27 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieTussenarrest HR. Medeplegen voorbereidingshandelingen vervoeren cocaïne (art. 10a Opiumwet), deelname aan…
Hoge Raad|29 maart 2022|ECLI:NL:HR:2022:466Aangehaald in 36 uitspraken
1 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) in verbinding met artikel 420bis lid 1 Sr. 3.2.1 Ten laste van de verdachte is onder 7 bewezenverklaard dat: “hij op tijdstippen
- Strafrecht overigCassatieOM-cassatie. Vrijspraak verdachte (niet aangemerkt als politica) t.z.v. groepsbelediging door in toespraak…
Hoge Raad|18 oktober 2022|ECLI:NL:HR:2022:1468Aangehaald in 5 uitspraken
zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken.” 2.3.1 De tenlastelegging is toegesneden op artikel 137c lid 1 Sr. Daarom moet worden aangenomen dat de in de tenlastelegging voorkomende term ‘beledigend’ is gebruikt … betekenis die deze term heeft in die bepaling. 2.3.2 Artikel 137c lid 1 Sr luidt: “Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over
- Strafrecht overigCassatieEetpiraat. Medeplegen oplichting door zich voor te doen als betalende klant en medewerkers van…
Hoge Raad|4 oktober 2022|ECLI:NL:HR:2022:1361
betrokkene 3] staat op die foto.” 2.3.1 De tenlastelegging is toegesneden op artikel 326 lid 1 Sr. Daarom moet worden aangenomen dat de in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende woorden … gebruikt in de betekenis die deze woorden hebben in die bepaling. 2.3.2 Artikel 326 lid 1 Sr luidt: “Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij
- Strafrecht overigCassatieHells Angels, charter Haarlem. Deelneming criminele organisatie, art. 140 Sr. Bewijsklachten. Heeft verdachte…
Hoge Raad|5 juli 2022|ECLI:NL:HR:2022:969Aangehaald in 101 uitspraken
Hells Angels, charter Haarlem. Deelneming criminele organisatie, art. 140 Sr. Bewijsklachten. Heeft
- Strafrecht overigCassatieNiet voldoen aan ambtelijk bevel, art. 184.1 Sr. Bevat art. 160.7 (oud) WVW 1994 een bevelsbevoegdheid? HR…
Hoge Raad|22 maart 2022|ECLI:NL:HR:2022:399
strafbare feiten”. 2.3 De ten tijde van het tenlastegelegde toepasselijke bepalingen luiden: - artikel 184 lid 1 Sr: “Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan … strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.” 2.4.1 De tenlastelegging is toegesneden op artikel 184 lid 1 Sr. Die bepaling eist een “krachtens wettelijk voorschrift” gegeven bevel of gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet
- Strafrecht overigCassatieHells Angels, charter Haarlem. Deelneming criminele organisatie door rechtspersoon (stichting), art. 140 Sr…
Hoge Raad|5 juli 2022|ECLI:NL:HR:2022:970Aangehaald in 14 uitspraken
Hells Angels, charter Haarlem. Deelneming criminele organisatie door rechtspersoon (stichting), art. 140 Sr. Bewijsklachten. Heeft verdachte deelgenomen aan criminele organisatie? HR geeft rechtspraak over bestanddelen ‘deelneming’, ‘organisatie’ en ‘oogmerk’ op hoofdlijnen weer. Rechtspersoon a.b.i. art. 51 Sr kan…
- Strafrecht overigCassatieBelaging, art. 285b Sr. Klachttermijnvereiste, art. 66.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit…
Hoge Raad|31 mei 2022|ECLI:NL:HR:2022:799Aangehaald in 5 uitspraken
misdrijf van belaging slechts op klacht vervolgbaar. Op grond van artikel 66 lid 1 Sr kan de klacht worden ingediend gedurende drie maanden na de dag waarop de tot klacht gerechtigde kennis … raadsvrouw heeft aangevoerd dat de klacht niet binnen de termijn van artikel 66 lid 1 Sr is ingediend en dat dit moet leiden tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie
- Strafrecht overigCassatieVervoeren van cocaïne en heroïne en ‘op de pof’ verkopen, afleveren en verstrekken van cocaïne, art. 2.B…
Hoge Raad|11 oktober 2022|ECLI:NL:HR:2022:1423Aangehaald in 5 uitspraken
begaan of voorbereid; (...)” 2.3.2 Onder ‘het strafbare feit’ en ‘het feit’ in artikel 33a lid 1 Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één … artikel 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9.) 2.4 Blijkens de bewijsoverweging
- Strafrecht overigCassatieAanwezig hebben (art. 3.C Opiumwet) en verkopen (art. 3.B Opiumwet) van hasj, gewoontewitwassen van…
Hoge Raad|31 mei 2022|ECLI:NL:HR:2022:798Aangehaald in 11 uitspraken
voorwerpen.” 3.3.2 Onder ‘het strafbare feit’, ‘het feit’ en ‘het misdrijf’ in artikel 33a lid 1 Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één … artikel 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9.) 3.4.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer over
- Strafrecht overigCassatieVerkopen en vervoeren van cocaïne, art. 2.B Opiumwet (feit 1) en eenvoudige belediging ambtenaar, 266.1 jo…
Hoge Raad|15 november 2022|ECLI:NL:HR:2022:1620
voorwerpen.” 3.3.2 Onder ‘het strafbare feit’, ‘het feit’ en ‘het misdrijf’ in artikel 33a lid 1 Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één … artikel 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9.) 3.4 Het hof heeft kennelijk geoordeeld
- Strafrecht overigCassatieOpzettelijk niet voldoen aan bevel of vordering, krachtens art. 2.3.13 APV Breda 2004 gedaan door…
Hoge Raad|11 oktober 2022|ECLI:NL:HR:2022:1417
beoordeling van het cassatiemiddel zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang. - Artikel 184 lid 1 Sr: “Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door … periode van ten hoogste 12 weken.” 2.4 De tenlastelegging is toegesneden op artikel 184 lid 1 Sr. Die bepaling eist een ‘krachtens wettelijk voorschrift’ gegeven bevel of gedane vordering. Zo’n voorschrift
- Strafrecht overigCassatieDiefstal, art. 310 Sr. Voorwaardelijke ISD-maatregel. Voorwaarden art. 38m.1 Sr. De rechter die de in art…
Hoge Raad|5 juli 2022|ECLI:NL:HR:2022:1012
bijzondere voorwaarden en een proeftijd van twee jaren passend en geboden.” 2.3 Artikel 38m lid 1 Sr luidt: “1. De rechter kan op vordering van het openbaar ministerie de maatregel opleggen … opleggen van de maatregel eist.” 2.4 De rechter die de in artikel 38m lid 1 Sr bedoelde ISD-maatregel oplegt, moet er in de motivering van zijn beslissing blijk van geven
- Strafrecht overigHerzieningHerziening. Opzettelijk auto aan het krachtens de wet daarop gelegde beslag onttrekken (art. 198.1 Sr)…
Hoge Raad|6 september 2022|ECLI:NL:HR:2022:1137
ECLI:NL:HR:1995:ZD0176). Met de woorden ‘krachtens de wet’ in artikel 198 lid 1 Sr wordt daarbij tot uitdrukking gebracht dat het beslag op de in de wet voorgeschreven wijze … gaat om een civiel beslag, bij de beoordeling van een op artikel 198 lid 1 Sr toegesneden tenlastelegging kan toetsen of het beslag op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorschreven
- Strafrecht overigCassatieBeleggingsfraude. Oplichting (art. 326 Sr) en verduistering (art. 321 Sr). Innerlijke tegenstrijdigheid door…
Hoge Raad|24 mei 2022|ECLI:NL:HR:2022:756Aangehaald in 5 uitspraken
Beleggingsfraude. Oplichting (art. 326 Sr) en verduistering (art. 321 Sr). Innerlijke tegenstrijdigheid
- Strafrecht overigCassatieOpenlijk geweld tegen personen, art. 141.1 Sr. Taakstrafverbod (art. 22b Sr) van toepassing? HR herhaalt…
Hoge Raad|25 januari 2022|ECLI:NL:HR:2022:11
oordeel niet begrijpelijk, reeds omdat het bewezenverklaarde misdrijf op grond van artikel 141 lid 1 Sr wordt bedreigd met een gevangenisstraf van vier jaren en zes maanden, terwijl de in artikel … onder 1° Sr bedoelde strafverzwarende omstandigheid niet is tenlastegelegd en bewezenverklaard. Voor zover het hof het oog heeft gehad op het tweede lid van artikel 22b Sr, is het oordeel evenmin begrijpelijk
- Strafrecht overigCassatieAls ambtenaar medeplegen van ontucht met persoon die aan zijn waakzaamheid is toevertrouwd door als…
Hoge Raad|22 maart 2022|ECLI:NL:HR:2022:413
Als ambtenaar medeplegen van ontucht met persoon die aan zijn waakzaamheid is toevertrouwd door als politieagent samen met collega tijdens carnavalsnacht in dienstauto seksuele handelingen te verrichten met dronken aangeefster (art. 249.2.1 Sr). Was aangeefster aan waakzaamheid van politieagenten toevertrouwd? Met de…
- Strafrecht overigCassatieDeelname aan criminele organisatie die zich bezighoudt met bedrijfsmatig telen en verkopen van hennep (art…
Hoge Raad|15 februari 2022|ECLI:NL:HR:2022:187Aangehaald in 9 uitspraken
feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één van de in artikel 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. (Vgl. HR 7 januari
- Strafrecht overigCassatieDwang door ex-partner te achtervolgen en met telefoon te filmen en deze film live op Facebook uit te zenden…
Hoge Raad|18 oktober 2022|ECLI:NL:HR:2022:1473Aangehaald in 7 uitspraken
betekenis die dat begrip heeft in die bepaling. 2.3.2 Artikel 284 lid 1, onder 1°, Sr luidt: “Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen oplichting woningbouwvereniging (art. 326.1 Sr) en medeplegen witwassen van geldbedragen (art…
Hoge Raad|1 februari 2022|ECLI:NL:HR:2022:109Aangehaald in 18 uitspraken
Medeplegen oplichting woningbouwvereniging (art. 326.1 Sr) en medeplegen witwassen van geldbedragen (art
- Strafrecht overigCassatie in het belang der wetCassatie in het belang van de wet. Wfz, Wvggz, Wzd. Anticipatiegebod a.b.i. art. 67a.3 Sv. Kan zorgmachtiging…
Hoge Raad|12 juli 2022|ECLI:NL:HR:2022:983Aangehaald in 11 uitspraken
zorg) (Kamerstukken II 2021/22, 35936, nr. 2) wordt voorgesteld om de in artikel 36f lid 1 Sr voorkomende woorden “of aan wie bij rechterlijke uitspraak een maatregel of een last als bedoeld
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.