12 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|26 januari 2018|ECLI:NL:HR:2018:97
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 3 maart
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|6 april 2018|ECLI:NL:HR:2018:527
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 15 januari
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|13 juli 2018|ECLI:NL:HR:2018:1183
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 6 maart
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|7 december 2018|ECLI:NL:HR:2018:2273
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 15 augustus
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|30 november 2018|ECLI:NL:HR:2018:2212
Hoge Raad. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 10 juli
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|13 juli 2018|ECLI:NL:HR:2018:1144
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 25 januari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|12 oktober 2018|ECLI:NL:HR:2018:1918
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 30 april
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|21 september 2018|ECLI:NL:HR:2018:1721
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 17 januari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|12 oktober 2018|ECLI:NL:HR:2018:1915
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 9 maart
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|12 oktober 2018|ECLI:NL:HR:2018:1924
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 20 juni
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|12 oktober 2018|ECLI:NL:HR:2018:1929
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 15 maart
- BelastingrechtCassatieArt. 8:54 Awb: kennelijk niet-ontvankelijk. Eenmanszaak van belanghebbende ten onrechte als de belanghebbende…
Hoge Raad|6 juli 2018|ECLI:NL:HR:2018:1105
cassatieberoep 3.1. Het beroepschrift in cassatie is niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 15 september
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.