802 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigProcesrecht. Wet Bopz. Toetsing na cassatie en verwijzing van verzoek om machtiging: ex tunc of ex nunc? Kan…
Parket bij de Hoge Raad|10 mei 2019|ECLI:NL:PHR:2019:600Aangehaald in 11 uitspraken
zaak verwijzen naar de meervoudige kamer. Dat volgt uit art. 15, lid 2 en lid 3 Rv). De meervoudige kamer, op haar beurt, kan de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8451
Hoge Raad een uitzondering zal toestaan op de regel van art. 407, lid 3, Rv, inhoudend dat de eiser gehouden is een advocaat bij de Hoge Raad aan te wijzen
- Civiel recht overigProcesrecht. Cassatie, verval van instantie na daartoe strekkende onweersproken vordering.
Parket bij de Hoge Raad|22 september 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AY5782
verschillende complicaties die deze zaak voor het voetlicht brengt is, dat art. 225 lid 3 Rv. alle proceshandelingen die na een schorsing plaatsvinden, voor nietig verklaart. Die regel geldt, zou ik denken
- Civiel recht overigProcesrecht. Schending waarheidsplicht (art. 21 Rv) door eisers tijdens geding in eerste aanleg. Rechtbank…
Parket bij de Hoge Raad|15 januari 2021|ECLI:NL:PHR:2021:38Aangehaald in 21 uitspraken
Procesrecht. Schending waarheidsplicht (art. 21 Rv) door eisers tijdens geding in eerste
- Civiel recht overigVerzoeken om wraking (alle) leden Hoge Raad. Verplichte procesvertegenwoordiging in cassatie.
Parket bij de Hoge Raad|27 november 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AD2977Aangehaald in 5 uitspraken
artikelen 426a lid 1, 426b lid 3 en 428, leden 1 en 3, Rv, voor de verzoekschriftprocedure. Terstond valt een verschil op met de regeling in feitelijke instantie: hoewel in de regel
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9245
verplichting tot procureurstelling neergelegd in art. 429d lid 3 (oud) Rv. (thans art. 278 lid 3 Rv.). Vóór de inwerkingtreding van genoemde wet van 5 april 2001 gold eveneens dat het verzoekschrift
- Civiel recht overig18 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/083HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|18 maart 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AR8211
griffier heeft deze brief aangemerkt als een verzet op grond van art. 243 lid 3 Rv. in verbinding met art. 22 WTBZ. De griffier heeft daarop een verweerschrift ingediend en daarin
- Personen- en familierechtFamilierecht. Procesrecht; geschil over de mogelijkheid van optreden als belanghebbende door vennootschap in…
Parket bij de Hoge Raad|23 januari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BG5072
artikel niet in de tweede maar in de eerste Afdeling van Titel 6 van Boek 3 Rv. is opgenomen en de tweede Titel dat artikel ook niet expliciet of impliciet van toepassing
- Civiel recht overigArt. 81 RO. Procesrecht. Akte van niet dienen ter zake de conclusie van antwoord en afwijzing verzoek om…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ5083
principale verweren en alsnog niet eerder voorgedragen exceptieve verweren aan te voeren (art. 128 lid 3 Rv). Ten tijde van het verzoek om pleidooi kon Omega dus geen principale of exceptieve verweren
- Civiel recht overigCassatieprocesrecht. Geen ondertekening cassatieverzoekschrift door advocaat, art. 426a lid 1 Rv. Ontvankelijkheid.
Parket bij de Hoge Raad|21 februari 2014|ECLI:NL:PHR:2014:82
niet hersteld. Gelet op het bepaalde in art. 426a lid 1 (en art. 407 lid 3) Rv, is het verzoek niet ontvankelijk. 4. In zijn toelichting en in opeenvolgende brieven
- Civiel recht overigOvereenkomstenrecht. Personenvennootschap. Opzegging van een vof. Hield mondelinge uitlating van vennoot de…
Parket bij de Hoge Raad|16 februari 2018|ECLI:NL:PHR:2018:164Aangehaald in 12 uitspraken
Overeenkomstenrecht. Personenvennootschap. Opzegging van een vof. Hield mondelinge uitlating van vennoot de opzegging van de vof in? Uitlegmaatstaf. Belang van de omstandigheden van het geval. Betekenis van een contractueel vormvereiste voor opzegging van de vof.
- Civiel recht overigArbeidsrecht. Werkgeversaansprakelijkheid; vrijwaringszaak, zie voor de hoofdzaak nr. C06/211.
Parket bij de Hoge Raad|1 februari 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BB4772
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, Advocaat-Generaal 1 Zie art. 402 lid 3 Rv. 2 A-G Strikwerda voor HR 29 september 1989, NJ 1990, 350 JBMV met verwijzingen
- Personen- en familierechtArt. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Samenlevingsovereenkomst (na eerdere echtscheiding) opgezegd…
Parket bij de Hoge Raad|21 april 2017|ECLI:NL:PHR:2017:415
procedure met name aan in artikel 237 Rv, welk artikel ingevolge artikel 353 lid 3 Rv ook in hoger beroep van toepassing is. ( ) Lid 1 van artikel 237 Rv luidt
- Civiel recht overigPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Onderbewindstelling en mentorschap. Verzoek tot ontslag…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:324Aangehaald in 12 uitspraken
overgaan, wordt zo spoedig mogelijk een afschrift van de beschikking verstrekt (art. 290 lid 3 Rv). 3.7 Bovendien kunnen belanghebbenden, naast verzoeker, hoger beroep instellen tegen de eindbeschikking, voor zover geen appelverbod
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek toepassing schuldsaneringsregeling, art. 288 lid 1 onder b en onder…
Parket bij de Hoge Raad|6 maart 2015|ECLI:NL:PHR:2015:490
stukken tijdig heeft aangeleverd. 2.3 De Hoge Raad is op grond van art. 419 lid 3 Rv geboden aan wat in de bestreden uitspraak omtrent de feiten is vastgesteld. Dit betekent
- Civiel recht overigHuurrecht. Beëindiging huurovereenkomst. Belangenafweging tussen verhuuder en huurder (art. 7:296 lid 3 BW in…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL5216
andere filialen van Nettorama(1). Dit is een feitelijke vaststelling, die ingevolge art. 419 lid 3 Rv. in cassatie niet op juistheid kan worden onderzocht. Logisch gebrekkig of anderszins onvoldoende begrijpelijk
- Burgerlijk procesrechtCassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Procesinleiding niet ondertekend…
Parket bij de Hoge Raad|16 september 2022|ECLI:NL:PHR:2022:902
UAVG een bijzondere wettelijke bepaling in de zin van art. 278 lid 3 Rv is, en dat daarom ook in hoger beroep het beroepschrift niet hoeft te worden ondertekend door een advocaat
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 september 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7203
voor de rechtsmacht van de Nederlandse rechter (in het onderhavige geval ex art. 126 lid 3 Rv) en de beperkingen daarop door de uitzonderingen in het volkenrecht erkend. 10. Onderdeel
- Burgerlijk procesrechtCassatieprocesrecht; ontvankelijkheid cassatieberoep; beroep niet ingediend op voorgeschreven wijze…
Parket bij de Hoge Raad|10 juni 2022|ECLI:NL:PHR:2022:642
vorderingsprocedure, zoals deze procedure, moet het cassatieberoep op grond van art. 407 leden 1 en 3 Rv worden ingesteld door middel van een procesinleiding waarin een advocaat bij de Hoge Raad wordt
- SocialezekerheidsrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Socialezekerheidsrecht
Parket bij de Hoge Raad|18 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6630
Rechtbank (tijdig; zie art. 66 (oud) ABW jo. art. 426 lid 2 en 3 Rv) in cassatie gekomen met twee middelen. De Gemeente heeft geen verweerschrift in cassatie ingediend. 4. Middel
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.