59 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtRelatievermogensrecht. Informeel samenlevenden, financiële afwikkeling na beëindiging van affectieve relatie…
Parket bij de Hoge Raad|26 juni 2026|ECLI:NL:PHR:2026:654
Regresvordering van man op vrouw; verrekening (art. 6:131 lid 1 BW), verjaring (art. 3:307 BW). PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 25/02767 Zitting 26 juni 2026 CONCLUSIE
- Civiel recht overigSchadevergoeding; verjaring. Vaststellingsovereenkomst met voorbehoud voor bepaalde toekomstige schade…
Parket bij de Hoge Raad|7 oktober 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1006Aangehaald in 7 uitspraken
voorbehoud bedoelde schade; - de vordering is dus niet op de voet van art. 3:307 BW verjaard. 2.5 [verweerder] heeft voorts een vordering in reconventie ingesteld. Hij heeft een verklaring voor recht
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Verjaring. Procesrecht. Overeenkomst totstandbrenging…
Parket bij de Hoge Raad|16 maart 2018|ECLI:NL:PHR:2018:249
artikel 8 is verzocht. Hiermee miskennen partijen echter dat het tweede lid van artikel 3:307 BW blijkens de parlementaire geschiedenis slechts is bedoeld voor die gevallen waarin in de overeenkomst zelf … onredelijk zou zijn, is niet het eerste lid maar het tweede lid van artikel 3:307 BW van toepassing. Of dat het geval is wordt vooral bepaald door uitleg van de overeenkomst
- Personen- en familierechtHuwelijksvermogensrecht. Verjaringstermijn vergoedingsrecht: is de twintigjarige verjaringstermijn van art…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2022|ECLI:NL:PHR:2022:328
twintigjarige verjaringstermijn van art. 3:306 BW of de vijfjaarstermijn van art. 3:307 BW van toepassing?; schending grenzen rechtsstrijd; PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/02726 Zitting
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Afgewezen vordering tot levering van aandelen wegens gegrond beroep op bevrijdende…
Parket bij de Hoge Raad|23 mei 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC8696
Verweerder heeft de vordering bestreden en daarbij een beroep gedaan op bevrijdende verjaring (art. 3:307 BW) en rechtsverwerking. Ook beriep verweerder zich op een latere overeenkomst tussen partijen, waarin eiser … verweerder op verjaring verworpen, op de grond dat het tweede lid van art. 3:307 BW van toepassing is. Volgens de kantonrechter gaat het hier om een verbintenis tot nakoming na onbepaalde
- VerbintenissenrechtAansprakelijkheid andere echtgenoot voor verbintenissen aangegaan ten behoeve van de gewone gang van de…
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:119
Aansprakelijkheid andere echtgenoot voor verbintenissen aangegaan ten behoeve van de gewone gang van de huishouding (art. 1:85 BW); toepasselijkheid art. 1:85 BW op verbintenissen uit geldlening; verjaringstermijn; buitengerechtelijke kosten; tijdig verstrekken proces-verbaal.
- Civiel recht overigSpaar/beleggingsproduct (KoersPlan). Leemte in KoersPlanovereenkomsten wat betreft (hoogte van) in te houden…
Parket bij de Hoge Raad|14 juni 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BZ3749
BW; vaststelling redelijke premie. Beroep op verjaring; art. 3:307 BW. 11/05049 Mr. L. Timmerman Zitting 8 maart 2013 Conclusie inzake: de naamloze vennootschap Aegon Spaarkas N.V., verzoekster tot cassatie, (hierna: Aegon
- Civiel recht overigVerjaring. Bevrijdende verjaring van rechtsvordering tot nakoming. Moment aanvang verjaringstermijn…
Parket bij de Hoge Raad|1 mei 2015|ECLI:NL:PHR:2015:570
3:311 lid 1 BW (gedeeltelijke of anderszins gebrekkige nakoming contractuele verbintenis) en art. 3:307 BW (in het geheel niet nagekomen contractuele verbintenis). Koop van twee percelen grond: één of twee
- Civiel recht overigTerugvordering bijstand verstrekt in vorm geldlening; rechtskarakter en verjaring vordering; duur en aanvang…
Parket bij de Hoge Raad|8 januari 1999|ECLI:NL:PHR:1999:12
kwalificeren als een uit overeenkomst voortvloeiende verbintenis om te geven als bedoeld in art. 3:307 BW; vordering gemeente onderworpen aan verjaringstermijn van vijf jaar na opeisbaar worden vordering. Het op uitleg … cassatiemiddel 6) Onderdeel Ia is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat art. 3:307 BW van toepassing is. Gesteld wordt dat in casu de verjaringstermijn van 20 jaar geldt, geregeld
- Civiel recht overigPensioenrecht; pensioenreglement BPF. Geen verjaring pensioenaanspraken op de voet van art. 3:307 BW…
Parket bij de Hoge Raad|3 februari 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BT8462
Pensioenrecht; pensioenreglement BPF. Geen verjaring pensioenaanspraken op de voet van art. 3:307 BW. Pensioenaanspraken vloeien zelfstandig en rechtstreeks voort uit Pensioenreglement. Vordering tot “toekenning” pensioenaanspraken heeft karakter van verklaring voor recht … worden verricht; zodat een daarop gerichte vordering onderworpen is aan de verjaringstermijn van art. 3:307 BW. Daarnaast voert het BPF aan dat de toekenning c.q. administratie van pensioenaanspraken een vorm
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Huur. Terugvordering energiekosten. Beroep op verjaring; art. 3:307 BW. Koop. Ontbinding…
Parket bij de Hoge Raad|7 november 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2107
Huur. Terugvordering energiekosten. Beroep op verjaring; art. 3:307 BW. Koop. Ontbinding. Verzuim tot stellen bankgarantie? Passeren bewijsaanbod. Rolnr. 13/05685 Mr M.H. Wissink Zitting: 7 november 2014 conclusie in de zaak … maar wel geoordeeld dat de verjaring van deze vorderingen op de voet van art. 3:307 BW eerst is gestuit met de inleidende dagvaarding van 20 april 2012, zodat alleen de vorderingen
- Civiel recht overigVerjaring. Vordering uit overeenkomst van geldlening. Is art. 3:324 BW van toepassing op in executoriale vorm…
Parket bij de Hoge Raad|11 september 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1715
verweerder] heeft tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 3:307 BW, welke rechtsvordering verjaart door verloop van vijf jaar na de aanvang van de dag volgende … geven of een doen daarom, in afwijking van de hoofdregel, in art. 3:307 BW een – overzichtelijke – termijn van vijf jaar is bepaald. Subonderdeel 1.2 klaagt vervolgens dat het hof in rechtsoverweging
- Civiel recht overigInternationaal privaatrecht; toepasselijk recht op arbeidsovereenkomst; uitleg overeenkomst; stilzwijgende…
Parket bij de Hoge Raad|7 mei 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL7044
Duitse recht krachtens rechtskeuze de arbeidsovereenkomst beheerst, de Nederlandse verjaringstermijn van art. 3:307 BW als dwingende werknemersbeschermende bepaling op de voet van art. 6 lid 1 EVO voorrang heeft … grond van de volgende overweging (r.o. 4.4.11): "Anders dan [eiser] heeft gesteld, kan artikel 3:307 BW niet aangemerkt worden als een dwingende bepaling in voormelde zin. Immers, in de eerste plaats
- Civiel recht overigOnrechtmatige overheidsdaad (CBB geen "independent tribunal" als bedoeld in art. 6 EVRM), besluit CBB tot…
Parket bij de Hoge Raad|11 november 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU1710
geldt hier de verjaringsregeling van art. 3:306 BW (onder 7) en niet art. 3:307 BW (onder 8). 3.6.4 Bij pleidooi in appèl wordt nog nader aandacht aan de gewijzigde … december 2002 plaatsvond. 4.8 Waarschijnlijker lijkt mij dat - nog steeds uitgaande art. 3:307 BW - de vordering "opeisbaar" werd daags ná de uitspraak van het CBB. Die opvatting ligt besloten
- VerbintenissenrechtVerbintenissenrecht. Geschil tussen ex-samenwoners. Afrekeningsovereenkomst m.b.t. woningwaarde uit 2008…
Parket bij de Hoge Raad|26 januari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:96
Deze vordering tot nakoming verjaart volgens de rechtbank op grond van art. 3:307 BW na het verstrijken van vijf jaar nadat de vordering opeisbaar is geworden. De rechtbank overweegt … nakoming van de overeenkomst van partijen uit 2008 vordert als bedoeld in art. 3:307 BW. Het onderdeel valt uiteen in twee subonderdelen. Subonderdeel 1.1a betoogt dat het hof heeft miskend
- Civiel recht overig17 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/158HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|17 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AI0308
aangemerkt als een verplichting tot een geven of een doen, zodat - gelet op artikel 3:307 BW - hiervoor een verjaringstermijn geldt van vijf jaar. 4.6.2. De stelling van de curator dat deze … vorderingen tot schadevergoeding of boetes, centraal. Hoewel i.c. niet art. 3:310, maar art. 3:307 BW centraal staat en er bovendien voor de schuldeiser geen belemmeringen zijn geweest om de vordering
- Civiel recht overig8 juli 2005 Eerste Kamer Nr. C04/107HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT4534
toegelicht en alsnog als verweer een beroep op verjaring op grond van art. 3:307 BW had gedaan, en [verweerster] een antwoordakte had genomen, heeft het hof bij eindarrest van 10 oktober … niet strekt tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst als bedoeld in art. 3:307 BW, maar tot verdeling van een gemeenschap, niet aan verjaring onderhevig is (art. 3
- Civiel recht overig4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C02/314HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Parket bij de Hoge Raad|4 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO6210
middel betoogt dat de vijfjarige verjaringstermijn van art. 3:310 BW of van art. 3:307 BW van toepassing is (en niet de twintigjarige termijn van art. 3:306 BW zoals … miskend dat hier de vijfjarige verjaringstermijn van art. 3:310 BW of van art. 3:307 BW geldt. Het middelonderdeel voert hiertoe aan dat de regresvordering van de betaald hebbende borg
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 november 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3369
verbintenis tot een geven. De verjaring van dergelijke rechtsvorderingen wordt geregeld door art. 3:307 BW. Dit wetsartikel bepaalt in zijn tweede lid, nadat in het eerste lid is vooropgesteld … verjaring van [overledene]s vordering op grond van art. 73 Overgangswet juncto art. 3:307 BW. 5.De Rechtbank oordeelde in een tussenvonnis van 16 april 1996 waarbij [eiser] tot bewijslevering werd toegelaten
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg exploitatieovereenkomst. Vordering verjaard (art. 3:307 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:358
bijzonder om het moment van opeisbaarheid van de vordering: “5.2. Op grond van artikel 3:307 BW verjaart een vordering tot nakoming van een betalingsverplichting door verloop van vijf jaar
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.