279 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigOM-cassatie.1. Verjaring. 2. Motivering vrijspraak. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit…
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1594
anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan
- Strafrecht overigConclusie AG in zaak 'neparts' over (1) verwerping verzoek horen getuigen in China, (2) oplichting en…
Parket bij de Hoge Raad|12 maart 2019|ECLI:NL:PHR:2019:221
goedgelovig is geweest en onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft genomen en ‘dwaasheid niet wordt beschermd’ door art. 326 Sr, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen. Bewezenverklaring en bewijsvoering (feit
- Strafrecht overigConclusie AG. Veroordeling wegens feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2025|ECLI:NL:PHR:2025:774
Conclusie AG. Veroordeling wegens feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd en het feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd. Aan bank zijn bij financieringsaanvragen onjuiste…
- Strafrecht overigOp de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1596
anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan
- Strafrecht overigConclusie AG. Oplichting van woningbouwvereniging door directeur-bestuurder, tezamen en in vereniging met…
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2026|ECLI:NL:PHR:2026:943
Conclusie AG. Oplichting van woningbouwvereniging door directeur-bestuurder, tezamen en in vereniging met anderen. Volgens AG falen de bewijsklachten van het middel, waaronder klacht over oordeel dat verdachte de “valse hoedanigheid” van betrouwbare en integere directeur/bestuurder heeft aangenomen. Conclusie strekt…
- Strafrecht overigOp de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1599
anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan
- Strafrecht overigOp de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1617
anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan
- Strafrecht overigOp de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1597
anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan
- Strafrecht overigOp de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1595
anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan
- Strafrecht overigConclusie AG. Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter Sr); medeplegen opzettelijke gebruikmaking van vals…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:940
Conclusie AG. Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter Sr); medeplegen opzettelijke gebruikmaking van vals
- Strafrecht overigOp de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1615
anders volgt. 3.5.3. De wet van 22 december 2005, Stb. 2006, nr. 11, waarbij art. 326 Sr in die zin is gewijzigd dat de op oplichting gestelde gevangenisstraf van drie jaren … ingang van de inwerkingtreding van die wet ten aanzien van het misdrijf van art. 326 Sr een executie-verjaringstermijn van zestien jaar is gaan gelden, ook voor voordien onherroepelijk geworden vonnissen waarvan
- Strafrecht overigConclusie AG. Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter Sr); medeplegen opzettelijke gebruikmaking van vals…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:942
Conclusie AG. Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter Sr); medeplegen opzettelijke gebruikmaking van vals
- Civiel recht overigPachtbeëindigingsovereenkomst. Nietigheid vanwege sideletter? Art. 7:399c en 3:40 BW. Fosfaatrechten…
Parket bij de Hoge Raad|9 juni 2023|ECLI:NL:PHR:2023:576
verband met art. 225 Sr (valsheid in geschrifte) en art. 326 Sr (oplichting). 3.13 Mijns inziens is dit evident onjuist. In de eerste plaats ziet art. 3:40 lid 2 BW enkel … zodanig verbiedt ( het sluiten van de pachtovereenkomst). Welnu, de strekking van art. 225 en 326 Sr is om intellectuele valsheid van geschriften en oplichting strafbaar te stellen en niet om de totstandkoming
- Strafrecht overigConclusie AG. Art. 310 Sr "toebehoren". Middel over de vraag of geld "toebehoorde" aan X of aan VvE toen het…
Parket bij de Hoge Raad|15 februari 2022|ECLI:NL:PHR:2022:152
Conclusie AG. Art. 310 Sr "toebehoren". Middel over de vraag of geld
- Strafrecht overigConclusie AG. Veroordeling wegens opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne, oplichting, witwassen en…
Parket bij de Hoge Raad|12 april 2022|ECLI:NL:PHR:2022:352
gedaan doet niet ter zake, aldus Duisterwinkel. Samenvattend is dus met betrekking tot art. 326 Sr de gangbare opvatting dat men de bestanddelen "het aangaan van een schuld" en "het tenietdoen … door het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk als een inschuld in de zin van art. 326 Sr aangemerkt. Uit de bewijsvoering van het hof kan echter niet volgen dat, zoals is bewezenverklaard
- Strafrecht overigOp de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1616
Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:2842 treffen de middelen geen doel.
- Strafrecht overigConclusie AG. Caribische zaak. Onderzoek Avestrus. Medeplegen oplichting, passieve ambtelijke omkoping…
Parket bij de Hoge Raad|3 februari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:146
Conclusie AG. Caribische zaak. Onderzoek Avestrus. Medeplegen oplichting, passieve ambtelijke omkoping, misbruik van functie en verduistering. Eerste middel klaagt o.a. over bewezenverklaarde oplichting. Verdachte zou als toenmalig minister moeten worden vereenzelvigd met Land Aruba en zou Land dus niet hebben kunnen…
- Strafrecht overigConclusie AG. Onderzoek ‘Zevenblad’. Grootschalige beleggingsfraude (boilerroomfraude). Drie middelen. M1…
Parket bij de Hoge Raad|13 mei 2025|ECLI:NL:PHR:2025:525
Conclusie AG. Onderzoek ‘Zevenblad’. Grootschalige beleggingsfraude (boilerroomfraude). Drie middelen. M1 klaagt over (partiële) verjaring van het onder 4 ten laste gelegde en slaagt. M2 komt op tegen bewezenverklaring feit 4 (overtreding van voorschrift art. 2:96 lid 1 Wft, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd) en…
- Strafrecht overigAangifte a.b.i. art. 69.2 (oud) AWR. De opvatting dat een aangifte die is gedaan n.a.v. ‘fictieve’ handel…
Parket bij de Hoge Raad|6 oktober 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2320Aangehaald in 10 uitspraken
voegt hier nog aan toe dat het feit een zuiver voorbeeld betreft van oplichting (artikel 326 Sr), nu er immers geld is gevraagd en verkregen wat niet aan de verdachte toekwam
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 juni 1985|ECLI:NL:PHR:1985:AC1589
haar geheel voor te dragen, hetgeen schending van artikel 297 lid 5 en van artikel 326 Sr. zou opleveren, mist feitelijke grondslag. Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.