Zoekresultaten

Voor “"213 Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

9 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overig
    Art. 126m Sv. Het oordeel van het Hof dat het misdrijf het uitgeven van valse bankbiljetten (strafbaar…

    Parket bij de Hoge Raad8 november 2011ECLI:NL:PHR:2011:BT2099Aangehaald in 15 uitspraken

    misdrijf het uitgeven van valse bankbiljetten (strafbaar gesteld in art. 213 Sr) naar zijn aard een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert in de zin van art. 126m.1 Sv en dat daaraan … subsidiair is tenlastegelegd). Het uitgeven van vals geld is strafbaar gesteld in art. 209 en 213 Sr. Blijkens de aan het bevel opnemen telecommunicatie ten grondslag liggende vordering - welke stukken zich beide

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Middelen over unus testis, kwalificatiegrond witwassen en kwalificatie onder art. 213 Sr falen…

    Parket bij de Hoge Raad31 oktober 2023ECLI:NL:PHR:2023:954

    Conclusie AG. Middelen over unus testis, kwalificatiegrond witwassen en kwalificatie onder art. 213 Sr falen (81 RO). Middel over schending van de inzendtermijn slaagt. Conclusie strekt tot vernietiging wat betreft de opgelegde

  • Strafrecht overig
    Conclusie plv. AG. Opzettelijke uitgave van valse bankbiljetten. Art. 213 Sr. Had de verdachte…

    Parket bij de Hoge Raad29 oktober 2019ECLI:NL:PHR:2019:1085

    Conclusie plv. AG. Opzettelijke uitgave van valse bankbiljetten. Art. 213 Sr. Had de verdachte (voorwaardelijk) opzet op de valsheid van bankbiljetten ten tijde van het uitgeven daarvan? Strekt tot (gedeeltelijke) vernietiging … zijn onderdelen.” 6. Het middel betoogt dat voor een veroordeling op grond van art. 213 Sr [opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven] uit de bewijsvoering moet volgen dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad8 april 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF1276

    deze arresten is beslist dat onder uitgeven in de zin van artikel 213 Sr(1) moet worden verstaan iedere handeling waardoor valse bankbiljetten feitelijk in het verkeer worden gebracht, zodat daar … belangrijkste verschil tussen het delict van artikel 209 Sr en dat van artikel 213 Sr ligt in de (on)bekendheid van de uitgever van de bankbiljetten met de valsheid ervan

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Jeugdzaak. Uitgeven van vals bankbiljet ex art. 213 Sr. 1. Verwerping van uitdrukkelijk…

    Parket bij de Hoge Raad24 mei 2022ECLI:NL:PHR:2022:476

    Conclusie AG. Jeugdzaak. Uitgeven van vals bankbiljet ex art. 213 Sr. 1. Verwerping van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat de verdachte niet het voor een bewezenverklaring vereiste opzet had. 2. Bewijsklacht opzet … onschuldig daaraan te zijn. Opzet, ook in voorwaardelijke vorm, kan niet worden aangenomen. In art. 213 Sr gaat het om het opzettelijk uitgeven van vals geld dat men zelf heeft ontvangen, terwijl

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Slagende bewijsklacht over het opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten (art. 213 Sr). Het…

    Parket bij de Hoge Raad25 juni 2019ECLI:NL:PHR:2019:679

    Conclusie AG. Slagende bewijsklacht over het opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten (art. 213 Sr). Het hof heeft ongeloofwaardig geachte verklaringen voor het bewijs gebruikt. De AG geeft de Hoge Raad in overweging

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Uitgeven valse bankbiljetten (art. 213 Sr). Middel over de motiverng van de bewezenverklaring…

    Parket bij de Hoge Raad7 oktober 2025ECLI:NL:PHR:2025:1024

    Conclusie AG. Uitgeven valse bankbiljetten (art. 213 Sr). Middel over de motiverng van de bewezenverklaring van het opzet slaagt. In dit geval is voor het bewijs onvoldoende dat andere personen verklaren … waarin het uitgeven van vals geld ten laste is gelegd als bedoel in art. 213 Sr, dient bewezen te worden dat bij de verdachte (voorwaardelijk) opzet bestond op de valsheid

  • Strafrecht overig
    1. Art. 359 leden 3 en 8 Sv. 2. Oordeel m.b.t. redelijke termijn. Ad 1. Het bestreden arrest voldoet wat…

    Parket bij de Hoge Raad9 juni 2015ECLI:NL:PHR:2015:1503

    genoemde vals geld zaak. Tenlastelegging en bewezenverklaring zijn gestoeld op art. 213 Sr en art. 209 Sr, beide in verbinding met art. 47 Sr. Niet wordt betwist dat de in de bewijsvoering

  • Strafrecht overig
    Art. 359.3 Sv, bekennende verdachte en Promis. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BL5628 m.b.t…

    Parket bij de Hoge Raad11 januari 2011ECLI:NL:PHR:2011:BO5354

    Art. 359.3 Sv, bekennende verdachte en Promis. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BL5628 m.b.t. een Promis-arrest en de uitzondering van art. 359.3 Sv daarop. Het Hof heeft i.c. wat betreft feit 4 niet volstaan met een 'opgave van de bewijsmiddelen', a.b.i. art. 359.3 Sv, maar met een bewijsvoering op een…

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.