137 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|20 oktober 2017|ECLI:NL:HR:2017:2662
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 5 april
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard
Hoge Raad|1 november 2013|ECLI:NL:HR:2013:1104
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 12 augustus
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|9 juni 2023|ECLI:NL:HR:2023:905
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 15 maart 2023. De griffier
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|7 juni 2024|ECLI:NL:HR:2024:834
Raad ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 21 maart
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|25 oktober 2013|ECLI:NL:HR:2013:1058
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 25 juni
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|12 april 2024|ECLI:NL:HR:2024:580
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 4 oktober
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|20 maart 2015|ECLI:NL:HR:2015:686
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 24 november
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|2 mei 2014|ECLI:NL:HR:2014:1075
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 27 augustus
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|3 juli 2020|ECLI:NL:HR:2020:1186
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 5 november 2019. De griffier
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|15 januari 2016|ECLI:NL:HR:2016:63
binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 31 augustus
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|20 februari 2026|ECLI:NL:HR:2026:258
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 17 september 2025. De griffier
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|16 februari 2024|ECLI:NL:HR:2024:254
Raad ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 5 oktober
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|16 februari 2024|ECLI:NL:HR:2024:253
Raad ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 5 oktober
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|30 november 2018|ECLI:NL:HR:2018:2212
Hoge Raad. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 10 juli
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|11 augustus 2017|ECLI:NL:HR:2017:1623
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|14 maart 2014|ECLI:NL:HR:2014:626
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 21 oktober
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|11 augustus 2017|ECLI:NL:HR:2017:1622
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|5 juni 2026|ECLI:NL:HR:2026:865
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 8 januari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|12 april 2024|ECLI:NL:HR:2024:582
ontvangen. Het beroepschrift in cassatie is dus niet ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 21 december
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|8 augustus 2014|ECLI:NL:HR:2014:2301
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 29 november
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.