Zoekresultaten

Voor “"36e Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

12 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 juni 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2248

    Staat een bedrag te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, als bedoeld in art. 36e Sr, afgewezen. 2. De Advocaat-Generaal bij dat Hof heeft tegen deze beslissing cassatie ingesteld … voorgestelde middelen worden tegengesproken. 3. De steller van het middel voert schending van de art. 36e Sr en 511e Sv aan, die er in gelegen is dat de vordering werd afgewezen

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad8 mei 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB1522

    Borgers, Van voordeelsberekening naar voordeelstoerekening?, Nederlands Juristenblad 1998, p. 861 - 864. 7. De in art. 36e Sr bedoelde maatregel kan niet los worden gezien van haar strafrechtelijke achtergrond. Bij beslissingen omtrent … door de verdachte zelf gestelde gedragingen. Naar mijn inzicht zal ook de in art. 36e Sr bedoelde maatregel beperkt moeten blijven tot een ingreep in het vermogen van de veroordeelde zelf, voor

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad30 oktober 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB3200

    gebruik te maken van de hem in het vierde lid, laatste volzin, van art. 36e Sr gegeven bevoegdheid het te betalen bedrag lager vast te stellen dan het geschatte voordeel. 18. Tijdens … benadeelde derde toegekende vordering, als voorzien in het zesde lid van art. 36e Sr. Ook een beroep op het bepaalde in het zevende lid van art. 36e Sr (er is reeds eerder

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 september 2001ECLI:NL:PHR:2001:ZD2770

    houden dan dat, en terzake waarvan, de rechtbank de maatregel, bedoeld in artikel 36e Sr, aan degene op wie de vordering betrekking heeft zal opleggen. Heeft de rechtbank ten aanzien … officier wil nu ook voordeel op de voet van het derde lid van art. 36e Sr gaan ontnemen en verwijst naar die andere veroordeling. Zo een wijziging zou de band

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad3 juli 2001ECLI:NL:PHR:2001:ZD2932

    strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) is ingesteld of te wiens aanzien op een vordering ex art. 36e Sr nog niet onherroepelijk is beslist. Aan dergelijke personen komen dezelfde rechten … geweest. Tijdens het desbetreffende politieverhoor was er evenmin al sprake van een vordering ex art. 36e Sr. Die vordering is blijkens de aangehechte akte van uitreiking pas bijna drie maanden

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad17 april 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB1458

    voor zover’ ingelezen: de uitspraak op een vordering van het OM als bedoeld in art. 36e Sr vervalt van rechtswege doordat en voor zover de uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling … verdachte, als bedoeld in art. 36e Sr, eerste lid, Sr, achterwege blijft, in kracht van gewijsde is gegaan. Knigge wijst enkele kaders aan waarin een debat over de repercussies die een dergelijke

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 september 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB3142

    beslissing van 20 februari 1997 door de Politierechter in die Rechtbank krachtens art. 36e Sr opgelegde verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag van fl. 30.000,= subsidiair twee maanden hechtenis

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad22 mei 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB1763

    bijzonder de verhouding tussen het tweede en het derde lid van art. 36e, Sr. 9. Art. 36e, tweede en derde lid, Sr luiden als volgt: "2. De verplichting kan worden opgelegd

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad28 september 2001ECLI:NL:PHR:2001:ZC3656

    niet uitgemaakt, of deze bepaling moet worden verstaan als een vorm van profijtontneming (vgl. art. 36e Sr) die ook kan worden gevorderd wanneer geen schade geleden is, dan wel als een vorm

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad26 februari 2001ECLI:NL:PHR:2001:AA9596

    rechter toegelaten. Voor wat betreft de bewijslast, ten slotte, is de wettelijke norm van art. 36e Sr indicerend. De bewijslast dat een bepaald feit of eventueel soortgelijke feiten wederrechtelijk voordeel hebben opgeleverd

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 juni 2001ECLI:NL:PHR:2001:ZD2606

    uitspraak gewezen waarbij een tegen de rechtspersoon gerichte vordering als bedoeld in art. 36e Sr is afgewezen. Ook daartegen is door het openbaar ministerie cassatie ingesteld en een cassatiemiddel voorgesteld. In deze

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 juni 2001ECLI:NL:PHR:2001:AB2247

    uitspraak gewezen waarbij een tegen de rechtspersoon gerichte vordering als bedoeld in art. 36e Sr is afgewezen. Ook daartegen is door het openbaar ministerie cassatie ingesteld en een cassatiemiddel voorgesteld. In deze

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.