7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten…
Parket bij de Hoge Raad|13 oktober 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1593
juridische kosten, waaronder proceskosten, art. 6:96 BW en art. 242 Rv. Waardering vorderingen, art. 131 Fw en art. 133 Fw. Moment van verificatie, art. 108 lid 1 Fw. Surseance gevolgd door
- Civiel recht overigPrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht, arbeidsrecht. Is uitkering in geld voor niet genoten…
Parket bij de Hoge Raad|6 oktober 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1094
niet-genoten vakantiedagen, opgebouwd vóór datum faillissement, als een voorwaardelijke verbintenis, die, conform art. 131 Fw, ter verificatie moet worden aangemeld, waardoor deze niet kwalificeert als boedelvordering … niet-genoten vakantiedagen, opgebouwd vóór datum faillissement, als een voorwaardelijke verbintenis, die, conform artikel 131 Fw, geverifieerd kan worden, waardoor deze niet kwalificeert als boedelvordering in de zin van artikel
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Pluraliteitsvereiste. Is schuld teniet gegaan door verrekening met tijdens…
Parket bij de Hoge Raad|11 januari 2019|ECLI:NL:PHR:2019:62
schuldeisers met niet-opeisbare vorderingen (art. 53 lid 2 in verbinding met art. 130 en 131 Fw) en ongeacht of de gegrondheid van het verrekeningsverweer op eenvoudige wijze is vast te stellen
- InsolventierechtPrejudiciële vragen. Faillissementsrecht. Vallen rentevorderingen die tijdens faillissement ontstaan onder de…
Parket bij de Hoge Raad|1 juni 2023|ECLI:NL:PHR:2023:554
uitzondering voor de rente die door pand of hypotheek wordt gedekt. Ook art. 131 Fw maakt een uitzondering en wel voor nog niet-opeisbare vorderingen die ook na het faillissement rente voortbrengen
- Civiel recht overigPrejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel…
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 2021|ECLI:NL:PHR:2021:556Aangehaald in 5 uitspraken
Prejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel art. 128 Fw van overeenkomstige toepassing op vereffening nalatenschap?; onderscheid tussen ‘lichte’ en ‘zware’ vereffening?
- Civiel recht overigPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Pandrecht. Bank heeft openbaar pandrecht op al hetgeen…
Parket bij de Hoge Raad|5 oktober 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1138
voor hun waarde op de dag der faillietverklaring (art. 53 lid 2 jo. 130 en 131 Fw). Vordert de curator in rechte nakoming dan kan de rechter het beroep van gedaagde
- BelastingrechtArt. 1:85 en 1:102 BW. Belastingen geheven naar het inkomen zijn geen uitgaven ten behoeve van de gewone gang…
Parket bij de Hoge Raad|21 mei 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL2134
tijdstip van die uitspraak "bestaan". Deze laatste kunnen overeenkomstig de artikelen 130 en 131 Fw worden geverifieerd. Ook een vordering van een borg die tijdens de toepassing in de rechten
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.