105 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieEchtscheiding. Huwelijkse voorwaarden. Geval waarin aan periodiek verrekenbeding tijdens huwelijk geen…
Hoge Raad|2 december 2011|ECLI:NL:HR:2011:BU6591Aangehaald in 28 uitspraken
finale verrekenplicht verschuldigde eerst bij einde huwelijk kan worden gevorderd zodat ingevolge art. 3:313 BW verjaringstermijn eerst dan begint te lopen. In geval waarin voor nakoming periodieke verrekenplichten een termijn … verschuldigd, eerst bij het einde van het huwelijk kan worden gevorderd, zodat ingevolge art. 3:313 BW de verjaringstermijn eerst dan begint te lopen. In dit verband verdient opmerking dat de thans
- Civiel recht overigCassatieVermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313…
Hoge Raad|23 april 2021|ECLI:NL:HR:2021:649Aangehaald in 16 uitspraken
Vermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313 BW. Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar … tegen [eisers] hebben ingesteld, verjaren ingevolge art. 3:306 BW in verbinding met art. 3:313 BW door verloop van twintig jaren na de dag volgende op die waarop de onmiddellijke nakoming
- Personen- en familierechtHoger beroepHuwelijksvermogensrecht; periodiek verrekenbeding; verjaring; art. 3:313 BW; art. 3:307 BW; Hoge Raad 2…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 juli 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:3055
Huwelijksvermogensrecht; periodiek verrekenbeding; verjaring; art. 3:313 BW; art. 3:307 BW; Hoge Raad 2 december 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BU6591); art. 1:141 lid 6 BW. GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling … vrouw ook opgevat (mva, p. 1, laatste alinea). Op grond van art. 3:313 BW vangt de verjaringstermijn van vijf jaar (art. 3:307 BW) aan zodra de vordering opeisbaar
- Civiel recht overigVermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313…
Parket bij de Hoge Raad|20 november 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1188
Vermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313 BW. Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar … waarop voor het eerst onmiddellijke nakoming kan worden gevorderd aan (art. 3:313 BW). Op grond van het hiervoor bedoelde systematische verband ligt het voor de hand om aan te nemen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBeroepsaansprakelijkheid advocaat verjaring AMEV heeft onweersproken gesteld dat bij een contractuele relatie…
Rechtbank Utrecht|23 april 2003|ECLI:NL:RBUTR:2003:AF7712
worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf die is neergelegd in artikel artikel 3:313 BW in verbinding met artikel 3:307 lid 1 BW. Het betreft in het onderhavige geval … beoordeeld aan de hand van de maatstaf die is neergelegd in artikel arti-kel 3:313 BW in verbinding met artikel 3:307 lid 1 BW. Het betreft in het onderhavige
- Civiel recht overigEchtscheiding. Huwelijkse voorwaarden. Geval waarin aan periodiek verrekenbeding tijdens huwelijk geen…
Parket bij de Hoge Raad|2 december 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BU6591
finale verrekenplicht verschuldigde eerst bij einde huwelijk kan worden gevorderd zodat ingevolge art. 3:313 BW verjaringstermijn eerst dan begint te lopen. In geval waarin voor nakoming periodieke verrekenplichten een termijn
- Civiel recht overigCassatieVerbintenissenrecht. Regresvordering op hoofdelijk medeschuldenaar verjaard? Art. 3:310 lid 1 BW van…
Hoge Raad|6 april 2012|ECLI:NL:HR:2012:BU3784Aangehaald in 104 uitspraken
bedoelde verjaringstermijn is immers in beginsel het opeisbaar worden van de vordering (vgl. art. 3:313 BW). Deze termijn begint pas te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk … vordering reeds opeisbaar is, zoals ook tot uitdrukking komt in het algemeen luidende art. 3:313 BW. Daarom kan de vijfjarige verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 niet eerder een aanvang
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Regresvordering op hoofdelijk medeschuldenaar verjaard? Art. 3:310 lid 1 BW van…
Parket bij de Hoge Raad|6 april 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BU3784
bedoelde verjaringstermijn is immers in beginsel het opeisbaar worden van de vordering (vgl. artikel 3:313 BW). Deze termijn begint pas te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVerjaring consumentenkoop, artikel 7:28 BW. Vertegenwoordiging. Koper heeft nagelaten feiten en…
Rechtbank Rotterdam|21 juli 2010|ECLI:NL:RBROT:2010:BN7773
koopprijs vanaf die datum opeisbaar was en dat de verjaringstermijn op grond van artikel 3:313 BW op 26 februari 2003 is aangevangen. De rechtbank is voorts van oordeel dat in geval … koopprijs vanaf dan opeisbaar was en dat de verjaringstermijn op grond van artikel 3:313 BW de dag volgend op die dag is aangevangen. In dit stadium zal de rechtbank nog niet
- Civiel recht overigVerjaring. Beroepsaansprakelijkheid notaris. Schadevordering wegens verzuim notaris om huwelijkse voorwaarden…
Parket bij de Hoge Raad|5 juni 2020|ECLI:NL:PHR:2020:607
hand van Koopmann, waarop de vrouw zich heeft beroepen, ziet op art. 3:313 BW, dat het aanvangsmoment bepaalt van de verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verplichting … huwelijkse voorwaarden doen inschrijven, respectievelijk controleren of inschrijving had plaatsgevonden). De wetsgeschiedenis van art. 3:313 BW, waarop in GS Vermogensrecht wordt gewezen, heeft betrekking op een vordering tot nakoming
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|12 november 1999|ECLI:NL:HR:1999:AA3369Aangehaald in 19 uitspraken
eerste (aangeduid met A) erop neerkomt dat het Hof heeft miskend dat volgens art. 3:313 BW de termijn van verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verplichting om te geven
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 november 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3369
verjaring moet worden verworpen. Betoogd wordt dat het Hof heeft miskend dat art. 3:313 BW de hoofdregel bevat dat de verjaringstermijn aanvangt op de dag volgende op die waarop de vordering … terecht tot uitgangspunt namen. Voorzover het middel met zijn verwijzing naar art. 3:313 BW iets anders wil betogen, faalt het. Het is mij niet duidelijk of het middel bedoelt te klagen
- Civiel recht overigHoger beroepOp [datum 1] is de commanditaire vennootschap [bedrijf 1] - verder te noemen: [bedrijf 1] - opgericht. [de…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|9 januari 2007|ECLI:NL:GHSHE:2007:AZ7130
opeising, zonodig na opzegging door de schuldeiser, op zijn vroegst mogelijk was. Ingevolge artikel 3:313 BW vangt de verjaring aan de dag waarop de onmiddellijke nakoming kan worden gevorderd, maar deze … november 1999, NJ 2000/67. 3.2.9. Ook het beroep van de man op artikel 3:313 BW faalt. Die bepaling begint immers met de woorden 'Indien de wet niet anders bepaalt'. Welnu, artikel
- Civiel recht overigHuwelijksvermogensrecht. Gebondenheid gewezen echtgenoot aan gedurende lange tijd niet uitgevoerde…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BO1652
waarop de vordering opeisbaar is geworden (zie art. 3:307 lid 1 resp. art. 3:313 BW). Aangezien de overeenkomst van 21 juli 1994 bepaalde dat de levering en de daarmee corresponderende … termijn van vijf jaar. Hetzelfde geldt voor een geval als bedoeld in art. 3:313 BW. 2.21. Het falen van de overige klachten in dit middel(16) vloeit voort uit het voorgaande
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudigVonnis. Geschil over uitkering lijfrente polissen tussen ex-vrouw en rechtsopvolger onder algemene titel van…
Rechtbank Amsterdam|30 maart 2022|ECLI:NL:RBAMS:2022:3739
nakoming van een verplichting om te geven of te doen begint ingevolge artikel 3:313 BW met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de onmiddellijke nakoming kan worden gevorderd … deze data vangt naar het oordeel van de rechtbank de verjaringstermijn op grond van 3:313 BW aan. Nu de dagvaarding door [eiseres] is ingesteld op 22 december 2020, gaat de rechtbank
- Personen- en familierechtHoger beroepPersonen- en familierecht; huwelijksvermogensrecht; afwikkeling huwelijksgemeenschap; waardepeildatum woning…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|8 oktober 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:3123
Personen- en familierecht; huwelijksvermogensrecht; afwikkeling huwelijksgemeenschap; waardepeildatum woning; beroep op art. 3
- Personen- en familierechtHoger beroepverjaring, niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding, risicoaansprakelijkheid beslag, verrekenposten
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|21 mei 2024|ECLI:NL:GHSHE:2024:1711
BW vanaf 11 april 2016 opeisbaar was; de verjaringstermijn ex art. 3:313 BW op 12 april 2016 is gaan lopen; de verjaringstermijn op grond van artikel 3:307 BW voor
- Civiel recht overigArbeidsrecht. Verjaring van op grond van art. 7:658 BW tegen werkgever ingestelde vordering tot vergoeding…
Parket bij de Hoge Raad|10 september 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM7041
3:310 BW in zoverre een toepassing is van het in art. 3:313 BW neergelegde beginsel dat, wil een verjaringstermijn gaan lopen, de desbetreffende vordering opeisbaar moet zijn. Onderdeel 2.1.2 voegt
- Civiel recht overigHoger beroepToepasselijkheid art. 7:5 lid 4 BW op overeenkomst van aanneming met korte verjaringstermijn tot gevolg? Het…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|26 januari 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:741Aangehaald in 5 uitspraken
vordering van VOF De Ridder is daarmee op 18 juni 2016 gestart (artikel 3:313 BW). Net zoals de kantonrechter dat deed, stelt het hof vast dat sindsdien geen vijf jaar zijn
- Personen- en familierechtHoger beroepErfrecht. Rechten van appellant ten aanzien van nalatenschap vader.
Gerechtshof Den Haag|23 juli 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:5259
vaststellen van de omvang van zijn vordering ingevolge artikel 3:307 juncto 3:313 BW is verjaard. Appellant is van mening dat de verjaring pas gaat lopen op het moment dat zijn
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.