266 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Griffierecht in hoger beroep, na anticipatie door geïntimeerde, door appellant te laat betaald…
Hoge Raad|2 december 2016|ECLI:NL:HR:2016:2760
tweede lid, Rv genomen (waarin tevens een beroep op de hardheidsclausule van art. 127a lid 3 Rv is gedaan) en hebben [verweerder] c.s. het hof bij akte medegedeeld dat zij niet voornemens
- Civiel recht overigCassatieBestuursdwang; verzet tegen dwangbevel tot invordering van uitvoeringskosten (81 RO).
Hoge Raad|5 september 2008|ECLI:NL:HR:2008:BD3714
geen acht, nu de brief na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv. bij de Hoge Raad is binnengekomen en bovendien niet door een advocaat is ondertekend. 3
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|13 oktober 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA7491
Eiser 1] c.s. heeft een akte genomen houdende exceptie als bedoeld in art. 347 lid 3 Rv., verzet ex art. 134 lid 2 Rv., alsmede verzoek ex art. 3
- Personen- en familierechtCassatiePersonen- en familierecht, procesrecht. Hof beslist de zaak zonder (verdere) mondelinge behandeling…
Hoge Raad|24 juni 2016|ECLI:NL:HR:2016:1290
zitting was vertegenwoordigd door zijn advocaat (vgl. art. 279 lid 3 Rv in verbinding met art. 362 Rv). Het heeft echter van een inhoudelijke behandeling ter zitting afgezien op grond
- Civiel recht overigCassatieLandinrichtingswet. Ruilverkaveling. Bezwaren tegen lijst der geldelijke regelingen. (81 RO).
Hoge Raad|18 september 2009|ECLI:NL:HR:2009:BI8498
conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv., bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd. 3
- InsolventierechtCassatieInsolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal…
Hoge Raad|7 juli 2017|ECLI:NL:HR:2017:1281Aangehaald in 7 uitspraken
PTIF bij brief van 27 juni 2017 op de voet van art. 44 lid 3 Rv gereageerd. De advocaat van Pedra da Gavea heeft dat gedaan bij brief van 27 juni
- Personen- en familierechtCassatieFamilierecht. Alimentatie tussen gewezen echtelieden; beoordeling draagkracht; Conclusie A-G…
Hoge Raad|21 december 2007|ECLI:NL:HR:2007:BB7045
partijen was verzonden, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv., bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd. 3
- Civiel recht overigCassatieFiscaal bodemrecht (art. 22 lid 3 Iw); omvang en strekking. Terughoudend beleid Ontvanger ten aanzien van…
Hoge Raad|7 december 2018|ECLI:NL:HR:2018:2257
haar in eigendom toebehorende zaken een verzetschrift op de voet van art. 435 lid 3 Rv ingediend. 3.2.1 In dit geding vordert de Ontvanger dat CCEP-NL wordt veroordeeld de executie door
- Civiel recht overigCassatieErfrecht. Verdeling nalatenschap; onherroepelijke volmacht; dwaling; bedrog (81 RO).
Hoge Raad|19 februari 2010|ECLI:NL:HR:2010:BK8086
partijen was verzonden, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv., bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd. 3
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Arbitrage. Verzoek tot vernietiging arbitraal vonnis wegens gestelde partijdigheid arbiter…
Hoge Raad|15 juni 2018|ECLI:NL:HR:2018:914
dergelijke oproep door een rechtbank niet als betekening in de zin van art. 1064 lid 3 Rv (oud) kan gelden, aangezien deze oproep niet van de wederpartij afkomstig is en een derde
- Civiel recht overigCassatieVoogdij. Interlandelijke adoptie. Conflictenrecht. In buitenland verrichte erkenning; openbare orde-exceptie…
Hoge Raad|2 november 2012|ECLI:NL:HR:2012:BX6962
conclusie van de Advocaat-Generaal, zodat de Hoge Raad daarop gelet op art. 44 lid 3 Rv geen acht zal slaan. 3. Beoordeling van het middel 3.1 In cassatie
- Civiel recht overigCassatieArbeidsrecht, procesrecht. Vervolg op HR 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6698, NJ 2012/570. Onbegrijpelijke…
Hoge Raad|23 december 2016|ECLI:NL:HR:2016:2995
medewerker van Ciba; derhalve is niet voldaan aan het in art. 156 lid 1 en 3 Rv opgenomen vereiste van ondertekening, hetgeen meebrengt dat aan deze overeenkomst geen dwingende bewijskracht toekomt
- VerbintenissenrechtCassatieContractenrecht. Facturen klusbedrijf. Vernietiging wegens meervoudige beslissing na enkelvoudige comparitie…
Hoge Raad|19 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1242
dient [eiser] daarin niet-ontvankelijk te worden verklaard. Ingevolge art. 32 lid 3 Rv staat tegen de weigering tot aanvulling in de zin van art. 32 lid 1 Rv immers geen voorziening
- Civiel recht overigCassatie19 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/110HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: KONINKLIJKE…
Hoge Raad|19 maart 2004|ECLI:NL:HR:2004:AO0903Aangehaald in 6 uitspraken
rechter die zijn bevoegdheid uitsluitend baseert op artikel 24 EVEX/EEX-Verdrag (juncto artikel 126 lid 3 Rv.) niet ordenend moet optreden buiten Nederland (zie ook rechtsoverweging 16 van het arrest
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Internationaal privaatrecht. Vordering tot nietigverklaring van ontslag en doorbetaling loon van…
Hoge Raad|11 september 2009|ECLI:NL:HR:2009:BI6317
contract laat die rechtsmacht van de Nederlandse rechter onverlet (art. 8 lid 3 Rv.) (rov. 3). - De staatsimmuniteit van jurisdictie als uitzondering op rechtsmacht heeft geen absoluut karakter; zij strekt zich niet
- Civiel recht overigCassatiePersonen- en familierecht. Benoeming van bewindvoerder en mentor. Oproeping van alle kinderen als…
Hoge Raad|20 december 2024|ECLI:NL:HR:2024:1892
Rv). Een en ander geldt ook in hoger beroep (art. 361 lid 1 en lid 3 Rv en art. 362 Rv). Indien de rechter tijdens de behandeling van de zaak constateert
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|23 februari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0199Aangehaald in 10 uitspraken
23 februari 2001 Eerste Kamer Nr. C99/176HR Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: De maatschap [..], advocaten en notarissen, kantoorhoudende te 's-Gravenhage, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n mr. Hermanus Johannes OVERES, wonende te Groningen, in zijn hoedanigheid van curator in…
- Civiel recht overigCassatie25 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C04/063HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de besloten…
Hoge Raad|25 juni 2004|ECLI:NL:HR:2004:AP0955
kantoor van de procureur in de vorige instantie, zoals voorzien in art. 56 lid 3 Rv., dan dient die betekening vergezeld te gaan van of binnen een termijn van veertien dagen gevolgd
- Personen- en familierechtCassatieFamilierecht. Verzoek tot nietigverklaring huwelijk op de grond dat een door een van de echtelieden gesloten…
Hoge Raad|21 december 2007|ECLI:NL:HR:2007:BB8076
Verdrag van 5 oktober 1961, Trb. 1963, 28), met overeenkomstige toepassing van art. 986 lid 3 Rv., ook ambtshalve, legalisatie verlangen van stukken die worden overgelegd ter ondersteuning van de stelling
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Art. 133 lid 4 Rv. Rolbeslissing dat recht op vragen akte of mondelinge behandeling is vervallen…
Hoge Raad|18 juli 2025|ECLI:NL:HR:2025:1172
conclusies en voor het verrichten van andere proceshandelingen (art. 133 leden 1 en 3 Rv). Wanneer een proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en daarvoor geen uitstel kan worden
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.