37 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieOmzetbelasting; art. 11, lid 1, letter b, onder 3°, Wet OB 1968; art. 135, lid 2, aanhef en letter b…
Hoge Raad|10 februari 2017|ECLI:NL:HR:2017:185Aangehaald in 28 uitspraken
Omzetbelasting; art. 11, lid 1, letter b, onder 3°, Wet OB 1968; art. 135, lid 2, aanhef en letter b, BTW-richtlijn 2006; besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 14 juli
- BelastingrechtCassatieOmzetbelasting. Art. 14 en 33 Wet OB 1968. Art. 170 BTW-richtlijn 2006. Geen conversie van een verzoek om…
Hoge Raad|14 juni 2013|ECLI:NL:HR:2013:CA2799Aangehaald in 9 uitspraken
Geen conversie van een verzoek om teruggaaf als bedoeld in art. 33, lid 3, Wet OB 1968 in een aangifte in de zin van art. 14 Wet OB 1968. 14 juni
- BelastingrechtCassatieOmzetbelasting; het Hof is met zijn oordeel dat artikel 12, lid 3, Wet OB 1968 niet de mogelijkheid biedt om…
Hoge Raad|8 oktober 2010|ECLI:NL:HR:2010:BF0399Aangehaald in 9 uitspraken
Omzetbelasting; het Hof is met zijn oordeel dat artikel 12, lid 3, Wet OB 1968 niet de mogelijkheid biedt om eerder niet in aftrek gebrachte omzetbelasting alsnog in het laatste tijdvak
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9389
dienst die valt onder de in art. 6, lid 2 onderdeel d, 3° Wet OB 1968 genoemde diensten van een raadgevend persoon, adviesbureau, advocaat of accountant c.q. als een daaraan soortgelijke dienst … diensten van de merchant- en investmentbankers onder art. 6, lid 2, onderdeel d, 3° Wet OB 1968 te rangschikken, omdat het HvJ EG in dit verband een zwaardere eis stelt, namelijk
- BelastingrechtCassatieArtikel 3 Wet OB 1968; Overdracht ziekenhuisapparatuur; het verwerven van de macht om als een eigenaar te…
Hoge Raad|23 november 2007|ECLI:NL:HR:2007:BB8428
Artikel 3 Wet OB 1968; Overdracht ziekenhuisapparatuur; het verwerven van de macht om als een eigenaar te beschikken. Nr. 38.126 23 november 2007 Arrest gewezen op het beroep in cassatie
- BelastingrechtCassatieOmzetbelasting. Art. 11, lid 1, aanhef en letter i, onderdeel 3°, Wet OB 1968. Art. 13, B, letter d…
Hoge Raad|1 november 2013|ECLI:NL:HR:2013:1015
Omzetbelasting. Art. 11, lid 1, aanhef en letter i, onderdeel 3°, Wet OB 1968. Art. 13, B, letter d, onderdeel 6°, Zesde Richtlijn. Beheer door derde van in een vastgoedvennootschap bijeengebracht vermogen
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|6 maart 1996|ECLI:NL:HR:1996:AA1827
Tariefcommissie. Deze bleef echter bevoegd in zaken betreffende het invoerrecht. 2.4Art. 22, lid 3, Wet OB 1968 (oorspronkelijke tekst, naderhand lid 4 ) bepaalde echter: "Voor zover tegen de toepassing … voor het invoerrecht vastgestelde waarde van de betrokken goederen (vgl. art. 19, lid 3, Wet OB 1968) voor de omzetbelasting als gegeven. Daarentegen beoordeelde Hof Amsterdam 14 mei 1992, UTC 1992/43, m.nt
- BelastingrechtHoger beroepArt. 3 Wet OB 1968. Belanghebbende richt voor de bouw van een eigen kantoorpand een dochtervennootschap op en…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|16 juli 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:2688
3 Wet OB 1968. Belanghebbende richt voor de bouw van een eigen kantoorpand een dochtervennootschap op en laat het pand door haar bouwen. Na de bouw verkoopt de dochter het pand
- BelastingrechtOmzetbelasting; het Hof is met zijn oordeel dat artikel 12, lid 3, Wet OB 1968 niet de mogelijkheid biedt om…
Parket bij de Hoge Raad|8 oktober 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BF0399
Omzetbelasting; het Hof is met zijn oordeel dat artikel 12, lid 3, Wet OB 1968 niet de mogelijkheid biedt om eerder niet in aftrek gebrachte omzetbelasting alsnog in het laatste tijdvak
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9390
Zesde richtlijn overeenstemmende bepaling is opgenomen in art. 6, lid 2, onderdeel d, 3° Wet OB 1968. 1.2.9. HR 20 augustus 1997, BNB 1997/397 m.nt. M.E. van Hilten(4) bracht onder … augustus 1998, BNB 1999/302, rekende tot de in art. 6, lid 2, onderdeel d, 3° Wet OB 1968 genoemde diensten niet diensten die bestonden uit het verlenen van bijstand bij de leiding
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|6 maart 1996|ECLI:NL:PHR:1996:AA1827
Tariefcommissie. Deze bleef echter bevoegd in zaken betreffende het invoerrecht. 2.4Art. 22, lid 3, Wet OB 1968 (oorspronkelijke tekst, naderhand lid 4 ) bepaalde echter: "Voor zover tegen de toepassing … voor het invoerrecht vastgestelde waarde van de betrokken goederen (vgl. art. 19, lid 3, Wet OB 1968) voor de omzetbelasting als gegeven. Daarentegen beoordeelde Hof Amsterdam 14 mei 1992, UTC 1992/43, m.nt
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|18 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9787
geen enkele (bijzondere) bepaling bevat betreffende het ondernemerschap van publiekrechtelijke lichamen. Artikel 7, lid 3, Wet OB 1968 houdt in: "Bij ministeriële regeling kan worden bepaald, dat publiekrechtelijke lichamen die, anders … december 1978, Stb. 677, geen inhoudelijke wijzing is aangebracht in artikel 7, lid 3, Wet OB 1968, moet worden aangenomen dat de bepaling naar het oordeel van de wetgever in overeenstemming
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|16 oktober 1996|ECLI:NL:HR:1996:AA1732
ondernemer verlaten; (...)." Voor dat geval bevat de Wet een aparte voorziening (art. 8, lid 3 Wet OB 1968). De bepaling ziet gelet op zijn voorganger (art. 3, lid 1 onder j Wet … belanghebbende sprake was van een levering door de belanghebbende in de zin van art. 3 Wet OB 1968 (een levering ex art. 3, lid 1 onder a), maar ook in geval
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|1 juli 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2326
Wet OB 1968 wordt beschouwd. Dit blijkt bijvoorbeeld uit art. 27, leden 2 en 3 Wet OB 1968, waarin de landbouwer die op grond van art. 27, lid 1 ten aanzien … vijfde alinea van de toelichting op het middel, dat 'art. 33, lid 3 Wet OB 1968 niet de bevoegdheid geeft om een verklaring inzake onderworpenheid aan BTW te eisen'. 5.2. Zoals
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC8114
3, lid 1 onderdeel h Wet OB 1968 geldt ingevolge art. 8, lid 3 Wet OB 1968 als maatstaf van heffing "het bedrag (...) dat voor de goederen zou moeten worden betaald, indien … onmiddellijk aan voorafgaat, zie de in par. 2.6. geciteerde teksten van art. 8, lid 3 Wet OB 1968 en art. 11 A, lid 1 onderdeel b Zesde richtlijn. Het tijdstip van beschikken
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigVrijstelling zorgboerderijen (artikel 11, eerste lid, onderdeel g, ten derde, van de Wet op de omzetbelasting…
Rechtbank Arnhem|16 augustus 2007|ECLI:NL:RBARN:2007:BB4900
zorgboerderijen worden gelet op het bepaalde in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, onder 3°, Wet OB 1968 en de wetsgeschiedenis van die bepaling als zodanig aangemerkt. Tussen partijen is niet … voldaan aan de andere voorwaarde van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, onder 3°, Wet OB 1968. Dat in voornoemd contract de zorgtaken niet specifiek zijn opgenomen en de invulling daarvan feitelijk
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|16 oktober 1996|ECLI:NL:PHR:1996:AA1732
ondernemer verlaten; (...)." Voor dat geval bevat de Wet een aparte voorziening (art. 8, lid 3 Wet OB 1968). De bepaling ziet gelet op zijn voorganger (art. 3, lid 1 onder j Wet … belanghebbende sprake was van een levering door de belanghebbende in de zin van art. 3 Wet OB 1968 (een levering ex art. 3, lid 1 onder a), maar ook in geval
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|1 juli 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2326
Wet OB 1968 wordt beschouwd. Dit blijkt bijvoorbeeld uit art. 27, leden 2 en 3 Wet OB 1968, waarin de landbouwer die op grond van art. 27, lid 1 ten aanzien … vijfde alinea van de toelichting op het middel, dat 'art. 33, lid 3 Wet OB 1968 niet de bevoegdheid geeft om een verklaring inzake onderworpenheid aan BTW te eisen'. 5.2. Zoals
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|12 juli 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8511
artikel 3, lid 1, onderdeel a, in verbinding met artikel 3, lid 3, Wet OB 1968. Mr. Hertoghs wijst in zijn schriftelijke toelichting (punt 1.2. onder b.) erop dat alleen dan begrijpelijk … bedoeld in artikel 3, lid 1, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, lid 3, Wet OB 1968. 3.5. Rechtsoverweging 5.1.3. maakt dit niet anders. Punt 1.9. van belanghebbendes pleitnota voor
- BelastingrechtOmzetbelasting; artikel 7 Wet OB, artikel 4, leden 1, 2 en 5 Zesde richtlijn; gemeente geeft gelegenheid tot…
Parket bij de Hoge Raad|15 oktober 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL5614
Omzetbelasting; artikel 7 Wet OB, artikel 4, leden 1, 2 en 5
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.