35 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Erfrecht. Art. 4:218 lid 5 BW; art. 187 lid 1 Fw; art. 358 jo. 261 Rv. Verzet van erfgenaam…
Parket bij de Hoge Raad|9 november 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1276
Erfrecht. Art. 4:218 lid 5 BW; art. 187 lid 1 Fw; art. 358 jo. 261 Rv. Verzet van erfgenaam tegen uitdelingslijst vereffenaar nalatenschap is door kantonrechter afgewezen. Welk rechtsmiddel staat open … bijzondere termijn, zodat conform de hoofdregel van art. 358 leden 1 en 2 jo. 261 Rv gedurende drie maanden hoger beroep openstaat. Ook/althans zou het hof hebben miskend dat deze beperkingen niet
- Burgerlijk procesrechtErfrecht; procesrecht. Vereffening nalatenschap. Is vereffenaar ontvankelijk in cassatieberoep? Beschikking…
Parket bij de Hoge Raad|7 februari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:120
verantwoording (art. 1:374 lid 2 BW) waartegen hoger beroep openstaat (art. 358 en 261 Rv)? Ambtshalve onderzoek rechtsmiddel. Zelfstandig kwalificeren bestreden beschikking. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer
- Civiel recht overigArt. 2:86d BW; verzoek verstrekking duplicaten (van de mantels) van vermiste aandelenbewijzen. Onder…
Parket bij de Hoge Raad|30 maart 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BV1758
erop dat op het aantekenen van verzet tegen verstrekking van duplicaten de artikelen 261 Rv e.v. inzake verzoekschriftprocedures van toepassing zijn. In het licht daarvan dient het begrip "iedere belanghebbende" in artikel
- OndernemingsrechtEnquêterecht. Verzoek als bedoeld in art. 2:345 lid 1 BW kan niet meer worden ingetrokken indien hierop met…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BO3356
Enquêterecht. Verzoek als bedoeld in art. 2:345 lid 1 BW kan niet meer worden ingetrokken indien hierop met een uitdrukkelijk dictum is beslist; meest gerede partij kan zich met een verzoek tot beëindiging tot de ondernemingskamer richten. Oordeel dat curatoren van de failliete rechtspersoon naar het beleid en de gang…
- InsolventierechtWSNP. Procesrecht; verzoek ex art. 358a F.; proceskostenveroordeling mogelijk ondanks uitsluiting…
Parket bij de Hoge Raad|11 april 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC2721
verzoeken ingevolge de Faillissementswet. Die titel, die met het hierna nog te noemen art. 261 Rv opent en waarvan ook art. 289 Rv (met betrekking tot de bij eindbeschikking uit te spreken … dagvaardingsprocedure in eerste aanleg") van toepassing is op alle zaken waarop niet ingevolge art. 261 Rv de derde titel van toepassing is, en voor zover daarop niet een andere, bijzondere wettelijke regeling
- Civiel recht overigWet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Machtiging tot voortzetting crisismaatregel (art. 7:8…
Parket bij de Hoge Raad|3 april 2020|ECLI:NL:PHR:2020:356Aangehaald in 7 uitspraken
Wvggz niet is afgeweken. De regering heeft dit kennelijk afgeleid uit de hoofdregel in art. 261 Rv. In de Wvggz is niet anders bepaald. De Kamerstukken zijn hieromtrent niet erg consequent … verzoek om een zorgmachtiging. Mijns inziens kan die vraag via de hoofdregel in art. 261 Rv bevestigend worden beantwoord, tenzij in de Wvggz anders is bepaald. 2.12 In artikel
- Civiel recht overigPrejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel…
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 2021|ECLI:NL:PHR:2021:556Aangehaald in 5 uitspraken
Prejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel art. 128 Fw van overeenkomstige toepassing op vereffening nalatenschap?; onderscheid tussen ‘lichte’ en ‘zware’ vereffening?
- Civiel recht overigPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Begrotingsprocedure tussen advocaat en cliënt ingevolge art. 38 lid 4 Wet…
Parket bij de Hoge Raad|29 april 2016|ECLI:NL:PHR:2016:343
worden afgeleid dat er enige rek zit in het in beginsel gesloten systeem van artikel 261 Rv, bijvoorbeeld omdat de procedure van artikel 38, vierde lid Wet op de Rechtsbijstand zou kunnen
- Civiel recht overigWet Bopz. Voorlopige machtiging; art. 2 Wet Bopz. Had de rechtbank betrokkene dienen op te roepen? Vgl. HR 5…
Parket bij de Hoge Raad|16 augustus 2019|ECLI:NL:PHR:2019:863
betrokkene voor het verhoor behoorlijk dient te zijn opgeroepen overeenkomstig het bepaalde in art. 261 Rv in verbinding met de art. 272 e.v. Rv, welke regeling de rechter de mogelijkheid biedt … verhoor behoorlijk dient te zijn opgeroepen door de griffier overeenkomstig het bepaalde in art. 261 Rv in verbinding met de art. 272 e.v. Rv. In deze zaak is dat niet gebeurd
- Burgerlijk procesrechtArt. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Voorlopige machtiging. Faxbericht door advocaat van betrokkene gezonden aan de…
Parket bij de Hoge Raad|28 februari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:204Aangehaald in 15 uitspraken
namens een procespartij of door de rechter gehoorde personen is achtergehouden”. 2.4 Uit art. 261 Rv vloeit voort dat, voor zover de Wet Bopz niet een bijzondere (afwijkende of aanvullende) regeling geeft
- Civiel recht overigOndernemingsrecht. Procesrecht. Recht van enquête. Bevel (als bedoeld in art. 2:352 lid 1 BW) om personen…
Parket bij de Hoge Raad|20 november 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BJ7322
Boek 1 van Burgerlijke Rechtsvordering biedt voor zo'n minder geformaliseerde aanpak een grondslag. Art. 261 Rv bepaalt dat Titel 3 van Boek 1 op zaken die bij verzoekschrift worden ingediend
- Civiel recht overig11 juni 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/034HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: De…
Parket bij de Hoge Raad|11 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO7733
Rv. De toepasselijkheid van dat artikel volgt uit art. 261 Rv; zie ook: W.J.A.M. Dijkers, Doen en laten in de Bopz-machtigingsprocedure, diss. 2003, blz. 60-62 en blz. 152. Een andere
- ArbeidsrechtArt. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Na beëindigingsovereenkomst met vergoeding volgens sociaal plan, maakt…
Parket bij de Hoge Raad|16 oktober 2020|ECLI:NL:PHR:2020:962
rechtsingang niet uit de wet, dan wordt de procedure ingeleid bij dagvaarding (art. 78 jo. 261 Rv). 3.4 Art. 7:686 BW bepaalt dat de mogelijkheid van ontbinding wegens een tekortkoming
- Civiel recht overigBOPZ: schending hoorplicht art. 8 Bopz.
Parket bij de Hoge Raad|17 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:45
overeenkomstig de bepalingen voor de verzoekschriftprocedure (art. 271 tot en met 277 Rv). Ingevolge art. 261 Rv in verbinding met art. 272-276 Rv geschiedt de oproeping voor de mondelinge behandeling
- Civiel recht overigWet Bopz. Voorwaardelijke machtiging, art. 14a Wet Bopz. Grote belang dat moet worden gehecht aan het horen…
Parket bij de Hoge Raad|28 november 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2282
hetzelfde zou gelden voor het afschrift dat per gewone post is verzonden. 2.4. Ingevolge art. 261 Rv in verbinding met art. 272 - 276 Rv geschiedt de oproeping voor de mondelinge behandeling
- ArbeidsrechtArt. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Na beëindigingsovereenkomst met vergoeding volgens sociaal plan, maakt…
Parket bij de Hoge Raad|16 oktober 2020|ECLI:NL:PHR:2020:963
rechtsingang niet uit de wet, dan wordt de procedure ingeleid bij dagvaarding (art. 78 jo. 261 Rv). 3.4 Art. 7:686 BW bepaalt dat de mogelijkheid van ontbinding wegens een tekortkoming
- Civiel recht overigBopz; machtiging voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis, maximale geldigheidsduur twee jaren…
Parket bij de Hoge Raad|20 juni 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BD1385
bepaald in art. 78 (oud) Wet Bopz. Thans wordt het afgeleid uit art. 261 Rv. 13 Zie hierover ook: W.J.A.M. Dijkers, Doen en laten in de Bopz-machtigingsprocedure, diss
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Wet tarieven in burgerlijke zaken, art. 40. Verzetprocedure; hoger beroep; ontvankelijkheid.
Parket bij de Hoge Raad|17 mei 2013|ECLI:NL:PHR:2013:CA0728
verzetprocedure ex art. 40 Wtbz in eerste aanleg de in lid 1 van art. 261 Rv bedoelde uitzondering van toepassing is, zodat titel 3 van Boek 1 Rv (de verzoekschriftprocedure in eerste
- ArbeidsrechtArbeidsrecht. Slapende dienstverbanden. Vanaf wanneer geldt de norm die is geformuleerd in HR 8 november…
Parket bij de Hoge Raad|11 februari 2022|ECLI:NL:PHR:2022:137
Arbeidsrecht. Slapende dienstverbanden. Vanaf wanneer geldt de norm die is geformuleerd in HR 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1734 (Xella)? Temporele werking van rechtspraak van de Hoge Raad.
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Hoger beroep door schuldeiser tegen beëindiging schuldsanering met verlening schone…
Parket bij de Hoge Raad|22 november 2013|ECLI:NL:PHR:2013:1448
hoger beroep wordt ingesteld bij verzoekschrift. De hoger beroepprocedure vormt hierdoor een verzoekschriftprocedure. In artikel 261 Rv is bepaald dat de aan de verzoekschrift-procedure in eerste aanleg gewijde derde titel
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.