21 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigVermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313…
Parket bij de Hoge Raad|20 november 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1188
Vermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313 BW. Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar … waarop voor het eerst onmiddellijke nakoming kan worden gevorderd aan (art. 3:313 BW). Op grond van het hiervoor bedoelde systematische verband ligt het voor de hand om aan te nemen
- Civiel recht overigEchtscheiding. Huwelijkse voorwaarden. Geval waarin aan periodiek verrekenbeding tijdens huwelijk geen…
Parket bij de Hoge Raad|2 december 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BU6591
finale verrekenplicht verschuldigde eerst bij einde huwelijk kan worden gevorderd zodat ingevolge art. 3:313 BW verjaringstermijn eerst dan begint te lopen. In geval waarin voor nakoming periodieke verrekenplichten een termijn
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Regresvordering op hoofdelijk medeschuldenaar verjaard? Art. 3:310 lid 1 BW van…
Parket bij de Hoge Raad|6 april 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BU3784
bedoelde verjaringstermijn is immers in beginsel het opeisbaar worden van de vordering (vgl. artikel 3:313 BW). Deze termijn begint pas te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk
- Civiel recht overigVerjaring. Beroepsaansprakelijkheid notaris. Schadevordering wegens verzuim notaris om huwelijkse voorwaarden…
Parket bij de Hoge Raad|5 juni 2020|ECLI:NL:PHR:2020:607
hand van Koopmann, waarop de vrouw zich heeft beroepen, ziet op art. 3:313 BW, dat het aanvangsmoment bepaalt van de verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verplichting … huwelijkse voorwaarden doen inschrijven, respectievelijk controleren of inschrijving had plaatsgevonden). De wetsgeschiedenis van art. 3:313 BW, waarop in GS Vermogensrecht wordt gewezen, heeft betrekking op een vordering tot nakoming
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 november 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3369
verjaring moet worden verworpen. Betoogd wordt dat het Hof heeft miskend dat art. 3:313 BW de hoofdregel bevat dat de verjaringstermijn aanvangt op de dag volgende op die waarop de vordering … terecht tot uitgangspunt namen. Voorzover het middel met zijn verwijzing naar art. 3:313 BW iets anders wil betogen, faalt het. Het is mij niet duidelijk of het middel bedoelt te klagen
- Civiel recht overigHuwelijksvermogensrecht. Gebondenheid gewezen echtgenoot aan gedurende lange tijd niet uitgevoerde…
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BO1652
waarop de vordering opeisbaar is geworden (zie art. 3:307 lid 1 resp. art. 3:313 BW). Aangezien de overeenkomst van 21 juli 1994 bepaalde dat de levering en de daarmee corresponderende … termijn van vijf jaar. Hetzelfde geldt voor een geval als bedoeld in art. 3:313 BW. 2.21. Het falen van de overige klachten in dit middel(16) vloeit voort uit het voorgaande
- Civiel recht overigArbeidsrecht. Verjaring van op grond van art. 7:658 BW tegen werkgever ingestelde vordering tot vergoeding…
Parket bij de Hoge Raad|10 september 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM7041
3:310 BW in zoverre een toepassing is van het in art. 3:313 BW neergelegde beginsel dat, wil een verjaringstermijn gaan lopen, de desbetreffende vordering opeisbaar moet zijn. Onderdeel 2.1.2 voegt
- Civiel recht overigVordering uit onrechtmatige daad; verjaring; art. 3:310 lid 1 BW; aanvangsmoment subjectieve vijfjarige…
Parket bij de Hoge Raad|24 september 2021|ECLI:NL:PHR:2021:909Aangehaald in 6 uitspraken
Vordering uit onrechtmatige daad; verjaring; art. 3:310 lid 1 BW; aanvangsmoment
- Civiel recht overigSchadevergoeding; verjaring. Vaststellingsovereenkomst met voorbehoud voor bepaalde toekomstige schade…
Parket bij de Hoge Raad|7 oktober 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1006Aangehaald in 7 uitspraken
Schadevergoeding; verjaring. Vaststellingsovereenkomst met voorbehoud voor bepaalde toekomstige schade. Voorwaardelijke vordering? Aanvullen van rechtsgronden. Verjaring o.g.v. art. art. 3:307 lid 2 BW; aanvangsmoment. Bewijs dat voldaan is aan voorwaarde in voorbehoud, ondanks verloren gaan cruciaal rapport; art. 152…
- Civiel recht overig10 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/045HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|10 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF9416
vergoeding daarvan kan worden gevorderd, in zoverre een toepassing is van het in art. 3:313 BW uitgedrukte beginsel dat het lopen van een verjaringstermijn opeisbaarheid van de vordering veronderstelt. Ter vermijding
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 januari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AE9382
respectievelijk 1 januari 1993 onmiddellijke nakoming over de jaren 1991 en 1992 vorderen (art. 3:313 BW) en is de termijn van verjaring derhalve op 2 januari 1992, respectievelijk 2 januari
- VerbintenissenrechtArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Vennootschapsrecht. Rekening-courantverhouding tussen (vennoten van)…
Parket bij de Hoge Raad|30 november 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1408
april 2009 en grief III tegen de toepassing van verjaring onder art. 3:313 BW in plaats van art. 6:140 BW. Het hof overweegt daarover als volgt: “5.7 Met betrekking
- BelastingrechtLegitieme portie onder het oude erfrecht. Overgangsrecht erfrecht. Goederenrechtelijke aanspraak of…
Parket bij de Hoge Raad|11 juli 2025|ECLI:NL:PHR:2025:785
Legitieme portie onder het oude erfrecht. Overgangsrecht erfrecht. Goederenrechtelijke aanspraak of vorderingsrecht? Verjaring? Bepaling belastbare verkrijging door belanghebbende bij overlijden van zijn langstlevende ouder, terwijl de nalatenschap van de kortstlevende ouder onverdeeld is gebleven en hij legitimaris…
- Civiel recht overigPersonen- en familierecht. Einde wettelijk deelgenootschap van gewezen echtelieden; tijdstip van ontstaan van…
Parket bij de Hoge Raad|30 mei 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC6582
Personen- en familierecht. Einde wettelijk deelgenootschap van gewezen echtelieden; tijdstip van ontstaan van recht op uitkering van de ene deelgenoot jegens de andere deelgenoot; wettelijke rente.
- Civiel recht overigVruchtgebruik op vorderingen tot betaling van huurpenningen; rechtsgeldigheid; gesloten stelsel van…
Parket bij de Hoge Raad|18 maart 2022|ECLI:NL:PHR:2022:260
Vruchtgebruik op vorderingen tot betaling van huurpenningen; rechtsgeldigheid; gesloten stelsel van goederenrecht; vruchtgebruikobject en vruchten; inningsbevoegdheid; zaaksvervanging; misbruik van bevoegdheid; onrechtmatig profiteren van wanprestatie
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|6 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9241
C 01/086 HR Mr. F.F. Langemeijer Zitting 11 oktober 2002 Conclusie inzake: [De man] tegen [De vrouw] In dit geschil tussen gewezen echtgenoten over een zgn. nieuw Amsterdams verrekenbeding wordt voortgebouwd op eerdere rechtspraak over dit onderwerp. In het bijzonder is de vraag aan de orde wanneer de vordering tot…
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 april 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF4604
dagvaarding op 19 november 1996 nog niet verstreken. Deze termijn is immers ingevolge artikel 3:313 BW eerst begonnen met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de onmiddellijke nakoming
- Civiel recht overigBestuurdersaansprakelijkheid. Beroep op verjaring, art. 3:310 lid 1 BW. Tijdstip waarop verjaringstermijn is…
Parket bij de Hoge Raad|11 juli 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1641
Bestuurdersaansprakelijkheid. Beroep op verjaring, art. 3:310 lid 1 BW. Tijdstip waarop
- Civiel recht overigNakoming echtscheidingsconvenant, vernietigingsvordering; (overeenkomstige) toepassing art. 3:196 en 3:199 BW…
Parket bij de Hoge Raad|25 januari 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BV6689
Nakoming echtscheidingsconvenant, vernietigingsvordering; (overeenkomstige) toepassing art. 3:196 en 3:199 BW
- Civiel recht overigAansprakelijkheidsrecht. Vordering tot terugbetaling van door bank in rekening gebrachte, door cliënt…
Parket bij de Hoge Raad|17 januari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:67
Aansprakelijkheidsrecht. Vordering tot terugbetaling van door bank in rekening gebrachte, door cliënt periodiek betaalde liquiditeitspremie. Onverschuldigde betaling en schadevergoeding wegens tekortkoming. Verjaring. Art. 3:309 en 3:310 lid 1 BW. Aanvangsmoment. Maatstaf. Motiveringsklachten.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.