7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieArt. 12a Wet LB 1964. Art. 4.6 Wet IB 2001. Heeft betrokkene een aanmerkelijk belang in een BV waarvan de…
Hoge Raad|23 november 2012|ECLI:NL:HR:2012:BW4102Aangehaald in 17 uitspraken
Wet LB 1964. Art. 4.6 Wet IB 2001. Heeft betrokkene een aanmerkelijk belang in een BV waarvan de aandelen worden gehouden door een vereniging? 23 november 2012 nr. 11/02321 Arrest gewezen
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting; art. 4.6 Wet IB 2001; art. 2.14a Wet IB 2001; (door)certificering; economisch eigendom…
Hoge Raad|29 mei 2020|ECLI:NL:HR:2020:972Aangehaald in 10 uitspraken
Inkomstenbelasting; art. 4.6 Wet IB 2001; art. 2.14a Wet IB 2001; (door)certificering; economisch eigendom van de onderliggende aandelen. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 18/02268 Datum 29 mei 2020 ARREST … middel stelt de Hoge Raad het volgende voorop. Op grond van artikel 4.6 Wet IB 2001 heeft een belastingplichtige een aanmerkelijk belang indien hij, al dan niet tezamen met zijn partner, direct
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting. Vennootschapsbelasting. Art. 3.92 en 3.94 Wet IB 2001. Art. 8 Wet Vpb 1969. Onzakelijke…
Hoge Raad|9 maart 2012|ECLI:NL:HR:2012:BV8199
welke vennootschappen belanghebbende een aanmerkelijk belang heeft in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001, een debiteurenrisico heeft gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen en dat belanghebbende
- Burgerlijk procesrechtCassatieErfrecht. Verdeling. Procesrecht. Waardering overbedelingsvorderingen; waardedrukkende invloed van latente…
Hoge Raad|22 april 2022|ECLI:NL:HR:2022:583Aangehaald in 14 uitspraken
Erflater had ter zake van de aandelen een aanmerkelijk belang als bedoeld in art. 4.6 Wet IB 2001. Na het overlijden van erflater is gebruikgemaakt van de mogelijkheid om de heffing
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting. Art. 4.17c, lid 2, Wet IB 2001. Tot de tegenprestatie behoort ook hetgeen de verkrijger…
Hoge Raad|24 mei 2019|ECLI:NL:HR:2019:788
certificaten). De certificaten vormden voor belanghebbende een aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001. 2.1.2. Op 1 juli 2011 heeft belanghebbende aan een van zijn zonen (hierna
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting; art. 3.92b, art. 3.94, en art. 3.95b Wet IB 2001. Opgeofferd bedrag voor middellijk…
Hoge Raad|19 juli 2019|ECLI:NL:HR:2019:1228
heeft daardoor in deze vennootschap een aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001. Holding BV bezit alle aandelen in [B] B.V. (hierna: de BV). 2.1.2. In 2006 heeft
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting; formeel belastingrecht; artikel 4.22 Wet IB 2001; artikel 27e AWR; aanmerkelijk belang…
Hoge Raad|27 maart 2026|ECLI:NL:HR:2026:518
ieder van hen vormde het aandelenbezit een aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001. 2.2 Op 31 augustus 2012 had belanghebbende een vordering
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.