Zoekresultaten

Voor “"3 Sv"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

28 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad4 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE3543

    nieuwe bezwaren zijn. Wat nieuwe bezwaren zijn zegt het tweede lid. Artikel 255 lid 3 Sv verlangt dat ter zake van de nieuwe bezwaren een GVO moet zijn ingesteld vóór de officier … kent voor de vordering en opening van dit GVO, waartoe art. 255 lid 3 Sv in geval van 'nieuwe bezwaren' verplicht, geen speciale regeling, zodat de regeling van de artt

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad4 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1195

    politie proces-verbaal is een schriftelijk bescheid als bedoeld in art. 344 lid 3 Sv. Dat brengt enkele bijzonderheden met zich voor wat betreft het gebruik en de motivering … zelfstandig de betrouwbaarheid van de anonieme verklaring te hebben onderzocht(1). 4.4. Art. 344 lid 3 Sv bepaalt dat een schriftelijk bescheid waarin de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8963

    kunnen toewijzen en de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het andere deel (art. 361 lid 3 Sv). De benadeelde partij kan de vordering dan voor dat overige - volgens de strafrechter van niet … aanhangig maken. De niet-ontvankelijk verklaring staat daaraan niet in de weg (art. 361 lid 3 Sv). Die weg zou evenwel zijn afgesneden indien de strafrechter de vordering voor het overige

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad12 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD7735

    advocaat, is een verzoek op de voet van art.331 jo. 328 jo. 278 lid 3 Sv. De rechter moet daarop beslissen en zijn eventuele afwijzing motiveren. Het hof heeft zo een motivering … gewone strafvordering geldt.(3) Zo geldt in ontnemingszaken niet het vereiste van art.342 lid 3 Sv of van de slotzin van art.344 lid 1 aanhef en onder 5 Sv.(4) Voorts heeft

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad18 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD4921

    genomen, zodat deze gelegenheid heeft tot het indienen van een beklag (art. 116 lid 3 Sv). Indien het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave en het voorwerp dus nog steeds

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad5 februari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AB2873

    Nr. 01819/00 Mr Wortel Zitting: 24 juli2001 Conclusie inzake: [verzoeker=verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Verzoeker is door het Gerechtshof te Arnhem wegens het medeplegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a Opiumwet en deelneming aan een criminele organisatie veroordeeld tot een…

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8843

    Nr. 03552/00 Mr Fokkens Zitting: 15 januari 2002 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. In deze zaak gaat het om het volgende. De verdachte is in eerste aanleg wegens moord en poging tot moord door de Rechtbank te Zwolle veroordeeld tot een gevangenisstraf van 17 jaar. In hoger beroep heeft het Gerechtshof te Arnhem de zaak…

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad8 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD6214

    samenleving was, is betekend, maar op de voet van art.588 lid 1 onder b sub 3 Sv is uitgereikt aan de griffier. 3.2. Het proces-verbaal van de ter terechtzitting in hoger

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:ZD2928

    blijkt daaruit dat toepassing is gegeven aan het bepaalde in art. 22, leden 2 en 3, Sv. 5. Om die reden kan de bestreden beschikking niet in stand blijven. 6. Omtrent

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:ZD2929

    blijkt daaruit dat toepassing is gegeven aan het bepaalde in art. 22, leden 2 en 3, Sv. 5. Om die reden kan de bestreden beschikking niet in stand blijven. 6. Omtrent

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad15 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE4252

    nieuwe aanzegging doen uitgaan, welke aanzegging eind mei op de voet van art. 588 lid 3 Sv is uitgereikt aan de griffier. Alhoewel de termijn voor het indienen van een schriftuur voor

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad10 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE3365

    over schending van de zgn. unus testis nullus testis regel. Deze in art. 342 lid 3 Sv uitgedrukte regel heeft geen betrekking op elk onderdeel van de tenlastelegging c.q. bewezenverklaring. De verklaring

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:ZD2927

    blijkt daaruit dat toepassing is gegeven aan het bepaalde in art. 22, leden 2 en 3, Sv. 5. Om die reden kan de bestreden beschikking niet in stand blijven. 6. Aldus

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad8 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE4195

    neemt niet weg dat de strekking van artikel 365 lid 1 en lid 3 Sv is dat een verdachte binnen de beroepstermijn inzage dient te kunnen krijgen in de (schriftelijke) uitspraak. Daar

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad23 april 2002ECLI:NL:PHR:2002:ZD2844

    naar aanleiding van zijn wrakingsverzoek was beslist. De uitzondering van art. 432 lid 3 Sv doet zich ook in dat geval niet voor: ook dan is het beroep te laat ingesteld

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad18 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE2759

    april 1998 op de wijze zoals voorzien in art. 588, eerste lid, onder b, sub 3, Sv (betekening aan de griffier bij ontbreken van een bekende woon- of verblijfplaats). Verzoeker is blijkens

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad16 april 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8878

    Aldus is een verweer gevoerd waarop het hof op grond van art. 358 lid 3 Sv en art. 359 lid 2 Sv jo. art. 415 Sv op straffe van nietigheid uitdrukkelijk

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad13 december 2002ECLI:NL:PHR:2002:AF0224

    strafprocesrecht (art. 273 lid 3 Sv) is dit iets uitgebreider geregeld en vermeldt de wet tevens dat de behandeling op tegenspraak wordt voortgezet

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad17 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE4200

    technisch hulpmiddel", dat ter uitvoering van het bevel observatie kan worden ingezet (art. 126g lid 3 Sv).(10) Een peilbaken levert niet meer op dan de locatiegegevens van het object - en overigens

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad28 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1512

    omschreven in het bevel gevangenhouding, waarvan de geldigheidsduur reeds tweemaal is verlengd (art. 261 lid 3 Sv) 6. Vervolgens heeft de Officier van Justitie op 6 september 1999 een tweede dagvaarding uitgebracht

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.