15 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtBelanghebbende is directeur en (middellijk) enig aandeelhouder van een BV. Hij is ook de enige werknemer van…
Parket bij de Hoge Raad|14 december 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1381Aangehaald in 5 uitspraken
doordat dit verschil vorderbaar en inbaar in de zin van artikel 3.146 Wet IB 2001 was. Het Hof heeft geoordeeld dat het verschil tussen het brutoloon en het nettoloon door belanghebbende vorderbaar … belang acht, is dat het systeem van en de toelichting op artikel 3.146 Wet IB 2001 uitsluitsel bieden over de verhouding die de belastingwetgever wenste te regelen tussen ‘vorderbaar en inbaar’ enerzijds
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 19/01548. Het geschil betreft de heffing van…
Parket bij de Hoge Raad|26 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1218
2001, is daarmee naar mening van de A-G zinledig geworden. Ook als art. 3.146 Wet IB 2001 wel van toepassing zou worden geacht, falen de klachten van belanghebbenden omdat … genoten, dient te worden beantwoord aan de hand van het bepaalde in artikel 3.146 Wet IB 2001. Op grond van deze bepaling wordt loon geacht te zijn genoten op het tijdstip waarop
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak betreffende de fiscale gevolgen van de terugvordering van een…
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2019|ECLI:NL:PHR:2019:972
vaste rechtspraak van de Hoge Raad niet als rente in de zin van art. 3.146 Wet IB 2001, en is voor een andere opvatting, naar de A-G uitvoerig betoogt, geen goede … onrechte naar HR BNB 1977/167 , dat is gewezen voor de invoering van artikel 3.146 Wet IB 2001. Uit de parlementaire geschiedenis bij artikel 3.147 Wet IB 2001 valt volgens belanghebbende niet
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak betreffende belastingheffing over de door belanghebbende in…
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2019|ECLI:NL:PHR:2019:973
Volgens vaste rechtspraak kunnen deze evenwel niet als rente in de zin van art. 3.146 Wet IB 2001 worden aangemerkt. Naar de A-G uitvoerig betoogt is er geen goede grond
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/04850. Belanghebbende heeft met terugwerkende…
Parket bij de Hoge Raad|9 mei 2019|ECLI:NL:PHR:2019:493
invorderbaar en rentedragend is geworden, wat volgens hem op basis van nationaal recht (art. 3.146 Wet IB 2001 ) betekent dat deze betaling in 2010 is ontvangen. 2.8 Art. 3.146 Wet IB 2001 … zich op dit punt aangesloten bij de Rechtbank. Die laatste heeft overwogen dat art. 3.146 Wet IB 2001 regelt op welk moment inkomsten worden geacht te zijn genoten. Dit artikel geeft echter
- BelastingrechtGemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 5 december 2025 in de zaken met: 24/04535, 24/04536…
Parket bij de Hoge Raad|5 december 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1405Aangehaald in 11 uitspraken
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 5 december 2025 in de zaken met: 24/04535, 24/04536, 24/04537, 24/04538, 24/04539 en 24/04540 ECLI:NL:PHR:2025:1324 , 25/00616 ECLI:NL:PHR:2025:1325 en 25/01176 ECLI:NL:PHR:2025:1326
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/05027. Belanghebbende heeft naar aanleiding van…
Parket bij de Hoge Raad|29 november 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1450
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/05027. Belanghebbende heeft naar aanleiding van de uitspraak van de civiele kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 13 oktober 2014 een schadevergoeding op grond van kennelijk onredelijk ontslag van € 305.000 bruto ontvangen van zijn ex-werkgeefster.…
- BelastingrechtGedurende en over de jaren 2007, 2008 en 2009 heeft belanghebbende van de gemeente [Z] op grond van het…
Parket bij de Hoge Raad|14 juli 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1693
Gedurende en over de jaren 2007, 2008 en 2009 heeft belanghebbende van de gemeente [Z] op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (hierna: Bbz 2004) bijstandsuitkeringen ontvangen in de vorm van renteloze leningen. In 2010 is, nadat het inkomen van belanghebbende over het jaar 2008 door de gemeente…
- BelastingrechtArt. 2.8, lid 2, juncto art. 3.83, lid 1, juncto art. 3.146, lid 3, Wet IB 2001. Art. 2.8, lid 1, juncto art…
Parket bij de Hoge Raad|19 juni 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BC5201
Art. 2.8, lid 2, juncto art. 3.83, lid 1, juncto art. 3.146
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak waarin aan de belanghebbende na een als niet rechtsgeldig…
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2019|ECLI:NL:PHR:2019:974
werkgever zolang zij werd betwist, niet inbaar was in de zin van art. 3.146 Wet IB 2001. 3.17 Belanghebbende stelt dat zijn salaris wel degelijk vorderbaar was, getuige de rechterlijke uitspraak
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak waarin in de aangifte over het overlijdensjaar van…
Parket bij de Hoge Raad|8 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1027
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak waarin in de aangifte over het overlijdensjaar van erflaatster haar uitgaven voor specifieke zorgkosten waren opgevoerd die pas waren voldaan na haar overlijden. In geschil is of die uitgaven op het inkomen van erflaatster in mindering mogen worden gebracht. Erflaatster…
- BelastingrechtHet geschil spitst zich toe op de fiscale kwalificatie van het met verplichte verkoop van certificaten van…
Parket bij de Hoge Raad|1 december 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1239
Het geschil spitst zich toe op de fiscale kwalificatie van het met verplichte verkoop van certificaten van aandelen in verband met ontslag geleden verlies en een ter zake daarvan toegekende schadevergoeding, beide groot € 300.000, alsmede de gevolgen daarvan voor de ingehouden loonbelasting. De Rechtbank heeft…
- BelastingrechtBij beslissing van 9 maart 2017 heeft de Rechtbank Zeeland/West-Brabant de Hoge Raad ex artikel 27ga AWR…
Parket bij de Hoge Raad|8 juni 2017|ECLI:NL:PHR:2017:417
Bij beslissing van 9 maart 2017 heeft de Rechtbank Zeeland/West-Brabant de Hoge Raad ex artikel 27ga AWR verzocht om een prejudiciële beslissing. Belanghebbende heeft bij de inbreng van zijn registeraccountantskantoor in een BV een gerichte lijfrente in de zin van artikel 45a, lid 5, Wet IB 1964, bedongen. In 2010 en…
- BelastingrechtInkomen uit aanmerkelijk belang, economisch belang, genietingstijdstip, verlengde navorderingstermijn, nieuw feit
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:124
Inkomen uit aanmerkelijk belang, economisch belang, genietingstijdstip, verlengde navorderingstermijn, nieuw feit
- BelastingrechtArt. 25, lid 3, aanhef en letter a, art. 49 en art. 75 Wet IB 1964. Art. I, onderdeel O, lid 1 en lid 4…
Parket bij de Hoge Raad|21 januari 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BO0391
Art. 25, lid 3, aanhef en letter a, art. 49 en art. 75 Wet IB 1964. Art. I, onderdeel O, lid 1 en lid 4, Invoeringswet Wet IB 2001. Afkoop van pre-Brede Herwaardering lijfrente door buitenlands belastingplichtige behoort ook onder de Wet IB 2001 niet tot zijn Nederlands inkomen.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.