Zoekresultaten

Voor “"6:248 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

7 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 februari 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA4942

    imprévision-regeling van art. 6:258 BW" in feite beriep op art. 6:248 BW nu [verweerder] zich op het standpunt stelde dat zij naar maatstaven van redelijk-heid en billijkheid niet … bedacht dat toepassing van het eerste noch van het tweede lid van art. 6:248 BW (aanvullende en beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid) is uitgesloten doordat op grond van dezelfde

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad27 oktober 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA7915

    gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (art. 6:248 BW). In oudere rechtspraak is op deze grond enkele malen een beroep van de verzekeraar op een polisbeding … noemt bij clausules van preventieve aard met een beroep op art. 6:248 BW goed verdedigbaar dat bij het ontbreken van voldoende causaal verband - hetgeen de verzekerde zal moeten aantonen - een beroep

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 februari 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA4944

    oordeel dat de verzekeraar niet gebonden is aan het oordeel van de bedrijfsvereniging art. 6:248 BW is geschonden. ’s Hofs oordeel dat de verzekeraar niet is gebonden aan het oordeel

  • Insolventierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht

    Parket bij de Hoge Raad25 februari 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA4938

    objectiefrechtelijke redelijkheid en billijkheid als bedoeld in de art. 6:2 en 6:248 BW, maar om een gedragsmaatstaf in de zin van te goeder trouw handelen7. Deze gedragsmaatstaf

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad12 mei 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA5776

    objectiefrechtelijke redelijkheid en billijkheid als bedoeld in de art. 6:2 en 6:6:248 BW, maar om een gedragsmaatstaf in de zin van te goeder trouw handelen. In deze betekenis komt

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad10 november 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA8253

    voortvloeit, dan wel krachtens de algemene regels van verbintenissenrecht (waaronder art. 6:2 en 6:248 BW), is er m.i. geen reden voor uitbreiding van de nu in art. 7:680a BW

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad20 oktober 2000ECLI:NL:PHR:2000:AA7688

    onbillijk resultaat geeft dat de bepaling op grond van art. 6:2 en 6:248 BW buiten toepassing moet worden gelaten (cvr sub 26). Meest subsidiair stellen zij zich op het standpunt

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.