11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|5 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6981
slot bezie ik de vraag of art. 1 WvSrNA, dat gelijkluidend is aan art. 1 Sr, implicaties heeft voor de toepassing van art. 438b lid 1 WvSrNA, welke bepaling als gezegd … mede) bepalend zijn voor het bestempelen van de recidive als zodanig. Het legaliteitsbeginsel van art. 1 Sr en WvSrNA - nullum crimen, nulla poena sine lege - brengt immers niet alleen met zich
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9045
Hoge Raad zal kunnen uitleggen waarom het verweer niet kan worden aanvaard. Art. 55 lid 1 Sr is niet van toepassing omdat het gaat om twee feiten die los van elkaar kunnen … toepassing is en dat zich de situatie als voorzien in art. 55 lid 1 Sr voordoet. De politierechter heeft het bewezenverklaarde enkel naar art. 19 RVV 1990 gekwalificeerd. Naar mijn mening
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1511
Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). Bovendien is er strijd met art. 1, lid 1 Sr (legaliteitsbeginsel): de (lagere) wetgever dient in het formuleren van delictsomschrijvingen zo bepaald mogelijk te zijn … zich op andere wijze onbehoorlijk te gedragen", niet in strijd was met art. 1 Sr en art. 7 EVRM. De Hoge Raad oordeelde dat van strijd met het bepaaldheidsgebod geen sprake
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1490
Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). Bovendien is er strijd met art. 1, lid 1 Sr (legaliteitsbeginsel): de (lagere) wetgever dient in het formuleren van delictsomschrijvingen zo bepaald mogelijk te zijn … zich op andere wijze onbehoorlijk te gedragen", niet in strijd was met art. 1 Sr en art. 7 EVRM. De Hoge Raad oordeelde dat van strijd met het bepaaldheidsgebod geen sprake
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1494
Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). Bovendien is er strijd met art. 1, lid 1 Sr (legaliteitsbeginsel): de (lagere) wetgever dient in het formuleren van delictsomschrijvingen zo bepaald mogelijk te zijn … zich op andere wijze onbehoorlijk te gedragen", niet in strijd was met art. 1 Sr en art. 7 EVRM. De Hoge Raad oordeelde dat van strijd met het bepaaldheidsgebod geen sprake
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE1194
verzwaard. Dat levert wél een gewijzigd inzicht van de wetgever op waarop art. 1 lid 1 Sr van toepassing is. Daarom heeft het hof zowel art. 140 (oud) Sr
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE8908
dubbel huwelijk door de wederpartij - begrepen. Daarentegen verstaat de Hoge Raad art. 363 sub 1' Sr aldus dat voor de in die bepaling gevorderde wetenschap van de verdachte ten aanzien
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8646
gedragingen "vervaardigen" en "aanwezig hebben" eendaadse samenloop als bedoeld in art. 55 lid 1 Sr steeds is uitgesloten(4) en dat deze gedragingen dus meerdaadse samenloop (art. 57 Sv) opleveren
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6244
onvervalst te worden gebruikt. Aldus is ten laste gelegd het misdrijf van art. 225 lid 1 Sr en/of het eerste misdrijf van art. 225 lid 2 Sr en/of het tweede misdrijf
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD5499
wettelijke klachttermijn reeds was verstreken. De officier van justitie heeft overtreding van artikel 245 lid 1 Sr ten laste gelegd, zoals dat artikel toen luidde. De termijn voor de klacht ten tijde
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD4921
strafvervolging tegen een onbekende verdachte welke in een verbeurdverklaring kan resulteren (art. 33 lid 1 Sr). 2.8. Over de inbeslagneming op grond van art. 209 WD en over het uitblijven
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.