20 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9389
dienst die valt onder de in art. 6, lid 2 onderdeel d, 3° Wet OB 1968 genoemde diensten van een raadgevend persoon, adviesbureau, advocaat of accountant c.q. als een daaraan soortgelijke dienst … diensten van de merchant- en investmentbankers onder art. 6, lid 2, onderdeel d, 3° Wet OB 1968 te rangschikken, omdat het HvJ EG in dit verband een zwaardere eis stelt, namelijk
- BelastingrechtOmzetbelasting; het Hof is met zijn oordeel dat artikel 12, lid 3, Wet OB 1968 niet de mogelijkheid biedt om…
Parket bij de Hoge Raad|8 oktober 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BF0399
Omzetbelasting; het Hof is met zijn oordeel dat artikel 12, lid 3, Wet OB 1968 niet de mogelijkheid biedt om eerder niet in aftrek gebrachte omzetbelasting alsnog in het laatste tijdvak
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9390
Zesde richtlijn overeenstemmende bepaling is opgenomen in art. 6, lid 2, onderdeel d, 3° Wet OB 1968. 1.2.9. HR 20 augustus 1997, BNB 1997/397 m.nt. M.E. van Hilten(4) bracht onder … augustus 1998, BNB 1999/302, rekende tot de in art. 6, lid 2, onderdeel d, 3° Wet OB 1968 genoemde diensten niet diensten die bestonden uit het verlenen van bijstand bij de leiding
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|6 maart 1996|ECLI:NL:PHR:1996:AA1827
Tariefcommissie. Deze bleef echter bevoegd in zaken betreffende het invoerrecht. 2.4Art. 22, lid 3, Wet OB 1968 (oorspronkelijke tekst, naderhand lid 4 ) bepaalde echter: "Voor zover tegen de toepassing … voor het invoerrecht vastgestelde waarde van de betrokken goederen (vgl. art. 19, lid 3, Wet OB 1968) voor de omzetbelasting als gegeven. Daarentegen beoordeelde Hof Amsterdam 14 mei 1992, UTC 1992/43, m.nt
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|18 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9787
geen enkele (bijzondere) bepaling bevat betreffende het ondernemerschap van publiekrechtelijke lichamen. Artikel 7, lid 3, Wet OB 1968 houdt in: "Bij ministeriële regeling kan worden bepaald, dat publiekrechtelijke lichamen die, anders … december 1978, Stb. 677, geen inhoudelijke wijzing is aangebracht in artikel 7, lid 3, Wet OB 1968, moet worden aangenomen dat de bepaling naar het oordeel van de wetgever in overeenstemming
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC8114
3, lid 1 onderdeel h Wet OB 1968 geldt ingevolge art. 8, lid 3 Wet OB 1968 als maatstaf van heffing "het bedrag (...) dat voor de goederen zou moeten worden betaald, indien … onmiddellijk aan voorafgaat, zie de in par. 2.6. geciteerde teksten van art. 8, lid 3 Wet OB 1968 en art. 11 A, lid 1 onderdeel b Zesde richtlijn. Het tijdstip van beschikken
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|16 oktober 1996|ECLI:NL:PHR:1996:AA1732
ondernemer verlaten; (...)." Voor dat geval bevat de Wet een aparte voorziening (art. 8, lid 3 Wet OB 1968). De bepaling ziet gelet op zijn voorganger (art. 3, lid 1 onder j Wet … belanghebbende sprake was van een levering door de belanghebbende in de zin van art. 3 Wet OB 1968 (een levering ex art. 3, lid 1 onder a), maar ook in geval
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|1 juli 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2326
Wet OB 1968 wordt beschouwd. Dit blijkt bijvoorbeeld uit art. 27, leden 2 en 3 Wet OB 1968, waarin de landbouwer die op grond van art. 27, lid 1 ten aanzien … vijfde alinea van de toelichting op het middel, dat 'art. 33, lid 3 Wet OB 1968 niet de bevoegdheid geeft om een verklaring inzake onderworpenheid aan BTW te eisen'. 5.2. Zoals
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8511
artikel 3, lid 1, onderdeel a, in verbinding met artikel 3, lid 3, Wet OB 1968. Mr. Hertoghs wijst in zijn schriftelijke toelichting (punt 1.2. onder b.) erop dat alleen dan begrijpelijk … bedoeld in artikel 3, lid 1, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, lid 3, Wet OB 1968. 3.5. Rechtsoverweging 5.1.3. maakt dit niet anders. Punt 1.9. van belanghebbendes pleitnota voor
- BelastingrechtOmzetbelasting; artikel 7 Wet OB, artikel 4, leden 1, 2 en 5 Zesde richtlijn; gemeente geeft gelegenheid tot…
Parket bij de Hoge Raad|15 oktober 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL5614
Omzetbelasting; artikel 7 Wet OB, artikel 4, leden 1, 2 en 5
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9096
haar in rekening gebrachte bedrag in de zin van art. 27, lid 3, Wet OB 1968 (tekst 1990-1992; thans lid 4). Op grond daarvan heeft de belanghebbende in de jaren … Wet OB 1968, voorheen resp. art. 27, lid 2 en lid 3 Wet OB 1968. 2.2. De betekenis van de in die bepalingen gebruikte uitdrukking 'het aan hen in rekening gebrachte bedrag
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|26 maart 1997|ECLI:NL:PHR:1997:AA2136
omzetbelasting mag factureren en geen aanspraak op teruggaaf meer heeft (art. 25, lid 3, Wet OB 1968), doch overigens kan volstaan met de hem uitgereikte facturen tien jaar ordelijk te bewaren
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|29 maart 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5297
begrip 'levering' zal moeten worden opgevat als een levering als bedoeld in art. 3 Wet OB 1968; daaronder vallen bij voorbeeld ook de in art. 3, lid 1 onder
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 1996|ECLI:NL:PHR:1996:AA1843
Tariefcommissie (art. 109, lid 1, AWDA), c.q. het gerechtshof (art. 22, lid 3, Wet OB 1968). 3.5. Art. 49a, lid 3, AWDA is toegevoegd bij Wet van 15 november
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 1996|ECLI:NL:PHR:1996:AA1798
bouwrijp maken van grond (...)." Art. 3 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 j? art. 7, lid 3, Wet OB 1968 merkte publiekrechtelijke lichamen als belastingplichtig aan ter zake van (o.a.) a. de levering van onroerende
- BelastingrechtOmzetbelasting; artikel 3, lid 1, Wet OB; artikelen 76n en 76q van de Wet op het voortgezet onderwijs…
Parket bij de Hoge Raad|17 februari 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BR4486
Omzetbelasting; artikel 3, lid 1, Wet OB; artikelen 76n en 76q van
- BelastingrechtInleiding A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/05873 naar aanleiding van het beroep…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2014|ECLI:NL:PHR:2014:1634
Inleiding A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/05873 naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's Hertogenbosch van 7 november 2012, nr. 08/00274, niet gepubliceerd. Aan belanghebbende is met dagtekening 23 november 2001 een…
- BelastingrechtAan belanghebbende zijn over het tijdvak 1 april 1995 tot en met 31 oktober 1995 op één aanslagbiljet…
Parket bij de Hoge Raad|13 juni 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF0332
Aan belanghebbende zijn over het tijdvak 1 april 1995 tot en met 31 oktober 1995 op één aanslagbiljet, gedateerd 23 januari 1998, naheffingsaanslagen opgelegd in de accijns van bier, de accijns van overige alcoholhoudende producten en de accijns van tabaksproducten, alsmede in de omzetbelasting, voor wat betreft de…
- BelastingrechtOmzetbelasting; artikel 3, lid 1, Wet OB; artikelen 76n en 76q van de Wet op het voortgezet onderwijs…
Parket bij de Hoge Raad|27 april 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BR4542
Omzetbelasting; artikel 3, lid 1, Wet OB; artikelen 76n en 76q van
- BelastingrechtOmzetbelasting; algemene beginselen van unierecht; Wet op het primair onderwijs; bouw en overdracht van een…
Parket bij de Hoge Raad|29 juni 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BR4525
Omzetbelasting; algemene beginselen van unierecht; Wet op het primair onderwijs; bouw en
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.