Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Voorlopig getuigenverhoor. Valt afwijzing van verzoek tot aanhouding van voorlopig…
Hoge Raad, 8 september 2017
ECLI:NL:HR:2017:2271 · Hoge Raad · 8 september 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-2271
Zaakgegevens
Op 8 september 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 september 2017
- Datum publicatie
- 7 september 2017
- Zaaknummer
- 16/06116
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E Bruning, mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2271
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Voorlopig getuigenverhoor. Valt afwijzing van verzoek tot aanhouding van voorlopig getuigenverhoor onder rechtsmiddelverbod van art. 188 lid 2 Rv? Doorbrekingsgrond? Weigering tot aanpassing proces-verbaal mondelinge behandeling in hoger beroep. Art. 362 jo. 279 lid 4 Rv tegenover art. 88 lid 3 Rv.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 juni 2017
ECLI:NL:PHR:2017:474Hoge Raad · 8 september 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2271
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
8 september 2017
Eerste Kamer
16/06116
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoekster 1] ,
gevestigd te [plaats] ,
2. [verzoeker 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
3. [verzoeker 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
4. [verzoeker 4] ,
wonende te [woonplaats] ,
5. B&S HOLLAND TRADING GROUP B.V.,
gevestigd te Delfzijl,
6. B&S INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Delfzijl,
7. B&S INVESTMENT B.V.,
gevestigd te Delfzijl,
8. [verzoeker 8] ,
wonende te [woonplaats] , België,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
t e g e n
WARBURG-HIH INVEST REAL ESTATE GMBH,
gevestigd te Hamburg, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en Warburg.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/13/587986 / HA RK 15-167 van de rechtbank Amsterdam van 15 oktober 2015 en in de zaak C/18/161322 / HA RK 15-377) van de rechtbank Noord-Nederland van 22 februari 2016;
b. de beschikking in de zaak 200.186.985/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2016.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 18 oktober 2016 en de beslissing van het hof zoals bevestigd en neergelegd in een brief van de rolraadsheer van 23 november 2016 hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Warburg heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping. De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 16 juni 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Warburg begroot op € 853,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 september 2017.