48 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigHet bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan kan ingevolge art. 341 lid 4 Sv niet…
Parket bij de Hoge Raad|30 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO5026
opzet bij de dader lijkt te eisen om de in art. 10 lid 3 en 4 Opiumwet bedoelde misdrijven voor te bereiden of te bevorderen(2). Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt echter
- Strafrecht overigOpzettelijk handelen in strijd met art. 2.C Opiumwet. Verbeurdverklaring van een inbeslaggenomen geldbedrag…
Parket bij de Hoge Raad|12 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1389
hebben van voorwerpen die bestemd waren om een feit als bedoeld in art. 10 lid 4 Opiumwet te plegen. Mijn ambtgenoot Vegter overwoog nog dat het hof de bewijsmiddelen wellicht zo heeft
- Strafrecht overigVervolg op ECLI:NL:HR:2011:BQ0048. Bewijsklacht wetenschap bestemming, art. 10a Opiumwet. ’s Hofs oordeel dat…
Parket bij de Hoge Raad|3 juni 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1378
Opiumwet) dan het delict waarop hij dacht opzet te hebben (art. 10 lid 4 Opiumwet). Daarbij is mogelijk van belang dat art. 10a Opiumwet een zelfstandig delict is met een eigen karakter
- Strafrecht overigConclusie AG. Veroordeling wegens aanwezig hebben van cocaine en voorhanden hebben van voorwerpen en stoffen…
Parket bij de Hoge Raad|14 februari 2023|ECLI:NL:PHR:2023:396
aangetroffen cocaïne en stoffen en voorwerpen om een feit als bedoeld in art. 10 lid 4 Opiumwet voor te bereiden.” Anders dan de steller spreekt het hof hier niet van premisse, maar
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BR1151
strafbare poging. Het binnen het grondgebied van Nederland brengen heeft gelet op artikel 1,lid 4, Opiumwet een ruime betekenis. Deze ruime betekenis wordt meestal na de invoer in Nederland gezien. Onder
- Strafrecht overigOmzetting Engelse ‘conspiracy’-veroordeling De Nederlandse (exequatur-)rechter dient wat betreft de…
Parket bij de Hoge Raad|20 juni 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AW6731
waartegen een maximum van 16 jaren (12 jaren plus 1/3 daarvan, zie art. 10, lid 4 Opiumwet) is bedreigd. Dit betekent dat de uitspraak, waarin de naar Nederlands recht bedreigde straf
- Strafrecht overigOntvankelijkheidsbeoordeling bij ECLI:NL:PHR:2026:604
Parket bij de Hoge Raad|24 maart 2026|ECLI:NL:PHR:2026:727
zich schuldig maken aan een misdrijf als omschreven in art. 2 juncto art. 10 lid 4 Opiumwet. Bij die aanhouding is – naar de rechter-commissaris begrijpt – de iPhone van de verdachte, althans
- Strafrecht overigConclusie AG. Falende middelen over 1) de bewezenverklaring van feit 4, 2) het niet in het openbaar…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1372
bestemd zijn tot het plegen van een delict als bedoeld in art. 10 lid 4 Opiumwet, maar niet zonder meer dat hij deze voorwerpen ook voorhanden heeft gehad om een dergelijk delict
- Strafrecht overigRedelijk vermoeden, art. 9.1 aanhef, onder b Ow. De HR stelt voorop dat het antwoord op de vraag of bepaalde…
Parket bij de Hoge Raad|14 oktober 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2253
huidige art. 9 lid 1 onder b Opiumwet als van diens voorganger art. 4 Opiumwet 1919. Wel is bij de parlementaire voorbereiding van de huidige Opiumwet opgemerkt dat de regeling ‘aanmerkelijk verder
- Strafrecht overigConclusie AG. Klacht over bewijsvoering medeplegen van het opzettelijk beschadigen van een…
Parket bij de Hoge Raad|6 november 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1213
onder 1 meest subsidiair bewezen verklaarde voorbereidingshandelingen zoals bedoeld in art. 10 lid 4 Opiumwet en de onder 2 bewezen verklaarde beschadiging van de stroomvoorziening waarvan gemeen gevaar te duchten is geweest
- Strafrecht overigConclusie AG over o.m. ’s Hofs verwerping van beroep op nietigheid van de dagvaarding. HR: 81 RO.
Parket bij de Hoge Raad|31 maart 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BG9210
verband met de ingevoerde cocaïne zou hebben verricht. De verwijzing naar art. 1 lid 4 Opiumwet in de tenlastelegging maakt deze tenlastelegging niet duidelijker. Voorts is in feitelijke aanleg aangevoerd
- Strafrecht overigConclusie AG. Medeplegen van verlengde invoer en aanwezig hebben cocaïne. Klacht over bewezenverklaring…
Parket bij de Hoge Raad|22 februari 2022|ECLI:NL:PHR:2022:174
Conclusie AG. Medeplegen van verlengde invoer en aanwezig hebben cocaïne. Klacht over bewezenverklaring medeplegen én over het bij de strafoplegging betrekken van de grote omvang van de oorspronkelijk ingevoerde partij. Beide klachten falen. Conclusie strekt tot verwerping. Samenhang met 21/01489, 21/01465, 21/01531,…
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|23 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9606
Opiumwet. Dit feit is in art. 11 lid 4 Opiumwet bedreigd met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie. Naar Nederlands recht
- Strafrecht overigConclusie AG. Beklag beslag ex art. 552a Sv. Verzoek om terugggave van een bedrag van 14.000 euro. Rechtbank…
Parket bij de Hoge Raad|28 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:65
medeplegen van voorbereidingshandelingen voor het produceren van synthetische drugs (art. 10a juncto art. 10 lid 4 Opiumwet) en gewoonteheling tot een gevangenisstraf van vier jaren. Blijkens het vonnis is deze veroordeling mede
- Strafrecht overigUitlevering aan Kroatië. Feit naar NL recht strafbaar gesteld in art. 10a Opw.
Parket bij de Hoge Raad|11 mei 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL8803
voorbereiden, door zich middelen te verschaffen tot het plegen van dat feit'. Artikel 10 lid 4 Opiumwet stelt strafbaar het opzettelijk verkopen van cocaïne. Geconcludeerd moet worden dat artikel
- Strafrecht overigConclusie AG. Medeplegen (verlengde) invoer van cocaïne (art. 10 Opiumwet) en medeplegen voorbereiding van…
Parket bij de Hoge Raad|11 februari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:178
hoeveelheid”, dan wanneer het gaat om een niet-grote hoeveelheid (vier jaren, art. 11 lid 4 Opiumwet). Een dergelijke ‘straf-verhogende’ bepaling is in de Opiumwet echter niet opgenomen met betrekking
- Strafrecht overigConclusie AG. Bewerken/verwerken/aanwezig hebben van heroïne (art. 2B en 2C Opiumwet) en…
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 2026|ECLI:NL:PHR:2026:622
onder B Opiumwet en kent een strafmaximum van acht jaren (art. 10 lid 4 Opiumwet). Het opzettelijk “aanwezig hebben” van heroïne is strafbaar gesteld in art. 2 onder C Opiumwet en kent
- Strafrecht overigConclusie AG. Deelname aan criminele organisatie, medeplegen van het vervaardigen van heroïne en medeplegen…
Parket bij de Hoge Raad|25 maart 2025|ECLI:NL:PHR:2025:273
oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk: - het opzettelijk vervaardigen van heroïne (art 10 lid 4 Opiumwet), terwijl heroïne vermeld staat op de bij de Opiumwet behorende lijst
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 mei 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF6600
Nr. 02854/02/U Zitting 25 maart 2003 (bij vervroeging) Mr Machielse Conclusie inzake: [de opgeëiste persoon] 1. De Rechtbank Amsterdam heeft op 17 december 2002 de uitlevering ter vervolging van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten deels toelaatbaar, deels ontoelaatbaar verklaard. 2. Mr. M.C.J. Teurlings,…
- Strafrecht overigConclusie AG. Deelname aan criminele organisatie, medeplegen van voorbereidingshandelingen (art. 10a Ow) en…
Parket bij de Hoge Raad|25 maart 2025|ECLI:NL:PHR:2025:272
oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk: - het opzettelijk vervaardigen van heroïne (art 10 lid 4 Opiumwet), terwijl heroïne vermeld staat op de bij de Opiumwet behorende lijst
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.