88 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtWSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op de voet van art. 350 F…
Parket bij de Hoge Raad|17 april 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BH2958
bevoegd om cassatieberoep in te stellen; strekking van art. 360 F., geen toepasselijkheid van art. 426 Rv. 08/04310 Mr. F.F. Langemeijer Parket, 13 februari 2009 Conclusie inzake: mr. C.H.J. van der Maas … merken als een lex specialis ten opzichte van art. 426 Rv. Voor zover de beslissing van het hof betrekking heeft op het wel of niet beëindigen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
- Civiel recht overigFinancieel recht, procesrecht. Vraag of cassatieberoep openstaat tegen uitspreken overdrachtsregeling (art…
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2018|ECLI:NL:PHR:2018:75
cassatieberoep openstaat tegen uitspreken overdrachtsregeling (art. 3:159ij Wft). Afwijking van gewone cassatietermijn (art. 426 Rv) in verband met spoedeisend karakter; aansluiting bij cassatietermijn van 14 dagen
- Civiel recht overigCassatie. Cassatieberoep tegen tussenbeschikking. Niet-ontvankelijkheid; art. 401a, 426 Rv. Door rechtbank…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ2306
Cassatie. Cassatieberoep tegen tussenbeschikking. Niet-ontvankelijkheid; art. 401a, 426 Rv. Door rechtbank gegeven toestemming tot tussentijds appel houdt niet tevens toestemming in tot tussentijds cassatieberoep (HR 21 oktober 2005, LJN AU3723). Cassatierekest
- Civiel recht overigEnquête; tussentijds beroep; art. 401a, 426 Rv. Beschikking ondernemingskamer waarbij verweerster in cassatie…
Parket bij de Hoge Raad|25 mei 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW0242
Enquête; tussentijds beroep; art. 401a, 426 Rv. Beschikking ondernemingskamer waarbij verweerster in cassatie is aangemerkt als belanghebbende is een tussenbeschikking; eiseres niet-ontvankelijk cassatieberoep. Zaaknr. 11/02745 mr. E.M. Wesseling-van Gent Zitting
- Civiel recht overigEnquêterecht. Is door ondernemingskamer gehoorde onderzoeker partij of belanghebbende in de zin van art. 426…
Parket bij de Hoge Raad|21 februari 2014|ECLI:NL:PHR:2014:72
Enquêterecht. Is door ondernemingskamer gehoorde onderzoeker partij of belanghebbende in de zin van art. 426 Rv? Taak onderzoeker; art. 2:345, 351, 352 en 352a BW. Dient onderzoeker (i) een kopie
- Civiel recht overigEnquêterecht. Is door ondernemingskamer gehoorde onderzoeker partij of belanghebbende in de zin van art. 426…
Parket bij de Hoge Raad|4 april 2014|ECLI:NL:PHR:2014:287
Enquêterecht. Is door ondernemingskamer gehoorde onderzoeker partij of belanghebbende in de zin van art. 426 Rv? Taak onderzoeker; art. 2:345, 351, 352 en 352a BW. Dient onderzoeker (i) een kopie
- InsolventierechtProcesrecht. Insolventierecht. Surseance van betaling. Akkoord aan schuldeisers aangeboden. Beslissingen…
Parket bij de Hoge Raad|14 juli 2017|ECLI:NL:PHR:2017:885
hier geen sprake is van een specifieke appel- en/of cassatietermijn, toepassing van art. 426 Rv een cassatietermijn oplevert van drie maanden. Aangenomen wordt dat deze termijn van drie maanden bijvoorbeeld geldt voor … faillissement): de appeltermijn daarvoor is vijf dagen, zodat volgens art. 426 Rv de cassatietermijn tien dagen zou bedragen. Dat was ook de termijn volgens de voorgestelde, maar uiteindelijk op dit punt niet
- OndernemingsrechtOndernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a…
Parket bij de Hoge Raad|12 juni 2026|ECLI:NL:PHR:2026:585
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM)? Staat als belanghebbende. Onaanvaardbare doorkruising van bestuursrechtelijke kader? Voorlopig oordeel dat sprake is van gegronde…
- OndernemingsrechtOndernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a…
Parket bij de Hoge Raad|12 juni 2026|ECLI:NL:PHR:2026:584
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en van procedurele waarborgen art. 1 EP EVRM? Staat als belanghebbende. Onaanvaardbare doorkruising van bestuursrechtelijke kader?…
- Civiel recht overigWvggz. Zorgmachtiging. Klacht betrokkene o.g.v. art. 10:3, onder f, Wvggz over beslissing…
Parket bij de Hoge Raad|11 november 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1070
betekent dat voor de procedure in cassatie aanvullend de bepalingen van art. 426 Rv gelden. 2.3 Tegen die beslissing van de rechtbank op het beroep van de klachtencommissie staat geen hoger beroep … zijn cassatieberoep (op grond van art. 78 lid 6 RO in samenhang met art. 426 Rv). 3 Bespreking van het cassatiemiddel 3.1 Het cassatieberoep valt uiteen in de onderdelen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4773
cassatie twee ontvankelijkheidsverweren gevoerd. In de eerste plaats heeft de curator aangevoerd dat, ingevolge art. 426 Rv, tegen beschikkingen op rekest cassatieberoep alleen kan worden ingesteld door degenen … tweede plaats heeft de curator aangevoerd dat het cassatieberoep te laat is ingesteld. Ingevolge art. 426 Rv is de cassatietermijn: twee maanden na de dagtekening van de beschikking. De bestreden beschikking
- Civiel recht overigInsolventierecht. Voordracht van rechter-commissaris tot inbewaringstelling van bestuurder van failliet, art…
Parket bij de Hoge Raad|8 november 2013|ECLI:NL:PHR:2013:1314
Insolventierecht. Voordracht van rechter-commissaris tot inbewaringstelling van bestuurder van failliet, art. 87 lid 1 Fw. Maatstaf; eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Geen strijd met art. 5 en 6 EVRM. Ontvankelijkheid van door rechter-commissaris tegen beschikking ingesteld rechtsmiddel. Taak…
- Civiel recht overigArbitrage. Vordering tot vernietiging arbitraal vonnis. Art. 1066 (oud) Rv. Bevoegde rechter m.b.t. verzoek…
Parket bij de Hoge Raad|11 september 2020|ECLI:NL:PHR:2020:796
vernietiging (art. 1064a lid 5 Rv), als tegen een beslissing op het schorsingsverzoek (art. 426 Rv) staat beroep in cassatie open. 3.4 Ik citeer de volledige tekst van art. 1066 Rv, zoals … aanzien van het cassatieberoep tegen een beschikking op het schorsingsverzoek art. 426 Rv geldt, zodat art. 1066 Rv – zowel in de oude als in de huidige tekst – daarop geen betrekking heeft
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5781
ingediend. Het cassatieberoep is niet nader toegelicht. 2. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 2.1 Ingevolge art. 426 Rv. kan beroep in cassatie (alleen) worden ingesteld door degenen die in één der vorige instanties … Holding B.V. (staalconstructies) en BTS Holding B.V. (uitzend- en detacheringsactiviteiten). 3 Ingevolge art. 426 Rv bedraagt de cassatietermijn twee maanden. Het verzoekschrift tot cassatie is ter griffie ingekomen op 23 november
- Civiel recht overigVerenigingsrecht; wijzigingsverzoek ex art. 23 Handelsregisterwet. Lidmaatschap van gewone vereniging ondanks…
Parket bij de Hoge Raad|29 juni 2007|ECLI:NL:PHR:2007:AZ7705
Verenigingsrecht; wijzigingsverzoek ex art. 23 Handelsregisterwet. Lidmaatschap van gewone vereniging ondanks een ontbrekend toelatingsbesluit?, toepasselijkheid van de vertrouwensleer (art. 3:35 jo. 59 BW); belanghebbendebegrip als bedoeld in art. 23 Hrw.
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Door rechter-commissaris afgewezen verzoek tot verkorting looptijd schuldsaneringsregeling…
Parket bij de Hoge Raad|21 februari 2014|ECLI:NL:PHR:2014:241
Daartegen staat geen gewoon rechtsmiddel meer open, zodat cassatie op grond van art. 426 Rv mogelijk is. Vgl. mijn conclusies vóór HR 13 september 2013 (ECLI:NL:HR:2013:699, NJ 2013/447
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 november 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3366
vóór 1 januari 1996, zijn sinds 1 april 1995 de artikelen 429n lid 2 jo. 426 Rv. van toepassing; vgl. A-G De Vries Lensch-Kostense in haar conclusie onder 21 voor
- Civiel recht overigWvggz. Zorgmachtiging. Hoor- en onderzoeksplicht van art. 6:1 lid 1 Wvggz bij niet verschenen betrokkene.
Parket bij de Hoge Raad|29 april 2022|ECLI:NL:PHR:2022:485Aangehaald in 8 uitspraken
Wvggz. Zorgmachtiging. Hoor- en onderzoeksplicht van art. 6:1 lid 1 Wvggz bij niet verschenen betrokkene.
- InsolventierechtArt. 81 RO. Faillissement. Verzoek tot verbetering proces-verbaal verificatievergadering op de voet van art…
Parket bij de Hoge Raad|10 juni 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BQ0711
dienen te geschieden binnen het kader van een cassatieberoep. Daarbij is de in artikel 426 Rv genoemde termijn van drie maanden in acht te nemen, nu in de Faillissementswet ten aanzien
- Personen- en familierechtWvggz. Onderzoek of betrokkene de toevoeging van een nieuwe advocaat wenst.
Parket bij de Hoge Raad|13 juni 2022|ECLI:NL:PHR:2022:572
Nederlanden A-G De procesinleiding is op 19 april 2022 binnen de driemaandentermijn van art. 426 Rv via het webportaal ingekomen ter griffie van de Hoge Raad. Het middel verwijst naar EHRM
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.