158 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigArtikel 81 RO-zakenArt. 81 lid 1 RO. Voorlopig getuigenverhoor. Valt afwijzing van verzoek tot aanhouding van voorlopig…
Hoge Raad|8 september 2017|ECLI:NL:HR:2017:2271
Weigering tot aanpassing proces-verbaal mondelinge behandeling in hoger beroep. Art. 362 jo. 279 lid 4 Rv tegenover art. 88 lid 3 Rv. 8 september 2017 Eerste Kamer 16/06116 RM/AS Hoge Raad
- Civiel recht overigCassatieInterregionaal recht. Rechtsmacht. Verzoek vader tot wijziging kinderalimentatie. Moeder en kind wonen op…
Hoge Raad|2 mei 2014|ECLI:NL:HR:2014:1063Aangehaald in 67 uitspraken
bevoegdheidsbepalingen van de Alimentatieverordening geheel in de plaats zijn getreden van de art. 3 en 4 Rv, voor zover laatstgenoemde bepalingen zien op de internationale rechtsmacht van de Nederlandse rechter in zaken … betreffende levensonderhoud, en dat aan de art. 3 en 4 Rv in zoverre geen toepassing meer kan worden gegeven. Deze verhouding tussen de bevoegdheidsbepalingen van de Alimentatieverordening enerzijds
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Hebben arbiters onrechtmatig gehandeld door zich, ondanks beroep op ontbreken…
Hoge Raad|4 december 2009|ECLI:NL:HR:2009:BJ7834Aangehaald in 21 uitspraken
alsmede de daarna door hen genomen beslissingen) genomen als arbiters in de zin van Boek 4 Rv. Dat nadien, nadat door Greenworld het in art. 1064 leden 1 en 2 Rv. bedoelde … beslissingen, ook jegens Greenworld, niet als arbiters in de zin van Boek 4 Rv. hebben genomen. (rov. 3) b. Bij beantwoording van de vraag of de arbiters zich als arbiters
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Verzuim beroepschrift achter V1-formulier te voegen. Herstel gebrekkige indiening? Apparaatsfout…
Hoge Raad|30 juni 2023|ECLI:NL:HR:2023:997Aangehaald in 11 uitspraken
heeft miskend dat sprake is van een apparaatsfout omdat de griffie – gezien art. 278 lid 4 Rv ten onrechte – de man niet erop heeft geattendeerd dat het beroepschrift ontbrak. Daarom moet … niet voor. Het beroep dat het middel in dit verband doet op art. 278 lid 4 Rv snijdt geen hout. Art. 278 lid 4 Rv, dat in hoger beroep op grond
- Civiel recht overigCassatieVermogensrecht. Ondernemingsrecht. Borgtocht en verjaring; art. 7:853 BW. Einde verjaringstermijn van…
Hoge Raad|30 juni 2017|ECLI:NL:HR:2017:1182Aangehaald in 12 uitspraken
niet de stelling van [eiser] heeft besproken dat Rabobank de stuitingsmogelijkheid van art. 54 lid 4 Rv heeft laten schieten. Deze klachten lenen zich voor gezamenlijke behandeling. 3.3.2 De vennootschap is ingevolge … worden door betekening van een akte van vervolging op de voet van art. 54 lid 4 Rv. De vraag of stuiting nodig was om de verjaring te voorkomen, was in die procedure
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|6 oktober 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA7361Aangehaald in 9 uitspraken
Rechtbank dat deze wijzigingen van eis afstuitten op het bepaalde in art. 134 lid 4 Rv., nu CXA Europe niet in het geding was verschenen. Aldus kwam de Rechtbank tot afwijzing … zich tegen de vermeerdering van eis verweerd, zich onder meer beroepend op art. 134 lid 4 Rv. Het Hof heeft deze verweren ongegrond bevonden (rov. 4.4-4.8). Voorts heeft het, wat ECCL
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Arbitrage. Executiegeschil op voet art. 438 Rv; opheffing beslag op IE-rechten. Leidt stand…
Hoge Raad|22 maart 2024|ECLI:NL:HR:2024:464
eindarrest van het gerechtshof Den Haag verkregen exequaturs op grond van art. 1062 lid 4 Rv van rechtswege vervallen, aldus de Russische Federatie en FKP. HVY hebben het voorgaande betwist … tenuitvoerlegging wegens vernietiging van het arbitraal vonnis als bedoeld in art. 1064 [1062, HR] lid 4 Rv is in deze situatie niet aan de orde.” 3 Beoordeling van het middel
- Civiel recht overigCassatieGezondheidsrecht, Wkkgz. Art. 9 lid 6 en art. 10 lid 3 Wkkgz. Vraag of nabestaanden van cliënt op grond van…
Hoge Raad|10 februari 2023|ECLI:NL:HR:2023:202Aangehaald in 5 uitspraken
interne incidentenregister, levert dit gewichtige redenen tot weigering op als bedoeld in art. 843a lid 4 Rv. Het verzoek ex art. 843a Rv tot afgifte van de twee PRISMA-onderzoeken moet worden … Wkkgz en/of gewichtige redenen als bedoeld in art. 843a lid 4 Rv. Onderdeel 1.2 richt zich tegen rov. 3.7.5-3.7.6 en neemt als uitgangspunt dat het hof daarin heeft geoordeeld
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Hoger beroep. Art. 337 lid 2 Rv. Openstelling tussentijds hoger beroep tussenvonnis…
Hoge Raad|17 december 2021|ECLI:NL:HR:2021:1924Aangehaald in 58 uitspraken
overeenkomstige toepassing op tussentijds hoger beroep van tussenbeschikkingen op de voet van art. 358 lid 4 Rv en op tussentijds beroep in cassatie op de voet van art. 401a lid 2 Rv … verzoekprocedures in verbinding met art. 426 lid 4 Rv. 3.2.7 Hetgeen hiervoor in 3.2.4-3.2.6 is overwogen, betekent dat de Hoge Raad gedeeltelijk terugkomt van zijn arresten van 23 januari 2004, ECLI
- Civiel recht overigCassatieVoorlopig getuigenverhoor. Afwijzing van verzoek om verhoor met gesloten deuren te laten plaatsvinden (art…
Hoge Raad|21 december 2018|ECLI:NL:HR:2018:2395Aangehaald in 30 uitspraken
Hertogenbosch 4 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:449). Op grond van artikel 358 lid 4 Rv kan hoger beroep van tussenbeschikkingen slechts tegelijk met dat van de eindbeschikking worden ingesteld, tenzij … AZ6646, rov. 3.3). Op die uitspraak is het bepaalde in art. 358 lid 4 Rv dus niet van toepassing. 3.7.2 De rechtszekerheid en de hanteerbaarheid van het recht, die mede ten grondslag
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Wet Bopz. Toetsing na cassatie en verwijzing van verzoek om machtiging: ex tunc of ex nunc? Kan…
Hoge Raad|12 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1202Aangehaald in 22 uitspraken
deze uitspraak een rechter-commissaris uit haar midden aanwijzen (overeenkomstig het huidige art. 15 lid 4 Rv). In het licht van de hierna in 3.2.4 weer te geven rechtspraak die is ingezet … beslissen zaak, wanneer de meervoudige kamer besluit op de voet van art. 15 lid 4 Rv een uit haar midden aangewezen rechter-commissaris met de behandeling ter zitting te belasten. Die laatste
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Betekenis van art. 30p Rv; exclusieve regeling van de mondelinge uitspraak? Diverse regels voor…
Hoge Raad|20 april 2018|ECLI:NL:HR:2018:650Aangehaald in 27 uitspraken
gronden daarvoor betreft), zoals ook valt af te leiden uit art. 30p lid 4 Rv. In het geval dat ervoor is gekozen om toepassing te geven aan art. 30p Rv … bepaling nog mogelijk, zoals volgt uit het juist hiervoor met betrekking tot art. 30p lid 4 Rv overwogene. Beoordeling van de klachten 3.5.1 De rechtbank heeft in deze zaak, overeenkomstig het hiervoor
- Civiel recht overigCassatieEnquête; tussentijds beroep; art. 401a, 426 Rv. Beschikking ondernemingskamer waarbij verweerster in cassatie…
Hoge Raad|25 mei 2012|ECLI:NL:HR:2012:BW0242Aangehaald in 6 uitspraken
voet van art. 401a lid 2 Rv. in verbinding met art. 426 lid 4 Rv. uitsluitend beroep in cassatie kan worden ingesteld tegelijk met het beroep tegen de eindbeschikking, tenzij de rechter … omtrent enig deel van het verzochte een einde heeft gemaakt. 4.3 In art. 426 lid 4 Rv. in verbinding met art. 401a lid 2 Rv. wordt bepaald dat van een tussenbeschikking beroep
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Subjectieve cumulatie van verschillende, voor afzonderlijke berechting vatbare…
Hoge Raad|21 november 2008|ECLI:NL:HR:2008:BF1032Aangehaald in 21 uitspraken
stukken zijn dan ook aan te merken als conclusies of akten waarvoor art. 84 lid 4 Rv. geldt en niet als producties waarvoor de verplichting van art. 85 lid 1 Rv … Rv. Het hof heeft daarom - kennelijk op de voet van art. 85 lid 4 Rv. - geen rekening gehouden met deze producties. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Onbegrijpelijk
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Cassatie. Incidentele beslissingen over schorsing van geding tussen onder curatele gestelde…
Hoge Raad|22 juni 2018|ECLI:NL:HR:2018:982Aangehaald in 7 uitspraken
geding worden ingeroepen. Het vorenstaande is niet anders in het in art. 225 lid 4 Rv bedoelde geval dat schorsing niet meer kan plaatsvinden omdat de schorsingsgrond zich weliswaar aandient tijdens … geen toepassing wordt gegeven aan art. 225 Rv, dan wel schorsing ingevolge art. 225 lid 4 Rv niet meer kan plaatsvinden, en het geding – op de voet
- Burgerlijk procesrechtPrejudiciële beslissingArt. 392 Rv. Prejudiciële vragen over regels in procesregelementen van de hoven over maximale omvang van…
Hoge Raad|3 juni 2022|ECLI:NL:HR:2022:824Aangehaald in 31 uitspraken
vervalt als die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht (art. 133 lid 4 Rv) en doordat de rechter stukken kan weigeren die te laat worden overgelegd. Het recht … desbetreffende proceshandeling te verrichten. Voor de dagvaardingsprocedure volgt dat uit art. 133 lid 4 Rv en geldt dat de appellant in beginsel niet-ontvankelijk is indien geen grieven zijn geformuleerd. Voor
- InsolventierechtCassatieInsolventierecht, procesrecht. Schorsing van geding wegens faillietverklaring (art. 29 Fw). Is art. 29 Fw van…
Hoge Raad|18 december 2020|ECLI:NL:HR:2020:2100Aangehaald in 12 uitspraken
indiening ter griffie van het beroepschrift (art. 359 Rv in verbinding met art. 278 lid 4 Rv), respectievelijk het verzoekschrift tot cassatie (art. 426a lid 1 Rv in verbinding … 4 Rv). 3.3.5 Voorts geldt voor de hiervoor in 3.3.3 bedoelde toepassing van art. 29 Fw dat niet van belang is welke partij het rechtsmiddel aanwendt. Ongeacht of de schuldeiser
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Dagvaarding tegen foutieve verschijndag; herstelexploot niet tijdig aangebracht; herstel…
Hoge Raad|10 april 2015|ECLI:NL:HR:2015:927Aangehaald in 15 uitspraken
Hoge Raad (…) volgt dat als een herstelexploot in de zin van artikel 125 lid 4 Rv slechts kan gelden een exploot dat een nieuwe rechtsdag aanzegt en dat gevolgd wordt door inschrijving … juni 2012, Stb. 291) was vervat in art. 125 lid 4 Rv – luidt als volgt: “De aanhangigheid van het geding vervalt indien het exploot van dagvaarding niet uiterlijk
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Zekerheidstelling voor proceskosten (art. 224 Rv). Vrijstelling van verplichting tot…
Hoge Raad|25 november 2022|ECLI:NL:HR:2022:1740Aangehaald in 17 uitspraken
verzoek van FISA op de voet van art. 616 lid 4 Rv heeft het hof bij beschikking in het incident de termijn voor zekerheidstelling verlengd tot 17 november 2020. 2.5 Vervolgens heeft … bedrag aan [verweerders] zelf. Ook heeft FISA op de voet van art. 616 lid 4 Rv voorwaardelijk verzocht om verlenging van de termijn voor zekerheidstelling. 2.6 In zijn tweede arrest
- Civiel recht overigCassatieOnrechtmatige tv-uitzending? Opnames met verborgen camera. Vordering tot afgifte van het volledige beeld- en…
Hoge Raad|29 september 2017|ECLI:NL:HR:2017:2518Aangehaald in 8 uitspraken
uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting over art. 843a lid 4 Rv, omdat een algemene en absolute beperking van het inzagerecht, door dit per definitie achter te stellen bij andere bewijsmiddelen zoals getuigenbewijs … vierde lid erom dat een behoorlijke rechtsbedeling gewaarborgd is. Daarom ligt in art. 843a lid 4 Rv niet in haar algemeenheid de eis besloten dat een vordering tot inzage in of afgifte
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.