37 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|14 juli 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6528
bepalingen van de verzoekschriftprocedure (de art. 429a B 429r in de twaalfde titel van boek 1 Rv) zijn niet in werking getreden voor de in art. 28d Hw geregelde verlengingsprocedure10. Niettemin leert … regelt de mogelijkheid van hoger beroep tegen beschikkingen, voor zover de twaalfde titel van boek 1 Rv of een bijzondere wet niet anders bepaalt. In HR 25 oktober
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7907
tussenarrest vooropgesteld dat de schuldbekentenis geen goed-schrift bevat en daarom ingevolge art. 185 lid 1 Rv geen dwingend bewijs oplevert, zodat de betekenis ervan afhangt van de omstandigheden waaronder de schuldbekentenis … onrechte heeft overwo-gen dat de litigieuze schuldbekentenis ingevolge art. 185 lid 1 Rv geen dwingend bewijs oplevert en dat het Hof ten onrechte geen acht heeft geslagen op de overgelegde getuigenverklaring
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7106
onderdeel 2 is rechtsoverweging 3.6 rechtens onjuist, aangezien ingevolge het bepaalde in art. 157b lid 1 Rv. van een beslissing omtrent de absolute bevoegdheid steeds hoger beroep openstaat, ongeacht of het vonnis … volgt11. Deze regel geldt ook voor een incidenteel vonnis als bedoeld in art. 157b lid 1 Rv. Met de invoering van dit artikel in 1954 heeft de wetgever beoogd tot een snellere
- Civiel recht overigUitspraak Hoge Raad van 28 januari 2000.
Parket bij de Hoge Raad|28 januari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4618
Uitspraak Hoge Raad van 28 januari 2000.
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|28 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5638
gronden waarop het verzoek in appèl rust zoals voorgeschreven in artikel 429d lid 1 Rv; integendeel: in dit appèlschrift wordt gesteld dat de gronden nader inhoudelijk aangevoerd zullen worden.De termijn … steller van het middel. 2.2 Ingevolge art. 429o lid 1 in verbinding met 429d lid 1 Rv. dienen in een beroepschrift de gronden waarop het beroep berust te worden vermeld, hetgeen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4721
Door Uw Raad wordt het in art. 426 lid 1 Rv voorkomende begrip "in een der vorige instantiën verschenen belanghebbende" op dezelfde wijze omschreven. Zie Uw beschikking van 1 … Raad overwoog dat de belanghebbende verschenen is in de zin van art. 426 lid 1 Rv indien hij gebruik maakt van de hem geboden mogelijkheid tot verweer. Zie ook Uw beschikkingen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5595
dergelijk geval dient de rechtbank de zaak op de voet van art. 157a lid 1 Rv. in de stand van hoger beroep te verwijzen naar het hof2. 2.3 Verwijzing naar het gerechtshof … derhalve onjuist. Ook in dit geval had verwijzing op de voet van art. 157a lid 1 Rv. dienen te volgen5, hetgeen Uw Raad recent in een vergelijkbaar geval tot uitgangspunt heeft genomen6
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|7 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5404
m.nt. HJS en EJD (het Dombo-arrest), voornemens is de beperking van art. 213 lid 1 Rv te schrappen.3 De verklaringen van partijgetuigen krijgen dus alle vrije bewijskracht. Ook in dat licht … verdient het aanbeveling art. 213 lid 1 Rv beperkt te interpreteren. De vraag kan worden gesteld of dat, zolang art. 213 lid 1 nog geldt, tot een ongelijke behandeling van partijen leidt
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7104
cassatie is ingediend door verzoeker zelf en niet - zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv - is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad, is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|17 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8359
Verzoekster heeft echter niet voldaan aan de voorwaarde van art. 426b lid 1 Rv. Zij heeft evenmin de bestreden uitspraak en de stukken van het geding overgelegd, zodat de Hoge Raad noch
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8734
heeft eiser tot cassatie verstek gevraagd. 5. Het met nietigheid bedreigde gebrek (art. 91 lid 1 Rv) dat aan de cassatiedagvaarding kleefde is niet hersteld door het op 12 juli 2000 uitgebrachte
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9137
maanden geldt, kan voor de berekening van de cassatietermijn de hoofdregel van art. 426 lid 1 Rv worden aangehouden (HR 20 februari 1998, NJ 1999, 561 m.nt. HJS; HR 19 november
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|6 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7360
antwoord is in de regel het laatste gedingstuk in hoger beroep (art. 347 lid 1 Rv), zodat de appellant geen gelegenheid heeft gekregen zich uit te laten over hetgeen de wederpartij
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4936
ontbreken van rechtsmacht van de Nederlandse rechter, hetzij op grond van art. 1022 lid 1 Rv, hetzij wegens absolute onbevoegdheid. In zodanige gevallen moet de zaak naar de eerste rechter worden teruggewezen
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|14 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5515
ingekomen5. Volgens de vrouw was de appeltermijn van art. 806 lid 1 Rv op 15 september 1998 verlopen, aangezien de beschikking van de rechtbank op 14 juli 1998 door de griffier
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8716
kantonrechter verzoeken een gerechtelijke plaatsopneming te gelasten (art. 182 lid 1 jo art. 226 lid 1 Rv). Gesteld noch gebleken is dat de kantonrechter [verzoekster] ten onrechte heeft beperkt in deze voor
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7913
partijen het verzoekt.3 Deze regel geldt ingevolge het bepaalde in art. 353 lid 1 Rv. tevens in hoger beroep.4 3.3 De rechter kan een bewijsaanbod gemotiveerd passeren. Het middel
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5649
beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden (Advocaat-Generaal) Art. 426 lid 1 Rv: twee maanden). 2 De klacht verwijst, kennelijk bij vergissing, naar r.o. 1. 3 Op 1
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|15 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9052
beslissen dat de mogelijkheid tot kostenveroordeling ook bestaat voor verzoekschriftprocedures waarvoor titel 12 van Boek 1 Rv niet in werking is getreden, "tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit"(3). 2.1.3.3. Waar
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9142
toepassing is. Uit art. 88 lid 2 Abw kan worden afgeleid dat art. 426 lid 1 Rv van overeenkomstige toepassing moet worden geacht, zodat de cassatietermijn in deze zaak twee maanden bedraagt
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.