Civiel recht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad, 28 april 2000
ECLI:NL:PHR:2000:AA5782 · Parket bij de Hoge Raad · 28 april 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2000-aa5782
Zaakgegevens
Op 28 april 2000 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 april 2000
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R00/006HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2000:AA5782
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 28 april 2000
ECLI:NL:HR:2000:AA5782Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 april 2000deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2000:AA5782
Conclusie
Nr. R 00/006 HR Mr. Mok
(ontbinding a.o.) Conclusie inzake
Parket, 26 januari 2000 HERMANS-MAASDAL B.V.
Edelhoogachtbaar college,
1. Gielkens, een werknemer van verzoekster van cassatie, Hermans-Maasdal B.V, heeft de kantonrechter te Heerlen verzocht om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met Hermans-Maasdal.
Na een tussenbeschikking heeft de kantonrechter bij beschikking van 21 mei 1999 het verzoek ingewilligd, onder toekenning van een vergoeding ten laste van Hermans-Maasdal aan Gielkens van ƒ 200.000.
2. Van deze uitspraak is Hermans-Maasdal in appel gekomen bij de rechtbank te Maastricht.
Omdat de kantonrechter volgens verzoekster art. 7:685 BW buiten toepassing had gelaten of buiten het toepassingsgebied van dat artikel was getreden, heeft de rechtbank Hermans-Maasdal ontvankelijk in haar beroep geacht.
Bij beschikking van 11 november 1999 heeft de rechtbank het hoger beroep verworpen.
3. Hermans-Maasdal heeft tegen deze beschikking (tijdig) beroep in cassatie ingesteld bij een op 11 januari 2000 bij de Hoge Raad ingekomen schriftuur, getekend door “[…], directeur”.
4. Cassatieverzoekschriften dienen ingevolge art. 426a Rv ondertekend te worden door een advocaat bij de Hoge Raad, tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit1.
5. Het (uitsluitend) door de directeur van verzoekster getekende cassatierekest klaagt over schending van grondwettelijke rechten en van fundamentele rechtsbeginselen (waaronder van de beginselen van hoor en wederhoor, van onpartijdige behandeling, dat het bewijs een essentieel onderdeel is van het recht en van de motiveringsplicht).
Bij mijn weten bestaat geen bijzondere wettelijke bepaling waaruit voortvloeit dat een cassatieverzoekschrift dat zodanige klachten bevat niet ondertekend behoeft te zijn door een advocaat. Bijgevolg kan verzoekster niet in haar beroep worden ontvangen.
6. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
plv.