515 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigBopz; voorlopige machtiging; gevaar; andere maatregel op voet van art. 8a, motivering (81 RO).
Parket bij de Hoge Raad|10 oktober 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BF0471
bepaalde in art. 290, leden 1 en 2, in verbinding met art. 279 lid 4 Rv. 4 Voor een weergave van de relevante passages verwijs ik naar de conclusie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3656
alsnog toegewezen. 1.8. Tegen dit arrest hebben Rowa c.s. tijdig (art. 295 lid 4 Rv) cassatieberoep ingesteld. Hooters USA heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De standpunten zijn schriftelijk toegelicht
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Onmiddellijkheidsbeginsel. Proces-verbaal. Mondelinge behandeling door een…
Parket bij de Hoge Raad|12 december 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1364
Procesrecht. Onmiddellijkheidsbeginsel. Proces-verbaal. Mondelinge behandeling door een raadsheer-commissaris. Art. 16 Rv.
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6337
zijn niet gesteld (rov. 4). 1.8. Tegen dit arrest heeft [eiser] tijdig (art. 295 lid 4 Rv) cassatieberoep ingesteld. Tegen de ANWB en TNO is in cassatie verstek verleend. Het cassatieberoep
- Civiel recht overigCassatie. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Geval waarin bij één arrest in meerdere zaken tegelijk uitspraak…
Parket bij de Hoge Raad|12 oktober 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BX5801
Burgerlijke Rechtsvordering (losbl.), G. Snijders, commentaar op Boek 1, Titel 2, Afd. 10, par. 4 Rv., aant. 7 en art. 222, aant. 4; T&C Burgerlijke Rechtsvordering, Van Maanen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 december 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3826
streng gehanteerd. Zo is onder meer beslist dat de korte appèltermijn van art. 910 lid 4 Rv niet wordt doorbroken bij een klacht over schending van zeer fundamentele rechtsbeginselen. Ook een onjuiste
- Civiel recht overigWvggz. Mondelinge uitspraak; toetsingsmaatstaf bij beoordeling of alcoholverslaving kwalificeert als…
Parket bij de Hoge Raad|26 november 2021|ECLI:NL:PHR:2021:1110
uitspraak' moet worden gekwalificeerd als proces-verbaal als bedoeld in art. 30p lid 3 en 4 Rv, heeft de rechtbank het recht geschonden dan wel gehandeld in strijd
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Vernietigbaarheid overeenkomst wegens geestelijke…
Parket bij de Hoge Raad|5 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:905
oorspronkelijke dagvaarding aangezegde roldatum, met overeenkomstige toepassing van art. 125 lid 5 (voorheen: lid 4) Rv. Het geding blijft in dat geval aanhangig vanaf de dag van de oorspronkelijke dagvaarding
- ArbeidsrechtArbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst metrobestuurder i.v.m. verwijtbaar handelen of nalaten (art…
Parket bij de Hoge Raad|4 december 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1153
geding gebracht en overgelegd als productie 9 bij zijn beroepschrift. 3.6 Art. 279 lid 4 Rv schrijft ten aanzien van de verzoekschriftprocedure in eerste aanleg voor dat een proces-verbaal wordt opgemaakt
- Civiel recht overigMeerwerk waarvoor geen prijs is bepaald. Maatstaf voor toepassing tenzij-bepaling in art. 7:755 BW. Redelijke…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2021|ECLI:NL:PHR:2021:1254
geding, waaronder de beslagkosten en de nakosten als bedoeld in art. 237 lid 4 Rv. Aan deze vordering heeft [verweerster] , kort gezegd, het volgende ten grondslag gelegd. Primair stelt [verweerster] zich
- Personen- en familierechtFamilierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging van kinderalimentatie. Procesrecht…
Parket bij de Hoge Raad|1 februari 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BB8622
zitting van het hof op 25 oktober 2006 is het rechtsmiddelenverbod van art. 31 lid 4 Rv. en de doorbrekingsjurisprudentie aan de orde geweest. De moeder is m.i. dan ook in zoverre
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8924
uitgebracht op 28 januari 1999. De cassatietermijn in kort geding bedraagt ingevolge art. 295 lid 4 Rv zes weken. 3 Deze inleidende dagvaarding bevindt zich niet in het procesdossier, zodat uitsluitend rekening
- Civiel recht overigCassatie. Wet griffierechten burgerlijke zaken. Beroep op ‘hardheidsclausule’ art. 282a lid 4 in verbinding…
Parket bij de Hoge Raad|4 november 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BU3348
bevat een hardheidsclausule voor dagvaardingszaken die overeenkomt met die in art. 282a lid 4 Rv. Mr. Garretsen, de cassatieadvocaat van [verzoekster] c.s., heeft in deze zaak alle gelegenheid gehad zich
- Civiel recht overigHuur. Geschil over (de totstandkoming van) een huurovereenkomst voorzien van koopoptie (81 RO).
Parket bij de Hoge Raad|1 februari 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC1850
niet-inachtneming van art. 85 Rv. (zie de eerste volzin van art. 85 lid 4 Rv.). Het middel wijst nergens vindplaatsen aan waar iets dergelijks zou zijn gebeurd. Als de "meest gerede
- Civiel recht overigProcesrecht; Landelijk procesreglement gerechtshoven. Bezwaar tegen akte niet-dienen. Onjuiste vermelding in…
Parket bij de Hoge Raad|6 juni 2014|ECLI:NL:PHR:2014:532
roldatum en de vereiste proceshandeling niet op die roldatum wordt verricht vanwege art. 133 lid 4 Rv. het recht om dat te doen vervalt en de rolraadsheer in beginsel op dat moment
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 augustus 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE6324
Rek. nr. R01/126 mr. E.M. Wesseling-van Gent Parket, 26 april 2002 Conclusie inzake: 1. De Coöperatieve vereniging tot exploitatie van een parkeergarage"Herengracht 179-197" 2. [Eiser sub 2] en 27 anderen tegen [Verweerder], notaris 1. Feiten(1) en procesverloop 1.1 In 1995 is het kantorenpand aan de Herengracht…
- Burgerlijk procesrechtArbitragerecht. Arbeidsrecht. Is de aard van de rechtsbetrekking (wel of geen arbeidsovereenkomst) relevant…
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1208
toepassing zal zijn, het arbitrale beding, in afwijking van de algemene bepalingen van boek 4 Rv (waarin arbitrage is geregeld), tussen hen slechts gaat gelden indien de werknemer een uitdrukkelijk daarop gerichte
- Personen- en familierechtPersonen- en familierecht. Is zoon belanghebbende in de zin van art 798 Rv. in procedure machtiging verkoop…
Parket bij de Hoge Raad|21 januari 2022|ECLI:NL:PHR:2022:45
Rv) waarbij ook een zelfstandig verzoek kan worden ingediend (art. 282 lid 4 Rv). De belanghebbende heeft ook recht op inzage en afschrift van het verzoekschrift, de verweerschriften, de op de zaak
- Personen- en familierechtArt. 81 RO. Familierecht. Echtscheiding. Geschil over (ingangsdatum) partneralimentatie; art. 1:157, 397 BW…
Parket bij de Hoge Raad|10 juni 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BP9875
Wesseling-Van Gent, nr. 204; Snijders/Wendels, nr. 114. 6 Dit kan volstaan. Artikel 361 lid 4 Rv kent voor de verzoekschriftprocedure de regel, dat belanghebbenden een incidenteel verweerschrift mogen indienen tenzij
- Civiel recht overigHuwelijksvermogensrecht. Echtscheiding. Periodiek verrekenbeding. Art. 1:141 lid 3 BW; bewijsvermoeden…
Parket bij de Hoge Raad|8 juni 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BV9605
Huwelijksvermogensrecht. Echtscheiding. Periodiek verrekenbeding. Art. 1:141 lid 3 BW; bewijsvermoeden. Verwerping beroep man op “tenzij”-clausule. Beleggingsleer.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.