijgende of…
Gerechtshof Den Haag|20 maart 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:512
aanvang van zijn bezit, aldus art. 3:102 lid 2 BW. Volgens art. 3:118 BW is de bezitter te goeder trouw wanneer hij zich als rechthebbende beschouwt en zich ook redelijkerwijze … moet derhalve worden beoordeeld aan de hand van het bepaalde in de artikelen 3:118 BW jo 3:11 BW. 12. Er als veronderstelling van uitgaande dat [appellant] de ruimtes
- GoederenrechtHoger beroepberoep op extinctieve verjaring t.a.v. perceel grond/water
Gerechtshof Den Haag|10 september 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:2365
plaatsgevonden en dat hij derhalve geen eigenaar van het Perceel was geworden (artikel 3:118 BW). Hieraan kan niet afdoen dat het uitblijven van een levering mogelijk was toe te schrijven
- Civiel recht overigHoger beroepIs een erfdienstbaarheid door verjaring ontstaan op grond van oud BW? Is een erfdienstbaarheid door…
Gerechtshof Den Haag|24 december 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:3536
Is een erfdienstbaarheid door verjaring ontstaan op grond van oud BW? Is
- GoederenrechtHoger beroepburenrecht, geschil over erfgrens, verkrijgende verjaring.
Gerechtshof Den Haag|31 maart 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:565
mogelijk iets eerder), heeft [geïntimeerde] zich in ieder geval redelijkerwijs als rechthebbende (ex artikel 3:118 BW) mogen beschouwen. Dat zij daarbij te goeder trouw was, is door [appellant] niet betwist
- Civiel recht overigHoger beroepGeen erfdienstbaarheid ontstaan door verkrijgende verjaring.
Gerechtshof Den Haag|5 augustus 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1601
wanneer hij zich als rechthebbende beschouwt en zich ook redelijkerwijze als zodanig mocht beschouwen (3:118 BW). Dit betekent ten aanzien van erfdienstbaarheden in de regel dat daaraan een inschrijving
- Personen- en familierechtHoger beroepAfwikkeling nalatenschappen ouders. Is met betrekking tot de nalatenschap van vader sprake van…
Gerechtshof Den Haag|5 december 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:2298
BW benodigde goede trouw (zie ook de artikelen 3:11, 3:23 en 3:118 BW) ontbreekt. Weliswaar wordt gesteld dat appellant sub 1 en erflaatster in de veronderstelling waren
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.