Zoekresultaten

Voor “"1 Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

329 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overigCassatie
    ISD-maatregel. (OM-)Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige zeer actieve veelplegers (Stcrt. 2004…

    Hoge Raad7 juli 2009ECLI:NL:HR:2009:BH9943Aangehaald in 15 uitspraken

    geldende richtlijnen. Voor ISD-maatregel ligt dat in mijn ogen anders. Artikel 38m lid 1 Sr schrijft immers voor dat de rechter slechts op vordering van het Openbaar Ministerie de ISD-maatregel … reden moeten de woorden 'op vordering' uit artikel 38m lid 1 Sr worden uitgelegd als 'op rechtmatige vordering'. Nu het Openbaar Ministerie op grond van beginselen van behoorlijk procesorde is gebonden

  • Strafrecht overigCassatie
    Belaging, art. 285b Sr. Klachttermijnvereiste, art. 66.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit…

    Hoge Raad31 mei 2022ECLI:NL:HR:2022:799Aangehaald in 5 uitspraken

    misdrijf van belaging slechts op klacht vervolgbaar. Op grond van artikel 66 lid 1 Sr kan de klacht worden ingediend gedurende drie maanden na de dag waarop de tot klacht gerechtigde kennis … raadsvrouw heeft aangevoerd dat de klacht niet binnen de termijn van artikel 66 lid 1 Sr is ingediend en dat dit moet leiden tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie

  • Strafrecht overigCassatie
    Begunstiging, art. 189.1.1 Sr. Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van art. 189 Sr moet…

    Hoge Raad10 juni 2014ECLI:NL:HR:2014:1368

    verschafte alibi vals was, is het misdrijf niet voltooid." 2.3. Art. 189, eerste lid onder 1°, Sr luidt: "1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde … ambtenaren van de justitie of politie" in de zin van art. 189, eerste lid onder 1°, Sr, getuigt derhalve van een onjuiste rechtsopvatting. 2.5. Het middel is terecht voorgesteld. 2.6. De Hoge

  • Strafrecht overigCassatie
    Vervoeren van cocaïne en heroïne en ‘op de pof’ verkopen, afleveren en verstrekken van cocaïne, art. 2.B…

    Hoge Raad11 oktober 2022ECLI:NL:HR:2022:1423Aangehaald in 5 uitspraken

    begaan of voorbereid; (...)” 2.3.2 Onder ‘het strafbare feit’ en ‘het feit’ in artikel 33a lid 1 Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één … artikel 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9.) 2.4 Blijkens de bewijsoverweging

  • Strafrecht overigCassatie
    Omkopingsaffaire bij BV, waarbij door toedoen van medeverdachte A en verdachte bij BV netwerk van personen…

    Hoge Raad21 april 2020ECLI:NL:HR:2020:572Aangehaald in 31 uitspraken

    ECLI:NL:RBMNE:2017:2252” 2.3.1 De tenlastelegging is toegesneden op artikel 328ter lid 1 Sr. Daarom moet de in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende term ‘lasthebber’ geacht worden aldaar … gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in artikel 328ter Sr. 2.3.2 Artikel 328ter lid 1 Sr luidde ten tijde van het bewezenverklaarde: “Hij die, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde

  • Strafrecht overigCassatie
    Verkrachting, meermalen gepleegd (art. 242 Sr (oud)), wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr)…

    Hoge Raad18 november 2025ECLI:NL:HR:2025:1705

    gesteld, dan wel te behoren tot de in artikel 37a, eerste lid en onder 1, Sr nader vermelde specifieke misdrijven. In de derde plaats dient de veiligheid van anderen … 1 en 4 zijn misdrijven als bedoeld in artikel 37a, eerste lid aanhef en onder 1 Sr waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. Het hof is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden

  • Strafrecht overigCassatie
    Aanwezig hebben (art. 3.C Opiumwet) en verkopen (art. 3.B Opiumwet) van hasj, gewoontewitwassen van…

    Hoge Raad31 mei 2022ECLI:NL:HR:2022:798Aangehaald in 11 uitspraken

    voorwerpen.” 3.3.2 Onder ‘het strafbare feit’, ‘het feit’ en ‘het misdrijf’ in artikel 33a lid 1 Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één … artikel 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9.) 3.4.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer over

  • Strafrecht overigCassatie
    Verkopen en vervoeren van cocaïne, art. 2.B Opiumwet (feit 1) en eenvoudige belediging ambtenaar, 266.1 jo…

    Hoge Raad15 november 2022ECLI:NL:HR:2022:1620

    voorwerpen.” 3.3.2 Onder ‘het strafbare feit’, ‘het feit’ en ‘het misdrijf’ in artikel 33a lid 1 Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één … artikel 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9.) 3.4 Het hof heeft kennelijk geoordeeld

  • Strafrecht overigCassatie
    Hennepteelt op 17- en 18-jarige leeftijd op zijn kamer op zolderverdieping van ouderlijke woning (art. 3.B…

    Hoge Raad13 juli 2021ECLI:NL:HR:2021:1034Aangehaald in 8 uitspraken

    artikel 13 lid 2 van de Opiumwet, in samenhang met artikel 70 lid 1 Sr, beloopt de verjaringstermijn ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 16-653012-13 onder 1 … verdachte op dat moment achttien jaren oud was, niet de in artikel 77d lid 1 Sr bedoelde halvering van de verjaringstermijn van toepassing is, zodat het recht tot strafvordering bij aanvang

  • Strafrecht overigCassatie
    Faillissementsfraude door bedrieglijke bankbreuk en onttrekking van goederen aan failliete boedel, meermalen…

    Hoge Raad14 oktober 2025ECLI:NL:HR:2025:1392

    voorkomen, een van zijn schuldeisers op enige wijze bevoordeeld heeft of bevoordeelt; (...).” - artikel 341 lid 1 Sr, zoals dat luidt sinds 1 juli 2016: “Hij die in staat van faillissement is verklaard … toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de aanpassing van artikel 341 lid 1 Sr met ingang van 1 juli 2016 houdt onder meer in: “Het gaat in artikel 341 Sr

  • Strafrecht overigCassatie
    Opzettelijk niet voldoen aan bevel of vordering, krachtens art. 2.3.13 APV Breda 2004 gedaan door…

    Hoge Raad11 oktober 2022ECLI:NL:HR:2022:1417

    beoordeling van het cassatiemiddel zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang. - Artikel 184 lid 1 Sr: “Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door … periode van ten hoogste 12 weken.” 2.4 De tenlastelegging is toegesneden op artikel 184 lid 1 Sr. Die bepaling eist een ‘krachtens wettelijk voorschrift’ gegeven bevel of gedane vordering. Zo’n voorschrift

  • Strafrecht overigCassatie
    Diefstal, art. 310 Sr. Voorwaardelijke ISD-maatregel. Voorwaarden art. 38m.1 Sr. De rechter die de in art…

    Hoge Raad5 juli 2022ECLI:NL:HR:2022:1012

    bijzondere voorwaarden en een proeftijd van twee jaren passend en geboden.” 2.3 Artikel 38m lid 1 Sr luidt: “1. De rechter kan op vordering van het openbaar ministerie de maatregel opleggen … opleggen van de maatregel eist.” 2.4 De rechter die de in artikel 38m lid 1 Sr bedoelde ISD-maatregel oplegt, moet er in de motivering van zijn beslissing blijk van geven

  • Strafrecht overigHerziening
    Herziening. Opzettelijk auto aan het krachtens de wet daarop gelegde beslag onttrekken (art. 198.1 Sr)…

    Hoge Raad6 september 2022ECLI:NL:HR:2022:1137

    ECLI:NL:HR:1995:ZD0176). Met de woorden ‘krachtens de wet’ in artikel 198 lid 1 Sr wordt daarbij tot uitdrukking gebracht dat het beslag op de in de wet voorgeschreven wijze … gaat om een civiel beslag, bij de beoordeling van een op artikel 198 lid 1 Sr toegesneden tenlastelegging kan toetsen of het beslag op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorschreven

  • Strafrecht overigCassatie
    Ontucht met minderjarige zoons, meermalen gepleegd, art. 249.1 Sr. Is sprake van ontucht plegen “met” als…

    Hoge Raad3 december 2019ECLI:NL:HR:2019:1882

    jaren of geldboete van de vierde categorie.” - Art. 250, eerste lid aanhef en onder 1°, Sr: “1.Wordt gestraft: 1° met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie … gedragingen van de verdachte kunnen worden gekwalificeerd onder art. 250, eerste lid aanhef en onder 1°, Sr zonder dat dat wijziging van het in deze zaak toepasselijke strafmaximum ten gevolge heeft, heeft

  • Strafrecht overigCassatie
    Opzettelijk gebruik maken van vals Italiaans rijbewijs, door hof gekwalificeerd als opzettelijk gebruik maken…

    Hoge Raad2 november 2021ECLI:NL:HR:2021:1627Aangehaald in 9 uitspraken

    maart 2014, Stb. 2014, 125, waarbij in artikel 231 lid 1 Sr onder meer de bewoordingen “een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht” zijn opgenomen, houdt … anderzijds nieterkende identiteitsbewijzen, zoals bibliotheekkaarten en universiteitspassen - is met de in artikel 231 lid 1 Sr gebruikte bewoordingen “als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht” beoogd om niet

  • Strafrecht overigCassatie
    OM-cassatie en cassatie verdachte. Vrijspraak mensenhandel door destijds 5-jarige kleindochter en 13-jarige…

    Hoge Raad21 april 2020ECLI:NL:HR:2020:672Aangehaald in 13 uitspraken

    aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.” 4.3 Het in artikel 273f lid 1 Sr voorkomende bestanddeel (oogmerk van) uitbuiting is in de wet niet gedefinieerd, anders dan door de opsomming … aanhef en onder 4°, Sr in verbinding met artikel 273f lid 1, aanhef en onder 1°, Sr bedoelde middelen en het hof de strafbare aard van de verrichte activiteiten en de minderjarige

  • Strafrecht overigCassatie
    Medeplegen gekwalificeerde doodslag bij woningoverval in Gees. 1. TBS met dwangverpleging opgelegd in h.b…

    Hoge Raad16 februari 2021ECLI:NL:HR:2021:217Aangehaald in 8 uitspraken

    misdrijven zoals specifiek in de wet (artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1, Sr) zijn vermeld. In de derde plaats dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid … zaak sprake van een misdrijf zoals bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1, Sr. Daarnaast is sprake van zodanig recidivegevaar, in die zin dat de veiligheid van anderen

  • Strafrecht overigCassatie
    Schuldwitwassen van geldbedragen (€ 9.958), art. 420quater.1.b Sr. Bewijsklacht ‘verwerven’ en ‘voorhanden…

    Hoge Raad10 juni 2025ECLI:NL:HR:2025:871Aangehaald in 9 uitspraken

    pleger – ‘voorhanden hebben’ van een voorwerp in de zin van artikel 420quater lid 1 Sr is vereist dat de verdachte het voorwerp opzettelijk aanwezig heeft (vgl. HR 30 januari 2024, ECLI … volgt dat het bij het – als pleger – ‘verwerven’ in de zin van artikel 420quater lid 1 Sr gaat om het verrichten van een handeling die tot gevolg heeft dat de feitelijke zeggenschap

  • Strafrecht overigCassatie
    Openlijke geweldpleging door ’s nachts in uitgaansgebied in Terneuzen tegen 2 politieagenten te schreeuwen en…

    Hoge Raad10 november 2020ECLI:NL:HR:2020:1757Aangehaald in 5 uitspraken

    Wetboek van Strafrecht.” 2.3 De tenlastelegging is toegesneden op artikel 141 lid 1 Sr. Daarom moet worden aangenomen dat het in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende woord ‘geweld’ is gebruikt … sprake is van openlijk “geweld” tegen personen in de zin van artikel 141 lid 1 Sr, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. 2.5 Het middel faalt. 3 Beslissing

  • Strafrecht overigCassatie
    Dakloze verdachte trapt en slaat zijn eveneens dakloze vriendin gedurende een periode van 6 maanden…

    Hoge Raad30 januari 2018ECLI:NL:HR:2018:113Aangehaald in 8 uitspraken

    zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in art. 304, aanhef en onder 1°, Sr. 3.3.1. Art. 304 Sr luidt, voor zover hier van belang: "De in de artikelen … mishandeling telkens heeft begaan tegen "zijn levensgezel" als bedoeld in art. 304, aanhef en onder 1°, Sr, aangezien [slachtoffer] en de verdachte een nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid onderhielden

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.