12 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtHoger beroepbeloning voor idee o.g.v. reglement, goed werkgeverschap, artikel 6:248 lid 2 BW.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|6 september 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:4017
BW, in strijd met de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 6:248 BW heeft gehandeld en het reglement niet juist heeft toegepast. 6.15. [appellanten] hebben ter onderbouwing van hun vordering … voortvloeiende verplichting om zich als een goed werkgever te gedragen, door de uit artikel 6:248 BW uit redelijkheid en billijkheid voortvloeiende verplichting om haar gedrag mede te laten bepalen door
- OndernemingsrechtHoger beroepvennootschap onder firma wordt na het overlijden van een van de vennoten commanditaire vennootschap met…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|27 december 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:5658
vennootschap onder firma wordt na het overlijden van een van de vennoten commanditaire vennootschap met weduwe van overleden vennoot als commandiet; op grond van het verblijvensbeding in het vof-contract verblijft het aandeel van de overleden vennoot (waaronder een aandeel in een onroerende zaak) aan de…
- Civiel recht overigHoger beroepAansprakelijkheid voor verduistering trekkers. Art. 6:166 BW Groepsaansprakelijkheid
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 oktober 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:4406
vorenstaande voldoende duidelijk dat voor zover de vordering is gegrond op art. 6:248 BW, evenzeer toereikende gronden ontbreken. De vordering tegen CAB en [geintimeerde 2 zaaksnummer
- Civiel recht overigHoger beroepOngevallenverzekering met werkgever als verzekeringnemer en de werknemers als verzekerden. Geen begunstigde…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|15 november 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:5121
appellant] heeft zich verder nog beroepen op de artikelen 7:611, 6:2 en 6:248 BW. Volgens [appellant] vloeit uit de aard van de overeenkomst voort dat de schadeuitkering aan [appellant
- ArbeidsrechtHoger beroepArbeidsovereenkomst geëindigd met een vatstellingsovereenkomst. Nietig vanwege onbepaalbaarheid?…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|19 januari 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:129
aldus [appellant] . Op grond van de artikelen 3:34 en 3:35 BW respectievelijk 6:248 BW zal moeten worden beoordeeld of de onderhavige vaststellingsovereenkomst dan wel beroep daarop onaanvaardbaar
- Civiel recht overigHoger beroepUitleg huwelijkse voorwaarden: Is artikel 7 huwelijkse voorwaarden (finale verrekening ingeval van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|25 oktober 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:4755
huwelijkse voorwaarden (grief 1) 4.9.1. De rechtbank heeft met toepassing van art. 6:248 BW geoordeeld dat het beroep van [appellant] op artikel 7 van de huwelijkse voorwaarden (het finale verrekenbeding) naar
- Civiel recht overigHoger beroepVerzekeringsovereenkomst ter dekking van een WAO-gat. Gevolgen voor de verzekerde uitkering van een wijziging…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|21 juni 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:2488
gunste van [appellant] moet worden uitgelegd, althans op grond van het bepaalde in artikel 6:248 BW aldus moet worden aangevuld dat [appellant] alsnog een hogere uitkering krijgt. Bovendien heeft [verzekeringsmaatschappij] volgens
- VerbintenissenrechtHoger beroepbeleggen om met de opbrengst slotballontermijn van geleende som af te lossen. Portefeuille niet verkocht.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|23 februari 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:622
omdat de zorgplicht is geschonden. Daarmee mist de gestelde onrechtmatigheid c.q. strijd met art. 6:248 BW van de door JJ&G ingestelde vordering feitelijke grondslag. Nu [geïntimeerde] geen gegevens heeft
- Civiel recht overigHoger beroepHet geschil in hoger beroep betreft de vraag of op de juiste wijze uitvoering is gegeven aan hetgeen partijen…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|22 november 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:5211
Haviltex). Bij de invulling van wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten speelt artikel 6:248 BW een rol. Echtgenoten hebben zich jegens elkaar te gedragen met inachtneming van maatstaven van redelijkheid
- Burgerlijk procesrechtHoger beroepovereengekomen werkelijk gemaakte proceskosten; matiging; wettelijke handelsrente; verzuim
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|15 maart 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:923
zich ook beroept op de artikelen 3:12 BW, 6:2 BW, 6:248 BW en 6:216 BW. Het hof is van oordeel dat deze toelichting, in het licht
- ArbeidsrechtHoger beroepStelplicht en bewijslast van werknemer met betrekking tot schade in de uitoefening van zijn werkzaamheden…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|29 maart 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:1188
subsidiair op grond van 7:611 BW en meer subsidiair op grond van artikel 6:248 BW (dagvaarding in eerste aanleg, punt 6). 3.2.3. [appellante] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer
- Civiel recht overigHoger beroepGeschil met betrekking tot een door geintimeerde aan appellanten verhuurd ponton dat op de afgesproken datum…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|10 mei 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:1834
bedoeld: de beperkende) werking van de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:2 en 6:248 BW. Volgens ESB zijn de gevolgen van de overeenkomst ter zake de schadeafwikkeling naar maatstaven
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.