24 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtBelanghebbende heeft de Belgische nationaliteit en is woonachtig in België. Hij is DGA (en enig werknemer)…
Parket bij de Hoge Raad|11 mei 2017|ECLI:NL:PHR:2017:374
belang in de zin van de wet IB 2001’. Volgens onderdeel a van artikel 4.6 Wet IB 2001 moet sprake zijn van ‘een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele
- BelastingrechtArt. 12a Wet LB 1964. Art. 4.6 Wet IB 2001. Heeft betrokkene een aanmerkelijk belang in een BV waarvan de…
Parket bij de Hoge Raad|23 november 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW4102
Wet LB 1964. Art. 4.6 Wet IB 2001. Heeft betrokkene een aanmerkelijk belang in een BV waarvan de aandelen worden gehouden door een vereniging? Nr. 11/02321 Nr. Rechtbank: 07/8343 Nr. Gerechtshof: 10/00035 … blijft buiten aanmerking het ingekochte, nog in te trekken kapitaal. 4.4 Artikel 4.6 Wet IB 2001 luidt als volgt: Artikel 4.6. Begrip aanmerkelijk belang De belastingplichtige heeft een aanmerkelijk belang indien
- BelastingrechtDe aandelen in [X1] B.V., belanghebbende, werden gehouden door [X2] die tevens de bestuurder van…
Parket bij de Hoge Raad|30 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1378
minste één derde gedeelte van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is (…)’. De verwijzing naar artikel 4.6 Wet IB 2001 diende ertoe in algemene zin aan te sluiten bij het begrip aanmerkelijk belang
- BelastingrechtInkomen uit aanmerkelijk belang, economisch belang, verlengde navorderingstermijn
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:123
belanghebbende in die jaren nog steeds een ab in de zin van art. 4.6 Wet IB 2001 had in [A] BV en dat de (bruto) dividenduitkeringen … aandelenvennootschap. 4.3 De term ‘direct of indirect’ in de aanhef van art. 4.6 Wet IB 2001 is in de plaats gekomen van woorden ‘onmiddellijk of middellijk’ uit aanvankelijk
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/02268. In geschil is of belanghebbende een…
Parket bij de Hoge Raad|2 september 2019|ECLI:NL:PHR:2019:860
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/02268. In geschil is of belanghebbende een aanmerkelijk belang heeft in [H] B.V. (hierna: ‘[H]). Aan belanghebbende zijn certificaten van aandelen (hierna: ‘cva’) in [C] B.V. (hierna: ‘[C]) toegekend door de aandeelhouder van zijn werkgever. Deze…
- BelastingrechtInkomen uit aanmerkelijk belang, economisch belang, genietingstijdstip, verlengde navorderingstermijn, nieuw feit
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:124
voordelen uit [D] Ltd. en [B] Inc., dat belanghebbende daarom op grond van art. 4.6 Wet IB 2001 een ab houdt in beide vennootschappen, en dat om die reden de door … Belanghebbende heeft volgens het Hof een aanmerkelijk belang in de zin van art. 4.6 Wet IB 2001 in [A] BV. De dividenduitkeringen van [A] BV aan [D] Ltd. van tweemaal € 300.000 zijn
- BelastingrechtBelanghebbende was van september 2002 tot begin 2010 als financieel-directeur in dienst bij [E] BV, een…
Parket bij de Hoge Raad|4 april 2017|ECLI:NL:PHR:2017:330
Belanghebbende was van september 2002 tot begin 2010 als financieel-directeur in dienst bij [E] BV, een dochtervennootschap van [G] Holding. Eind 2008 is een raamovereenkomst gesloten tussen grootaandeelhouder [H] en de drie directieleden van [E] BV (waaronder belanghebbende). De drie directieleden van [E] BV zijn…
- BelastingrechtAanmerkelijkbelangregeling; economisch belang, optie en genotsrecht
Parket bij de Hoge Raad|26 juni 2026|ECLI:NL:PHR:2026:635
moment van de uitoefening van een koopoptie voor de toepassing van art. 4.6 Wet IB 2001 wel de omvang van het (aanmerkelijk) belang mede blijven bepalen. Volgens het Hof maakt dat zijn
- Belastingrecht- Invorderingswet; artikelen 25 en 26 - Successierecht - Inkomstenbelasting - Wet IB 2001; artikelen 4.10…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BD0236
aanmerkelijk belang is, indien niet is voldaan aan de hoofdregel van artikel 4.6 Wet IB 2001, tevens sprake als wordt voldaan aan de eisen van de zogeheten meetrekregeling. Deze is neergelegd
- BelastingrechtConclusie PG: Successierecht. Heeft een in Canada wonende verkrijger van een fictief aanmerkelijk belang geen…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BD0239
aanmerkelijk belang is, indien niet is voldaan aan de hoofdregel van artikel 4.6 Wet IB 2001, tevens sprake als wordt voldaan aan de eisen van de zogeheten meetrekregeling. Deze is neergelegd
- BelastingrechtA-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of het door de ouders van belanghebbende in een…
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2022|ECLI:NL:PHR:2022:1234Aangehaald in 5 uitspraken
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of het door de ouders van belanghebbende in een Liechtensteinse Stiftung afgezonderde vermogen, moet worden aangemerkt als discretionair vermogen, zodat dit na overlijden van de moeder moet worden toegerekend aan belanghebbende, als erfgenaam, op grond van artikel 16…
- BelastingrechtVennootschapsbelasting. Art. 10a, lid 4, Wet Vpb 1969. Uitleg van het begrip ‘verbonden lichaam’. Is de…
Parket bij de Hoge Raad|8 april 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BP1489
Vennootschapsbelasting. Art. 10a, lid 4, Wet Vpb 1969. Uitleg van het begrip
- Civiel recht overig7 mei 2004 Eerste Kamer Nr. C03/019HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De man], wonende…
Parket bij de Hoge Raad|7 mei 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO4013
minste 5 % van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is in een besloten vennootschap (zie art. 4.6 Wet IB 2001). Het belastingtarief is thans 25 %. Middelonderdeel 3 heeft betrekking op deze latente inkomstenbelasting
- BelastingrechtArt. 2.6 jo. 4.16(1)(h) Wet IB. Brengt de keuze voor partiële buitenlandse belastingplicht in de…
Parket bij de Hoge Raad|19 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1015
meer – een belang van minstens 5% van het geplaatste kapitaal in een vennootschap (art. 4.6 Wet IB 2001). 4.3 De inkomstenbelasting is een tijdvakheffing (art. 2.3 Wet IB 2001). In de boxen
- BelastingrechtArt. 15, lid 1, letter h, Wet op belastingen van Rechtsverkeer; art. 5b, lid 3, Uitvoeringsbesluit…
Parket bij de Hoge Raad|17 september 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL5558
Art. 15, lid 1, letter h, Wet op belastingen van Rechtsverkeer; art
- BelastingrechtBelanghebbende was tot 31 juli 2007 aandeelhouder van [A] B.V. Op 5 maart 2007 heeft laatstgenoemde een…
Parket bij de Hoge Raad|30 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1377
Belanghebbende was tot 31 juli 2007 aandeelhouder van [A] B.V. Op 5 maart 2007 heeft laatstgenoemde een verhuurde kantoorvilla verkocht en daarbij een boekwinst behaald van € 973.227. Belanghebbende heeft het vervreemdingsvoordeel vervolgens in rekening courant bij [A] opgenomen. Op 31 juli 2007 heeft belanghebbende…
- BelastingrechtX (hierna: belanghebbende) heeft een pakket aandelen in A (hierna: de vennootschap) in bezit. Dit pakket…
Parket bij de Hoge Raad|18 april 2014|ECLI:NL:PHR:2014:380
verwerven (koopoptie) aangemerkt als een dergelijk aandeel respectievelijk een dergelijk winstbewijs. 4.2 Artikel 4.6 Wet IB 2001 (Begrip aanmerkelijk belang) luidt: De belastingplichtige heeft een aanmerkelijk belang indien hij, al dan niet
- BelastingrechtBelanghebbende, (enig) aandeelhouder van [E] B.V., die op zijn beurt 28,43% van de (certificaten van)…
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2015|ECLI:NL:PHR:2015:676
Belanghebbende, (enig) aandeelhouder van [E] B.V., die op zijn beurt 28,43% van de (certificaten van) aandelen houdt in [D] B.V. (hierna: Holding), heeft 2/3e van een onroerende zaak in eigendom. Vanaf 1 januari 2001 wordt het onverdeelde aandeel van belanghebbende in de onroerende zaak – hetgeen aan Holding wordt…
- BelastingrechtConclusie PG: Dividendbelasting voor niet-inwoners; vrijheid van kapitaalverkeer; box 3 en buitenlandse…
Parket bij de Hoge Raad|7 februari 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BZ0176
Conclusie PG: Dividendbelasting voor niet-inwoners; vrijheid van kapitaalverkeer; box 3 en buitenlandse belastingplicht; rechtsingang Feiten: De belanghebbende woonde in 2007 in België en belegde in drie Nederlandse beursvennootschappen. Het gemiddelde van de waarden van deze aandelen op 1 januari respectievelijk 31…
- BelastingrechtDe Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest nr. 08/04451
Parket bij de Hoge Raad|5 februari 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BI8509
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest nr. 08/04451
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.