Zoekresultaten

Voor “"3:308 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

33 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overig
    Pensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds…

    Parket bij de Hoge Raad18 oktober 2024ECLI:NL:PHR:2024:1082

    Pensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds. Verjaring. Moment opeisbaar worden premievordering (art 3:308 BW). Vervolg op HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:527 (Booking.com). PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD … januari 1999. Ik meen dat Booking.com aldus uitgaat van een onjuiste uitleg van art. 3:308 BW. Over de verjaring van premievorderingen van pensioenfondsen wordt echter verschillend geoordeeld, zowel in de feitenrechtspraak

  • Insolventierecht
    Faillissementsrecht. Tweede faillissement. Aanvang verjaringstermijn van gedurende het eerste faillissement…

    Parket bij de Hoge Raad4 maart 2016ECLI:NL:PHR:2016:77

    Faillissementsrecht. Tweede faillissement. Aanvang verjaringstermijn van gedurende het eerste faillissement ontstane rentevorderingen (art. 3:308 BW). Vraag of deze vorderingen, die gedurende dat faillissement niet konden worden geverifieerd (art. 128 Fw), opeisbaar … gefailleerde opeisbaar gebleven en zijn zij ingevolge de artikelen 3:307 BW en 3:308 BW verjaard voor zover er meer dan vijf jaren zijn verstreken na het opeisbaar worden

  • Verbintenissenrecht
    Aansprakelijkheid andere echtgenoot voor verbintenissen aangegaan ten behoeve van de gewone gang van de…

    Parket bij de Hoge Raad2 februari 2024ECLI:NL:PHR:2024:119

    aansprakelijk wordt gehouden (rov. 3.9); - Voor de gevorderde rente geldt op grond van art. 3:308 BW echter een verjaringstermijn van vijf jaar. Noch in eerste aanleg noch in hoger beroep heeft

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad1 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE7347

    onder meer erop beroepen dat de vordering van [eiser] op de voet van art. 3:308 BW is verjaard nu de vordering niet binnen vijf jaar nadat zij opeisbaar is geworden … redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld dat onverkorte toepassing van de verjaringstermijn van art. 3:308 BW in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. [Eiser] heeft

  • Civiel recht overig
    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Mag een uitkeringsinstantie een lopende, reeds vóór de…

    Parket bij de Hoge Raad15 november 2019ECLI:NL:PHR:2019:1324

    meen niet steeds. Opeisbaarheid is het beginpunt van diverse verjaringstermijnen, waaronder die van art. 3:308 BW. De strekking van die verjaringstermijn is de schuldenaar bescherming te bieden tegen een te sterk … pachtrechtspraak brengt de combinatie van de strekking van respectievelijk de verjaringstermijn van art. 3:308 BW en de sanctie van art. 7:322 BW mee dat indien aan het voorschrift

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad3 december 1999ECLI:NL:PHR:1999:AA3816

    betoogd dat Rosendals primaire vordering in ieder geval is verjaard op grond van art. 3:308 BW. Zij heeft voorts aangevoerd dat de Kantonrech ter heeft miskend dat de subsidiaire vordering … vordering tot nakoming geen sprake, aldus Rosendal. Voor toepassing van art. 3:308 BW is volgens Rosendal geen plaats daar haar vordering niet strekt tot periodieke betalingen. Rosendal heeft betoogd dat, indien

  • Insolventierecht
    Prejudiciële vragen. Faillissementsrecht. Vallen rentevorderingen die tijdens faillissement ontstaan onder de…

    Parket bij de Hoge Raad1 juni 2023ECLI:NL:PHR:2023:554

    faillissement ontstane rentevorderingen gedurende het faillissement niet opeisbaar zijn, zodat de in art. 3:308 BW bedoelde verjaring van deze vorderingen niet gedurende het faillissement begint te lopen.” 3.15 In deze overweging

  • Civiel recht overig
    12 september 2003 Eerste Kamer Nr. C01/334HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…

    Parket bij de Hoge Raad12 september 2003ECLI:NL:PHR:2003:AF9405

    deze zaak om de verjaring van periodieke vorderingen in de zin van art. 3:308 BW en van art. 2012 BW (oud). Een kredietgever - thans verweerster in cassatie, verder: Spektrum - vordert … volgende op die waarop de vordering opeisbaar wordt, wordt thans in art. 3:308 BW voorgeschreven voor rechtsvorderingen tot betaling van renten van geldsommen, lijfrenten, dividenden, huren, pachten en voorts alles

  • Civiel recht overig
    Verbintenissenrecht. Verjaring; stuitingshandeling; rechtshandeling; toch werking krachtens 3:37 lid 3 BW van…

    Parket bij de Hoge Raad9 juli 2010ECLI:NL:PHR:2010:BM5704

    tweede plaats wordt geklaagd dat het hof in de gewraakte overweging art. 3:308 BW onjuist heeft toegepast. 27. De klacht kan niet tot cassatie leiden. Zij geeft in het geheel niet … waarom het hof, afgezien van de reeds eerder aangevoerde klachten, art. 3:308 BW onjuist zou hebben toegepast, en voldoet dus niet aan de aan een cassatieklacht te stellen eisen van bepaaldheid

  • Personen- en familierecht
    Huwelijksvermogensrecht. Verjaringstermijn vergoedingsrecht: is de twintigjarige verjaringstermijn van art…

    Parket bij de Hoge Raad1 april 2022ECLI:NL:PHR:2022:328

    Huwelijksvermogensrecht. Verjaringstermijn vergoedingsrecht: is de twintigjarige verjaringstermijn van art. 3:306 BW

  • Civiel recht overig
    22 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/173HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: HBF HYDRO…

    Parket bij de Hoge Raad22 oktober 2004ECLI:NL:PHR:2004:AP1672

    verjaart, behoudens stuiting (artikel 3: 316 en 317 BW) op grond van artikel 3:308 BW door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop … betaald en HBF haar beroep op verjaring slechts op de artikelen 3:307 en 3:308 BW heeft gestoeld, mocht de Rechtbank ervan uitgaan dat HBF slechts die verjaring (van vijf jaren

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad20 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE3377

    oftewel met ingang van 1992 (dit met het oog op de verjaringtermijn van art. 3: 308 BW). DTI heeft dat geweigerd, en zich erop beroepen dat art. 19 aanhef en onder … aldus uitgelegd, een onaanvaardbare afwijking zou vormen van de regel van art. 3:308 BW in verband met salarisaanspraken. De rechtbank volgde echter in appel [verweerders] primaire stelling, te weten

  • Civiel recht overig
    Pensioenrecht; pensioenreglement BPF. Geen verjaring pensioenaanspraken op de voet van art. 3:307 BW…

    Parket bij de Hoge Raad3 februari 2012ECLI:NL:PHR:2012:BT8462

    pensioenaanspraken een vorm van (periodieke) betaling is waarop de verjaring als bedoeld in art. 3:308 BW van toepassing is. Dit tweeledige argument vormt ook de basis van het cassatiemiddel … kant van het BPF wordt aangevoerd dat het hof (ook) art. 3:308 BW zou hebben miskend. Waar deze stelling op berust, is mij eerlijk gezegd niet helemaal duidelijk geworden. Ik denk

  • Civiel recht overig
    Verjaring van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak; art. 3:324 BW. Veroordeling tot…

    Parket bij de Hoge Raad2 september 2016ECLI:NL:PHR:2016:882

    verplichting, zoals de verplichting tot betaling van rente. Daarachter steekt, net als bij art. 3:308 BW, de gedachte dat – zonder de bescherming van deze verjaringstermijn - voor de schuldenaar het gevaar dreigt … uitleg van art. 3:324 lid 3 BW aansluiting te zoeken bij art. 3:308 BW. De ratio van die bepaling is de bescherming van de schuldenaar tegen het oplopen van zulke

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad8 februari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD7381

    door hem geformuleerde aanspraak slechts kan verjaren door het verstrijken van de in artikel 3:308 BW genoemde termijn (onder 7/8). Zulks zou niet anders zijn ingeval [eiser] niet binnen een termijn … eiser] "op enigerlei wijze bezwaarlijk was" (alles rov. 4.2). 2.32 Het beroep op artikel 3:308 BW wordt van de hand gewezen. De Rechtbank wijst er daarbij op dat "de strekking

  • Civiel recht overig
    Verjaring van aanspraak uit hoofde van lening (art. 3:307 lid 2 BW) tussen erfgenamen. Beperkende werking van…

    Parket bij de Hoge Raad1 april 2022ECLI:NL:PHR:2022:339

    tijdstip van verdeling van de nalatenschappen. De verjaringstermijn van vijf jaren ingevolge art. 3:308 BW met betrekking tot de verschenen rentetermijnen is nog niet verstreken. (onder 4.19) De rente over … erfgenaam 1] hebben gedagvaard op 22 mei 2015. De in artikel 3:308 BW genoemde verjaringstermijn van vijfjaren was op dat moment nog niet verstreken.’ 3.3 Alle klachten van het onderdeel, rechts

  • Civiel recht overig
    Aansprakelijkheidsrecht. Vordering tot terugbetaling van door bank in rekening gebrachte, door cliënt…

    Parket bij de Hoge Raad17 januari 2025ECLI:NL:PHR:2025:67

    Aansprakelijkheidsrecht. Vordering tot terugbetaling van door bank in rekening gebrachte, door cliënt periodiek betaalde liquiditeitspremie. Onverschuldigde betaling en schadevergoeding wegens tekortkoming. Verjaring. Art. 3:309 en 3:310 lid 1 BW. Aanvangsmoment. Maatstaf. Motiveringsklachten.

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD6085

    door ING gepretendeerde vordering op grond van art. 2012 (oud) BW en/of 3:308 BW is verjaard. In de aan [verweerder] verzonden brieven heeft ING zich niet ondubbelzinnig haar recht op nakoming

  • Civiel recht overig
    Onrechtmatige daad; schadevergoeding; periodieke betalingen (ouderdomspensioenpremies). Verjaring. Anticipatie.

    Parket bij de Hoge Raad28 mei 1993ECLI:NL:PHR:1993:52

    werkgever de verschuldigde pensioenbijdragen aan het pensioenfonds afdraagt. Wanneer hierop niet art. 3:308 BW, maar hetzij art. 310, hetzij art. 306 van toepassing wordt geacht, is de kans dat zulke werknemers

  • Civiel recht overig
    Prejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW; fixatiebeginsel…

    Parket bij de Hoge Raad4 juni 2021ECLI:NL:PHR:2021:556Aangehaald in 5 uitspraken

    Prejudiciële vragen; vereffening nalatenschap; berekening vordering; art. 4:218 lid 5 BW

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.