5 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigVervolg op HR 7 september 2001, LJN ZC3642: partijen bij een overeenkomst; bescherming tegen onbevoegdheid…
Parket bij de Hoge Raad|13 januari 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU5274
september 2001, LJN ZC3642: partijen bij een overeenkomst; bescherming tegen onbevoegdheid pandgever (art. 3:238 BW) (art. 81 RO) C04/306HR Mr. F.F. Langemeijer Zitting 28 oktober 2005 Conclusie inzake: 1. Ewals Cargo … vraag wie partij zijn bij de litigieuze duurovereenkomst. Daarnaast is een beroep op art. 3:238 BW (beschikkingsonbevoegdheid pandgever) aan de orde. 1. De feiten en het procesverloop 1.1. Voor de relevante
- Civiel recht overigPandrecht op onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken. Afstand van eigendomsvoorbehoud; daartoe strekkende…
Parket bij de Hoge Raad|5 september 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1741
maart 2007 beoogde onvoorwaardelijk pandrecht, terwijl Rabobank niet te goeder trouw was (art. 3:238 BW), en ( subsidiair ) indien in die overeenkomst een verpanding bij voorbaat zou moeten worden gelezen, het voorwaardelijke … geven erop mocht vertrouwen dat Tatra Wood inmiddels door betaling beschikkingsbevoegd was geworden (art. 3:238 BW) . Voorts heeft Rabobank subsidiair aangevoerd (iv) dat mr. Terng, gelet op de mailwisseling
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|7 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3642
eiseres]) te goeder trouw was toen de goederen in haar macht geraakten (art. 3:238 BW). Aangezien het hof in rov. 4.5 slechts verwijst naar "het vorenoverwogene", kan bij het slagen
- Civiel recht overig3 december 2004 Eerste Kamer Nr. C03/205HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|3 december 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR0275
schijn van beschikkingsbevoegdheid van art. 3:86 BW (en daarmee vergelijkbare bepalingen als art. 3:238 BW); de bescherming van degene die te goeder trouw op een schijnbare wilsverklaring is afgegaan
- Civiel recht overigExecutiegeschil. Invordering belastingschuld horecabedrijf. Bodembeslag (art. 22 Inv.wet) gelegd op…
Parket bij de Hoge Raad|24 januari 2014|ECLI:NL:PHR:2014:27
Executiegeschil. Invordering belastingschuld horecabedrijf. Bodembeslag (art. 22 Inv.wet) gelegd op inventaris. Klachten Ontvanger: wat geldt na faillissement en staken exploitatie nog als ‘bodem’ van de belastingschuldige? Is van belang dat curator sleutels heeft en als enige toegang tot deze ruimte?
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.