7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtAanmerkelijk belang; fideï-commis de residuo: tweetrapsmaking van a.b. door vader naar dochter (thans…
Parket bij de Hoge Raad|7 juli 2023|ECLI:NL:PHR:2023:660
vermogens van de verwachters. Het Hof fingeert naast een vervreem ding ex art. 4.16 Wet IB 2001 ook een vervreem der door de erflaatster als zodanig aan te merken, hoewel het civiele … recht noch art. 4.16 Wet IB 2001 daarvoor basis bieden, nu die laatste fictie op gespannen voet staat met het nemo plus -beginsel en leidt tot onevenredige belasting in strijd
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/02384. Belanghebbende woont sinds 1992 in…
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2019|ECLI:NL:PHR:2019:176
winstbewijzen besloten liggende rechten (vervreemdingsvoordelen); verminderd met de persoonsgebonden aftrek (hoofdstuk 6). 4.2 Artikel 4.16 Wet IB 2001 bepaalt dat het betaalbaar stellen van liquidatie-uitkeringen mede wordt beschouwd als vervreemding … aandelen. Artikel 4.16 Wet IB 2001 luidde in 2006: 1. Onder vervreemding van aandelen of winstbewijzen wordt mede verstaan: a. het inkopen van aandelen; b. het afkopen en inkopen van winstbewijzen
- Civiel recht overig7 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C03/019HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De man], wonende…
Parket bij de Hoge Raad|7 mei 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO4013
vervreemding van (een gedeelte van) zijn aanmerkelijk belang, respectievelijk in situaties die volgens art. 4.16 Wet IB 2001 met een vervreemding worden gelijkgesteld. Dat ogenblik kan in de verre toekomst liggen
- BelastingrechtArt. 2.6 jo. 4.16(1)(h) Wet IB. Brengt de keuze voor partiële buitenlandse belastingplicht in de…
Parket bij de Hoge Raad|19 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1015
IB 2001). Belangrijk is de omvangrijke uitbreiding met allerlei zogenoemde fictieve vervreemdingen in art. 4.16 Wet IB 2001, in welk geval aandelen of rechten geacht worden te zijn vervreemd: “Art. 4.16 Fictieve
- Belastingrecht- Invorderingswet; artikelen 25 en 26 - Successierecht - Inkomstenbelasting - Wet IB 2001; artikelen 4.10…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BD0236
- Invorderingswet; artikelen 25 en 26 - Successierecht - Inkomstenbelasting - Wet IB 2001; artikelen 4.10
- BelastingrechtConclusie PG: Successierecht. Heeft een in Canada wonende verkrijger van een fictief aanmerkelijk belang geen…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BD0239
Conclusie PG: Successierecht. Heeft een in Canada wonende verkrijger van een fictief aanmerkelijk belang geen recht op de invorderingsfaciliteiten ter zake van bedrijfsopvolging? Gelijkheidsbeginsel. Vrij verkeer van kapitaal. Aan belanghebbende, die woont in Canada, is een aanslag in het recht van successie opgelegd…
- BelastingrechtArt. 4.16(1)(h) Wet IB 2001. Art. 13(4) en (5) Verdrag Nederland-België 2001. Kan Nederland - gelet op het…
Parket bij de Hoge Raad|19 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1016
IB 2001). Belangrijk is de omvangrijke uitbreiding met allerlei zogenoemde fictieve vervreemdingen in art. 4.16 Wet IB 2001, in welk geval aandelen of rechten geacht worden te zijn vervreemd: “Art. 4.16 Fictieve
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.