Zoekresultaten

Voor “"3:313 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

4 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overigCassatie
    Echtscheiding. Huwelijkse voorwaarden. Geval waarin aan periodiek verrekenbeding tijdens huwelijk geen…

    Hoge Raad2 december 2011ECLI:NL:HR:2011:BU6591Aangehaald in 28 uitspraken

    finale verrekenplicht verschuldigde eerst bij einde huwelijk kan worden gevorderd zodat ingevolge art. 3:313 BW verjaringstermijn eerst dan begint te lopen. In geval waarin voor nakoming periodieke verrekenplichten een termijn … verschuldigd, eerst bij het einde van het huwelijk kan worden gevorderd, zodat ingevolge art. 3:313 BW de verjaringstermijn eerst dan begint te lopen. In dit verband verdient opmerking dat de thans

  • Civiel recht overigCassatie
    Vermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313…

    Hoge Raad23 april 2021ECLI:NL:HR:2021:649Aangehaald in 16 uitspraken

    Vermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313 BW. Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar … tegen [eisers] hebben ingesteld, verjaren ingevolge art. 3:306 BW in verbinding met art. 3:313 BW door verloop van twintig jaren na de dag volgende op die waarop de onmiddellijke nakoming

  • Civiel recht overigCassatie
    Verbintenissenrecht. Regresvordering op hoofdelijk medeschuldenaar verjaard? Art. 3:310 lid 1 BW van…

    Hoge Raad6 april 2012ECLI:NL:HR:2012:BU3784Aangehaald in 104 uitspraken

    bedoelde verjaringstermijn is immers in beginsel het opeisbaar worden van de vordering (vgl. art. 3:313 BW). Deze termijn begint pas te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk … vordering reeds opeisbaar is, zoals ook tot uitdrukking komt in het algemeen luidende art. 3:313 BW. Daarom kan de vijfjarige verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 niet eerder een aanvang

  • Personen- en familierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht

    Hoge Raad12 november 1999ECLI:NL:HR:1999:AA3369Aangehaald in 19 uitspraken

    eerste (aangeduid met A) erop neerkomt dat het Hof heeft miskend dat volgens art. 3:313 BW de termijn van verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verplichting om te geven

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.