Zoekresultaten

Voor “"1 Rv"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

14 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad7 april 2000ECLI:NL:HR:2000:AA5404Aangehaald in 19 uitspraken

    partij die terzake met het bewijs is belast, zoals bedoeld in art. 213 lid 1 Rv., achtte M&B niet geslaagd in het bewijs dat tussen haar en [verweerster] “geen overeenstemming … opleveren, een onjuiste toepassing heeft gegeven aan art. 213 lid 1 Rv., nu de daar bedoelde beperkte bewijskracht alleen toekomt aan de getuigenverklaring van de partij op wie de bewijslast

  • InsolventierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Insolventierecht

    Hoge Raad22 december 2000ECLI:NL:HR:2000:AA9131

    Rv. (iii) [Verweerster] heeft de volgens de verklaring verschuldigde geldsommen niet overeenkomstig art. 477 lid 1 Rv. aan de belastingdeurwaarder voldaan. (iv) De Ontvanger heeft [verweerster] op 18 september 1997 gedagvaard … proceskosten, waar [verweerster] door haar verzuim te voldoen aan haar uit art. 477 lid 1 Rv. bedoelde betalingsverplichting de Ontvanger genoopt had tot het aanspannen van de onderhavige procedure

  • Personen- en familierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht

    Hoge Raad30 juni 2000ECLI:NL:HR:2000:AA6342

    deel uit. De vrouw heeft primair verzocht de man op grond van art. 824 lid 1 Rv. niet-ontvankelijk te verklaren in het beroep, subsidiair het beroep te verwerpen. De man heeft … maand zal verstrekken. Tegen een zodanige beschikking staat ingevolge art. 824 lid 1 Rv. geen hogere voorziening open, behoudens cassatie in het belang der wet. Ook indien zou moeten worden aangenomen

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad24 november 2000ECLI:NL:HR:2000:AA8734

    Rv. voorgeschreven termijn van dagvaarding niet in acht genomen. Uit art. 91 lid 1 Rv. volgt dat hetgeen in de art. 7 en 8 is voorgeschreven op straffe van nietigheid moet worden … acht genomen. De dagvaarding lijdt dus aan een gebrek dat nietigheid meebrengt. Art. 92 lid 1 Rv. bepaalt dat een gebrek in een dagvaarding, dat nietigheid meebrengt, bij deurwaardersexploit, uitgebracht voor

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad17 maart 2000ECLI:NL:HR:2000:AA5166

    toepassing”. Voor het cassatieberoep bepaalt - het ook in genoemde periode geldende - art. 426 lid 1 Rv. dat het beroep kan worden ingesteld binnen twee maanden na de dagtekening der beschikking … zijn uitgesproken is verzonden, [verzoeker] niet gebonden zou zijn aan de in art. 426 lid 1 Rv. voorgeschreven termijn. Aannemende dat [verzoeker] eerst na de verzending kennis kreeg van de bestreden beschikking

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad15 september 2000ECLI:NL:HR:2000:AA7106

    middel betoogt dat dit oordeel in strijd is met art. 157b lid 1 Rv. omdat van een beslissing omtrent de absolute bevoegdheid steeds hoger beroep openstaat ongeacht of het vonnis … zijn - behoudens uitzonderingen - zowel op tussenvonnissen als op eindvonnissen van toepassing. Uit art. 157b lid 1 Rv. volgt dat tegen een tussenvonnis waarbij de rechter zijn bevoegdheid heeft aangenomen, in zoverre alleen

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad25 februari 2000ECLI:NL:HR:2000:AA4936Aangehaald in 29 uitspraken

    ieder geval niet binnen drie dagen bij exploit is herhaald, zoals art. 84 lid 1 Rv. voorschrijft. 3.3 In hoger beroep oordeelde de Rechtbank [huurder] ontvankelijk in zijn verzet. Hetgeen de Rechtbank

  • Personen- en familierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht

    Hoge Raad16 juni 2000ECLI:NL:HR:2000:AA6242

    getekend door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv. 4. Beslissing De Hoge Raad verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar beroep. Deze beschikking is gegeven

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad28 april 2000ECLI:NL:HR:2000:AA5782

    advocaat bij de Hoge Raad. Ingevolge het in deze zaak toepasselijke art. 426a lid 1 Rv. moet Hermans-Maasdal niet-ontvankelijk in haar beroep worden verklaard. 4. Beslissing De Hoge Raad verklaart

  • Personen- en familierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht

    Hoge Raad14 juli 2000ECLI:NL:HR:2000:AA6532

    onderhavige procedure meebrengt dat de rechter niet op de voet van art. 192 lid 1 Rv. verplicht is gevolg te geven aan een aanbod bewijs door getuigen te leveren

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad17 maart 2000ECLI:NL:HR:2000:AA5168

    wordt tevergeefs voorgesteld. Van “benadeling in zijn verdediging” in de zin van art. 94 lid 1 Rv. is slechts sprake indien het gebrek in de dagvaarding van dien aard

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad8 december 2000ECLI:NL:HR:2000:AA8922

    deze (algemeen verbindend verklaarde) CAO bevat een afwijking van de in art. 179 lid 1 Rv. neergelegde hoofdregel dat bewijs door alle middelen kan worden geleverd. Door getuigenbewijs als bewijsmiddel te aanvaarden

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad27 oktober 2000ECLI:NL:HR:2000:AA7913

    onjuiste rechtsopvatting heeft de Rechtbank blijk gegeven indien zij het bepaalde bij art. 192 lid 1 Rv. mocht hebben miskend. Mocht de Rechtbank deze bepaling niet uit het oog hebben verloren, maar

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad21 april 2000ECLI:NL:HR:2000:AA5595

    voorgelegd, had de Rechtbank deze dan ook op de voet van art. 157a lid 1 Rv. in de stand van hoger beroep behoren te verwijzen naar het gerechtshof. Doende wat de Rechtbank

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.