137 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|7 mei 2021|ECLI:NL:HR:2021:716
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 18 februari
- BelastingrechtCassatieProcesrecht; artt. 8:41 en art. 8:109 Awb; art. 267 VWEU; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de…
Hoge Raad|12 juni 2026|ECLI:NL:HR:2026:915Aangehaald in 55 uitspraken
beroepschrift tegemoet is gekomen, dan vergoedt het bestuursorgaan, zo is in artikel 8:41, lid 7, Awb bepaald, aan de indiener het door deze betaalde griffierecht. 3.2.5 Als de rechtzoekende – een natuurlijke
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|20 maart 2020|ECLI:NL:HR:2020:461
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 31 januari
- BelastingrechtCassatieProceskosten; art. 8:75a Awb; intrekking beroep in cassatie; toekenning verzoek om veroordeling in de kosten…
Hoge Raad|13 maart 2026|ECLI:NL:HR:2026:399
Awb). Dat neemt niet weg dat het bestuursorgaan op grond van artikel 8:41, lid 7, Awb verplicht is aan de indiener van het beroepschrift het door deze betaalde griffierecht te vergoeden
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|13 februari 2026|ECLI:NL:HR:2026:253
Raad ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 27 oktober
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|15 september 2023|ECLI:NL:HR:2023:1235
Raad ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 24 april
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|8 december 2023|ECLI:NL:HR:2023:1707
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 27 juli 2023. De griffier
- BelastingrechtArtikel 81 RO-zakenHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|5 april 2019|ECLI:NL:HR:2019:540
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 31 januari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|7 november 2014|ECLI:NL:HR:2014:3133
juni 2014. Het beroepschrift in cassatie is niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 5 augustus
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|11 december 2020|ECLI:NL:HR:2020:1978
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 18 juni 2020. Aangezien belanghebbende
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|22 december 2023|ECLI:NL:HR:2023:1779
Hoge Raad. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 6 juli
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|27 mei 2022|ECLI:NL:HR:2022:773
Raad ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 3 januari
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|13 juli 2018|ECLI:NL:HR:2018:1183
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 6 maart
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|12 mei 2023|ECLI:NL:HR:2023:705
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 23 februari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|10 februari 2017|ECLI:NL:HR:2017:200
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|19 juni 2015|ECLI:NL:HR:2015:1680
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 24 februari
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard
Hoge Raad|6 december 2013|ECLI:NL:HR:2013:1673
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 27 juni
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard
Hoge Raad|27 september 2013|ECLI:NL:HR:2013:797
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 27 december
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|21 oktober 2022|ECLI:NL:HR:2022:1539
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 27 januari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|7 december 2018|ECLI:NL:HR:2018:2273
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 15 augustus
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.