10 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Internationaal privaatrechtCassatieCollectieve actie. Internationaal privaatrecht, bevoegdheid (art. 8, punt 1, Verordening Brussel I-bis)…
Hoge Raad|25 september 2026|ECLI:NL:HR:2026:1551
titel 14A van Boek 3 Rv). Reikwijdte van verlenging van dagvaardingstermijn (art. 1018d lid 2 Rv). Uitsluiting van hogere voorziening tegen beslissing over relatieve bevoegdheid (art. 110 lid 3 Rv). HOGE RAAD … niet om verlenging van die termijn heeft verzocht op de voet van art. 1018d lid 2 Rv, moet zij niet-ontvankelijk worden verklaard, aldus de rechtbank. 2.4 Voorts heeft de rechtbank geoordeeld
- Civiel recht overigArtikel 81 RO-zakenArt. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht, 403-verklaring. Schadestaatprocedure, schadeposten, verhouding tot…
Hoge Raad|25 september 2026|ECLI:NL:HR:2026:1550
verklaring. Schadestaatprocedure, schadeposten, verhouding tot hoofdprocedure, uitleg dictum. Stukken van geding, art. 419 lid 2 Rv. Betekenis arbitraal vonnis tussen deels andere partijen, uitleg. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/02458
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht; overgangsrecht. Art. 200 Rv van toepassing op…
Hoge Raad|6 februari 2026|ECLI:NL:HR:2026:201Aangehaald in 11 uitspraken
nieuwe recht (art. 200 lid 1 Rv in verbinding met art. 426 lid 2 Rv) bedraagt de cassatietermijn tegen de beslissing op een verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens … drie maanden naar vier weken voor hoger beroep en – gelet op art. 426 lid 2 Rv – acht weken voor cassatieberoep. 3.5 Art. XIIA van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht bevat
- Civiel recht overigCassatiePrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Online gokken. Verbod om zonder vergunning gelegenheid te geven om via…
Hoge Raad|3 juli 2026|ECLI:NL:HR:2026:1159
Interactive Limited, en D. Rijpma namens [A] Advocaten op de voet van art. 393 lid 2 Rv schriftelijke opmerkingen ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot beantwoording … Interactive Limited, en D. Rijpma namens [A] Advocaten op de voet van art. 393 lid 2 Rv schriftelijke opmerkingen ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot beantwoording
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Incidentele vordering in cassatie tot stellen van zekerheid voor proceskosten in cassatie (art…
Hoge Raad|13 februari 2026|ECLI:NL:HR:2026:230
Rv. Gesteld noch gebleken is dat een van de in art. 224 lid 2 Rv bedoelde uitzonderingen zich voordoet. Elser c.s. zijn dus gehouden zekerheid te stellen. De vordering van Head
- Civiel recht overigCassatieContractenrecht. Vraag of echtgenoot van eigenaar/verkoper van woning ook partij is bij koopovereenkomst…
Hoge Raad|10 juli 2026|ECLI:NL:HR:2026:1224
staan dat [de man] uit hoofde van de koopovereenkomst verkoper is. 3.1.3 Art. 157 lid 2 Rv bepaalt dat een authentieke of onderhandse akte ten aanzien van de verklaring van een partij
- Personen- en familierechtCassatiePrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Beschermingsbewind. Art. 3 lid 5, aanhef en…
Hoge Raad|17 juli 2026|ECLI:NL:HR:2026:1281
vraag te stellen, alsmede over de inhoud van de te stellen vraag (art. 392 lid 2 Rv). 3.1.2 Op grond van de gedingstukken moet worden aangenomen dat de kantonrechter de rechthebbende niet
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Verklaringsprocedure derdenbeslag. Art. 477a Rv. Ingangsdatum wettelijke rente.
Hoge Raad|3 juli 2026|ECLI:NL:HR:2026:1164
geding heeft Zuidwal in eerste aanleg op grond van art. 477a lid 2 Rv gevorderd dat [eiser] wordt veroordeeld tot betaling van € 859.676,-- met rente vanaf acht dagen na het te wijzen
- Internationaal privaatrechtCassatieInternationaal privaatrecht, bevoegdheid. Vervolg na HvJEU 13 februari 2025, ECLI:EU:C:2025:85. Art. 8, punt…
Hoge Raad|29 mei 2026|ECLI:NL:HR:2026:814
behoren dus niet tot de stukken van het geding als bedoeld in art. 419 lid 2 Rv. De Hoge Raad heeft daarom geen acht geslagen op deze stukken. 2 Uitgangspunten en feiten
- Civiel recht overigCassatieCollectieve actie. WAMCA. Ontvankelijkheidseisen belangenorganisatie (art. 3:305a lid 1-3 BW). Toetsing…
Hoge Raad|17 juli 2026|ECLI:NL:HR:2026:1198
Collectieve actie. WAMCA. Ontvankelijkheidseisen belangenorganisatie (art. 3:305a lid 1-3 BW). Toetsing ontvankelijkheidseisen in hoger beroep ex tunc of ex nunc? Representativiteitsvereiste. Mocht hof oordeel over vereisten art. 80 AVG in verbinding met art. 82 AVG uitstellen tot inhoudelijke fase? Uitzondering op…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.