Civiel recht overig

Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

Hoge Raad, 28 april 2000

Zaakgegevens

Op 28 april 2000 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 april 2000
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
R00/006HR
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2000:AA5782
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 28 april 2000deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2000:AA5782

  2. Conclusie A-G · 28 april 2000

    ECLI:NL:PHR:2000:AA5782

Uitspraak

28 april 2000

Eerste Kamer

Rek.nr. R00/006HR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

HERMANS-MAASDAL B.V.,

gevestigd te Wijnandsrade, gemeente Nuth,

VERZOEKSTER tot cassatie,

t e g e n

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 4 maart 1999 ter griffie van het Kantongerecht te Heerlen ingediend verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - zich gewend tot de Kantonrechter aldaar en ontbinding van de arbeidsovereenkomst met verzoekster tot cassatie - verder te noemen: Hermans-Maasdal - verzocht wegens gewichtige redenen onder toekenning van een vergoeding van ƒ 330.336,-- bruto en met veroordeling van Hermans-Maasdal in de kosten van de procedure ten bedrage van ƒ 2.350,--.

Hermans-Maasdal heeft het verzoek bestreden.

De Kantonrechter heeft na een tussenbeschikking van 29 april 1999 bij eindbeschikking van 21 mei 1999 de arbeidsovereenkomst tussen partijen wegens gewichtige redenen ontbonden met ingang van 1 juni 1999, aan [verweerder] ten laste van Hermans-Maasdal een vergoeding van ƒ 200.000,-- bruto toegekend, en het meer of anders verzoch-te afgewezen.

Tegen beide beschikkingen heeft Hermans-Maasdal hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Maastricht.

Bij beschikking van 11 november 1999 heeft de Rechtbank het hoger beroep verworpen.

De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft Hermans-Maasdal zelf beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar beroep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het beroep in cassatie is vervat in een verzoekschrift dat niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Ingevolge het in deze zaak toepasselijke art. 426a lid 1 Rv. moet Hermans-Maasdal niet-ontvankelijk in haar beroep worden verklaard.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart Hermans-Maasdal niet-ontvankelijk in haar beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P. Neleman, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 28 april 2000.