329 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieHet valselijk plaatsen van een merk i.d.z.v. art. 219.1° Sr. Blijkens het bewijsmiddel bestond de vervanging…
Hoge Raad|22 januari 2008|ECLI:NL:HR:2008:BB7136
valselijk plaatsen van een merk in de zin van art. 219 onder 1° Sr. 4.2. Onder 6 is bewezenverklaard dat de verdachte: "in de periode van 1 december … valselijk plaatsen van een merk - een en ander in de zin van art. 219 onder 1° Sr - is juist. De rechtsklacht is dus ongegrond. De motiveringsklacht kan onbesproken blijven. 4.5. Het middel
- Strafrecht overigCassatieJeugdzaak. Overtreding gebiedsverbod burgemeester, art. 184.1 Sr. Onderzoek door strafrechter naar…
Hoge Raad|1 juni 2021|ECLI:NL:HR:2021:787Aangehaald in 6 uitspraken
ongewenstverklaring bij bezwaar of beroep is komen te vervallen.” 2.3.1 Artikel 184 lid 1 Sr luidt, voor zover hier van belang: “Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel (...), krachtens wettelijk voorschrift … krachtens een wettelijk voorschrift gegeven bevel” als bedoeld in artikel 184 lid 1 Sr kan alleen sprake zijn als dit bevel is gegeven krachtens een verbindend wettelijk voorschrift en in overeenstemming
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, meermalen gepleegd (art. 69.2 AWR) en als…
Hoge Raad|25 maart 2025|ECLI:NL:HR:2025:450
gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.” - Artikel 339 lid 1 Sr, opgenomen in Titel XXV (“Bedrog”) van het Tweede Boek: “Bij veroordeling wegens … uitoefening van dat beroep worden ontzet.” 3.4 Op grond van artikel 28 lid 1 Sr kan een verdachte worden ontzet uit onder meer het recht bepaalde beroepen uit te oefenen. Die mogelijkheid
- Strafrecht overigCassatieAls penningmeester van stichting verduisteren van gelden, meermalen gepleegd (art. 321 Sr) en opzettelijk…
Hoge Raad|18 juni 2024|ECLI:NL:HR:2024:765
rechterlijke uitspraak kan worden ontzet, zijn: (...) 5º. de uitoefening van bepaalde beroepen.” - Artikel 235 lid 1 Sr, opgenomen in Titel XII (“Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken”) van het Tweede Boek … aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is.” 2.4.1 Op grond van artikel 28 lid 1 Sr kan een verdachte worden ontzet uit onder meer het recht bepaalde beroepen uit te oefenen
- Strafrecht overigCassatieDoodslag op echtgenote (art. 287 Sr) en haar ongeboren kind (art. 287 jo. 82a Sr) op 27/28 februari 2019 te…
Hoge Raad|23 november 2021|ECLI:NL:HR:2021:1747Aangehaald in 17 uitspraken
Doodslag op echtgenote (art. 287 Sr) en haar ongeboren kind (art. 287
- Strafrecht overigCassatieMet de handen de binnenkant van de vagina betasten levert sexueel binnendringen van het lichaam cfm art. 244…
Hoge Raad|22 februari 1994|ECLI:NL:HR:1994:ZC9650Aangehaald in 10 uitspraken
orde is als het binnendringen met de penis. Voor een dergelijke extensieve interpretatie laat art. 1 Sr geen ruimte. Indien de wetgever bedoeld zou hebben ook andere vormen van penetratie … maar ook aan hedendaagse ethische inzichten beantwoordt. Daarom is van strijd met art. 1 lid 1 Sr geen sprake . Het middel, dat van een ander standpunt uitgaat, is ongegrond. 8. De twee
- Strafrecht overigCassatieBegunstiging, art. 189.1.1 Sr. Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van art. 189 Sr moet…
Hoge Raad|10 juni 2014|ECLI:NL:HR:2014:1372
verschafte alibi vals was, is het misdrijf niet voltooid." 2.3. Art. 189, eerste lid onder 1°, Sr luidt: "1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde … ambtenaren van de justitie of politie" in de zin van art. 189, eerste lid onder 1°, Sr, getuigt derhalve van een onjuiste rechtsopvatting. 2.5. Het middel is terecht voorgesteld. 2.6. De Hoge
- Strafrecht overigCassatieBelaging (art. 285b.1 Sr), smaadschrift (art. 262.2 Sr) en opzettelijk handelen in strijd met…
Hoge Raad|19 november 2024|ECLI:NL:HR:2024:1671
gesteld, dan wel te behoren tot de in artikel 37a, eerste lid en onder 1, Sr nader vermelde specifieke misdrijven. In de derde plaats dient de veiligheid van anderen … anderen dan wel de algemene veiligheid van personen” als bedoeld in artikel 37a lid 1 Sr ook moet worden begrepen gevaar voor psychische schade van een of meer anderen. Dat oordeel
- Strafrecht overigCassatieVoorbereiding terroristisch misdrijf (art. 96 jo. 157, 176a, 288a en 289a Sr) door aan lid van IS gelegenheid…
Hoge Raad|10 december 2024|ECLI:NL:HR:2024:1831
begaan of voorbereid.” 3.3.2 Onder ‘het strafbare feit’ en ‘het feit’ in artikel 33a lid 1 Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één … artikel 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9.) 3.4 Zoals blijkt uit de bewijsoverweging
- Strafrecht overigBodemzaakBelaging door gedurende periode van bijna 5 maanden 130 briefjes met beledigende en bedreigende teksten en…
Hoge Raad|17 maart 2020|ECLI:NL:HR:2020:445Aangehaald in 8 uitspraken
onrechte artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) en niet artikel 55 lid 1 Sr heeft toegepast. 3.2.1 Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “1 … wijziging van deze bepaling houdt, in het licht van artikel 1 lid 1 Sr, een wijziging in van de toepasselijke regels van sanctierecht. Gelet hierop en in aanmerking genomen
- Strafrecht overigCassatie in het belang der wetCassatie in belang der wet. Bezwaarschrift tegen toepassing vervangende hechtenis wegens niet (naar behoren)…
Hoge Raad|30 januari 2018|ECLI:NL:HR:2018:118Aangehaald in 7 uitspraken
Advocaat-Generaal in zijn vordering onder 3 gegeven samenvatting - om het volgende: "Art. 22g lid 1 Sr bepaalt kort gezegd dat vervangende hechtenis wordt toegepast als de tenuitvoerlegging van een opgelegde taakstraf … Sr, dat is geschreven voor de vordering tot tenuitvoerlegging als bedoeld in art. 14g lid 1 Sr, op de behandeling van het bezwaarschrift van overeenkomstige toepassing. (...) De rechtsvraag die ik door middel
- Strafrecht overigCassatieBigamie. 1. Het “wettig” gehuwd zijn vormt geen bestanddeel van het delict van art. 237.1.1° Sr. 2. Het Hof…
Hoge Raad|1 december 2009|ECLI:NL:HR:2009:BJ2779
gekomen. 3.2. De tenlastelegging is toegesneden op art. 237, eerste lid aanhef en onder 1°, Sr. Die bepaling luidt: "Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie … gehuwd zijn geen bestanddeel van het delict van art. 237, eerste lid aanhef en onder 1°, Sr. Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de steller van de tenlastelegging
- Strafrecht overigCassatie(Medeplegen) valsheid in geschrift door als medewerker bij notariskantoor diverse stukken te vervalsen, art…
Hoge Raad|19 december 2023|ECLI:NL:HR:2023:1767
rechterlijke uitspraak kan worden ontzet, zijn: 5°. de uitoefening van bepaalde beroepen.” - artikel 235 lid 1 Sr: “Bij veroordeling wegens een der in deze titel omschreven misdrijven, kan de schuldige worden ontzet … Wetboek van Strafrecht opgenomen als artikel 235 Sr. 2.4 Op grond van artikel 28 lid 1 Sr kan een verdachte worden ontzet van onder meer het recht bepaalde beroepen uit te oefenen
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen mensenhandel door kwetsbare, verslaafde man gedurende periode van ruim 3 jaren 7 dagen per week…
Hoge Raad|11 april 2023|ECLI:NL:HR:2023:534Aangehaald in 10 uitspraken
Medeplegen mensenhandel door kwetsbare, verslaafde man gedurende periode van ruim 3 jaren 7 dagen per week zonder betaling van loon in café van verdachte te laten werken, art. 273f.1.4 en 273f.1.6 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Is sprake van uitbuiting? HR herhaalt relevante overwegingen uit…
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen handel in cocaïne (art. 2.B Opiumwet). Verbeurdverklaring 2 telefoons, art. 33a.1.c Sr. Heeft hof…
Hoge Raad|25 maart 2025|ECLI:NL:HR:2025:453
begaan of voorbereid.” 2.4.2 Onder ‘het strafbare feit’ en ‘het feit’ in artikel 33a lid 1 Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één … artikel 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9.) 2.5 In aanmerking genomen wat is bewezenverklaard
- Strafrecht overigCassatiePoging tot doodslag (art. art. 287 Sr), poging tot zware mishandeling (art. 302.1 Sr) en opzettelijke en…
Hoge Raad|28 november 2023|ECLI:NL:HR:2023:1663
beschikking gestelde zich bereid heeft verklaard tot naleving van de voorwaarde.” - artikel 38a lid 1 Sr zoals dat luidde ten tijde van de bewezenverklaarde feiten: “De voorwaarden bedoeld in het eerste … gestelde voorwaarde. 2.7.2 Een maatregel van terbeschikkingstelling geldt op grond van artikel 38d lid 1 Sr voor de termijn van twee jaar. Die termijn kan door de verlengingsrechter, op vordering
- Strafrecht overigCassatieDeelneming aan criminele organisatie die zich bezighoudt met productie van BMK en amfetamine (art. 11b…
Hoge Raad|25 november 2025|ECLI:NL:HR:2025:1772
misdrijf zijn vervaardigd of bestemd.” 3.3.2 Onder ‘het strafbare feit’ in artikel 33a lid 1 Sr moet het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één van de in artikel … 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9.) 3.4 Voor zover het hof heeft geoordeeld dat er aanwijzingen
- Strafrecht overigCassatieMisbruik van identificerende persoonsgegevens door paspoort van ander te tonen ter identificatie, art. 231b…
Hoge Raad|25 juni 2024|ECLI:NL:HR:2024:808
gebruik wordt gemaakt van een reisdocument of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 231 lid 1 Sr dat op naam staat van een ander. Die opvatting vindt geen steun in de bewoordingen … wijze dan door gebruikmaking van een reisdocument of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 231 lid 1 Sr. Evenmin volgt daaruit dat artikel 231 Sr zich ten opzichte van artikel 231b Sr verhoudt
- Strafrecht overigBeschikkingHoge Raad · Beschikking · Strafrecht overig
Hoge Raad|16 december 1986|ECLI:NL:HR:1986:AC9607Aangehaald in 17 uitspraken
16 december 1986 Strafkamer Nr. 1894 Besch. GG Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 6 juni 1986 in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1923, wonende te [woonplaats] (Frankrijk), zonder…
- Strafrecht overigCassatieMensenhandel t.a.v. minderjarige (art. 273f.1.5 Sr) en onttrekken van minderjarige aan gezag (art. 279.1 Sr)…
Hoge Raad|16 juni 2020|ECLI:NL:HR:2020:1032Aangehaald in 5 uitspraken
cassatiemiddel faalt in zoverre. 2.7.1 De tenlastelegging onder 2 is toegesneden op artikel 279 lid 1 Sr. Deze bepaling luidt als volgt: “Hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over … bewezenverklaarde feit, slaagt het, in aanmerking genomen dat de minderjarigheid in artikel 279 lid 1 Sr niet is geobjectiveerd, zodat het opzet ten aanzien van dit bestanddeel moet worden bewezen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.