4 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|11 januari 1995|ECLI:NL:HR:1995:AA3054
tijdens de parlementaire behandeling van de AWR was opgemerkt dat de verhoging van art. 21 AWR het karakter had van straf. Er waren echter ook aanwijzingen in andere richting … later 32c t/m 32g Wet LB 1964). Verhogingen als bedoeld in art. 21 AWR werden uitgezonderd (art. 32c, lid 1, later art. 32d, lid 1 Wet LB 1964) omdat het "(...) onbillijk zijn
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|2 november 1994|ECLI:NL:HR:1994:AA2944
vervolging niet uitsluitend is gegrond op artikel 68 AWR. Een dergelijke eis is in artikel 21 AWR niet te lezen. Hier is het complex van begane feiten als overtreding van artikel
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|14 juni 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6197
hebben op een nieuwe beoordeling van feitelijke aard, de toepassing van artikel 21 AWR op zichzelf niet onverenigbaar is met genoemde verdragsbepaling. Voorts houdt die bepaling niet een voor rechtstreekse toepassing door
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|1 mei 1996|ECLI:NL:HR:1996:AA1813
niet aansprakelijk kon worden gesteld voor een aan de (formele) werkgever opgelegde verhoging ex art. 21 AWR omdat deze straf een persoonlijk karakter heeft; zie eerdergenoemde conclusie, par. 3.2.2. Wat die bestuurders
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.