38 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg exploitatieovereenkomst. Vordering verjaard (art. 3:307 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:358
Voor de bepaling van het moment van de opeisbaarheid van de vordering geeft artikel 6:38 BW het kader. Op grond van dit artikel kan de verbintenis terstond worden nagekomen … vraag in hoeverre partijen hebben willen afwijken van de hoofdregel van art. 6:38 BW: “5.3. Kort gezegd heeft [verweerster] zich in artikel 5 van de overeenkomst verplicht tot betaling
- Personen- en familierechtRelatievermogensrecht. Informeel samenlevenden, financiële afwikkeling na beëindiging van affectieve relatie…
Parket bij de Hoge Raad|26 juni 2026|ECLI:NL:PHR:2026:654
voet van art. 3:307 lid 1 BW (in verbinding met art. 6:38 BW) en dat het beroep van de vrouw op die verjaring niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg exploitatieovereenkomst. Vordering verjaard (art. 3:307 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:359
Voor de bepaling van het moment van de opeisbaarheid van de vordering geeft artikel 6:38 BW het kader. Op grond van dit artikel kan de verbintenis terstond worden nagekomen … vraag in hoeverre partijen hebben willen afwijken van de hoofdregel van art. 6:38 BW: “5.3. Kort gezegd heeft [verweerster] zich in artikel 5 van de overeenkomst verplicht tot betaling
- VerbintenissenrechtVerbintenissenrecht. Procesrecht. Devolutieve werking hoger beroep. Uitleg van de vordering: alternatief of…
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1515
binnen een bepaalde termijn moest worden gegeven. Ook is daarin volgens de klacht art. 6:38 BW geschonden (nakoming kan terstond gevorderd worden bij gebreke van een tijdsbepaling in de overeenkomst), althans … uiteindelijke verschaffing was nota bene een kort geding procedure nodig, terwijl [eiser] volgens art. 6:38 BW meteen aanspraak op inzage in de resultaten had, hetgeen door het hof is miskend (waarvoor
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Verjaring. Procesrecht. Overeenkomst totstandbrenging…
Parket bij de Hoge Raad|16 maart 2018|ECLI:NL:PHR:2018:249
bepaald, artikel 8 van de Overall-overeenkomst een verbintenis in de zin van art. 6:38 BW is. Het gaat dus om een verbintenis die terstond kan worden nagekomen en waarvan nakoming … partijen geen tijdstip voor nakoming zijn overeengekomen, de verbintenis krachtens het bepaalde in art. 6:38 BW terstond kan worden nagekomen en dat terstond nakoming kan worden gevorderd, waarmee de opeisbaarheid onmiddellijk
- Civiel recht overigSchadevergoeding; verjaring. Vaststellingsovereenkomst met voorbehoud voor bepaalde toekomstige schade…
Parket bij de Hoge Raad|7 oktober 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1006Aangehaald in 7 uitspraken
Schadevergoeding; verjaring. Vaststellingsovereenkomst met voorbehoud voor bepaalde toekomstige schade. Voorwaardelijke vordering? Aanvullen van rechtsgronden. Verjaring o.g.v. art. art. 3:307 lid 2 BW; aanvangsmoment. Bewijs dat voldaan is aan voorwaarde in voorbehoud, ondanks verloren gaan cruciaal rapport; art. 152…
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Afgewezen vordering tot levering van aandelen wegens gegrond beroep op bevrijdende…
Parket bij de Hoge Raad|23 mei 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC8696
ervan) aan eiser. Deze verbintenis was dadelijk opeisbaar; het hof verwijst, anticiperend, naar art. 6:38 BW(5). Het hof heeft het tijdstip van opeisbaarheid gepreciseerd op de datum van indiensttreding … heeft miskend dat deze verplichting uit overeenkomst ingevolge art. 6:38 BW in beginsel dadelijk opeisbaar is, tenzij partijen stilzwijgend of uitdrukkelijk anders overeenkomen dan wel blijkens hun feitelijke handelingen blijk geven
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Toestand van te hebben opgehouden te betalen. Summier onderzoek; art…
Parket bij de Hoge Raad|9 augustus 2013|ECLI:NL:PHR:2013:773
curator tot opeising kón overgaan. Fefsa vermoedt dat het hof art. 6:38 BW op het oog heeft gehad, dat bepaalt dat een verbintenis terstond kan worden nagekomen en terstond nakoming … gehonoreerd dat geen tijd voor nakoming is bepaald. Gelet op de formulering van art. 6:38 BW juncto art. 6 lid 3 Fw was het volgens het middel in beginsel
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Toestand van te hebben opgehouden te betalen. Summier onderzoek; art…
Parket bij de Hoge Raad|9 augustus 2013|ECLI:NL:PHR:2013:774
curator tot opeising kón overgaan. Quilaque vermoedt dat het hof art. 6:38 BW op het oog heeft gehad, dat bepaalt dat een verbintenis terstond kan worden nagekomen en dat terstond nakoming … gehonoreerd dat geen tijd voor nakoming is bepaald. Gelet op de formulering van art. 6:38 BW juncto art. 6 lid 3 Fw was het volgens het middel in beginsel
- Civiel recht overigGeschil tussen ex-echtelieden over de terugbetaling van een door (de man als beherend vennoot in) een CV van…
Parket bij de Hoge Raad|20 januari 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU7502
voor deze geldlening termijnen voor terugbetaling zijn "bepaald" als bedoeld in artikel 6:38 BW. De vordering is dus opeisbaar telkens na verloop van een termijn (en dus ook telkens voor … verboden aanvulling van feiten. Juridische verkenning 3.5 Blijkens de parlementaire geschiedenis van art. 6:38 BW komt het ter beantwoording van de vraag of een "tijd voor nakoming is bepaald" niet alleen
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht. Geschil tussen oud-partners in een advocatenmaatschap over de afwikkeling van hun…
Parket bij de Hoge Raad|1 december 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AZ1082
kader van zijn subsidiaire vordering heeft [eiser] nog een beroep gedaan op art. 6:38 BW. 3.2. [Verweerster] heeft de vorderingen van [eiser] gemotiveerd bestreden. 3.3. De rechtbank heeft bij tussenvonnis … uitgaan van onmiddellijke opeisbaarheid van [eiser]' vordering. Hiertoe wordt een beroep gedaan op art. 6:38 BW, welk artikel bepaalt dat de verbintenis terstond kan worden nagekomen en dat terstond nakoming
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Geschil tussen erfpachter en erfverpachter van…
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2023|ECLI:NL:PHR:2023:589
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Geschil tussen erfpachter en erfverpachter van buitenplaats over verplichtingen van erfverpachter tot herstel, aanleg en onderhoud en over canonherziening.
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Afwikkeling nalatenschap. Verrekening van vorderingen (art. 6:127 BW). Tijdig uitgebrachte…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2016|ECLI:NL:PHR:2016:840
afdoen, nu de verrekeningsverklaring ook onder een opschortende voorwaarde of tijdsbepaling kan geschieden (artikel 6:38 BW). De bevoegdheid en mogelijkheid tot verrekening zijn ontstaan op het moment van de verdeling
- Civiel recht overigPensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds…
Parket bij de Hoge Raad|18 oktober 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1082
Pensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds. Verjaring. Moment opeisbaar worden premievordering (art 3:308 BW). Vervolg op HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:527 (Booking.com).
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Verzoek verhuurder tot faillietverklaring huurder. Betaling door een…
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2021|ECLI:NL:PHR:2021:731
niet hoeft te presteren, maar dat de verbintenis al wel moet bestaan (vgl. 6:38 BW) . 2.9 Het inroepen van een opschortingsrecht komt wat dat betreft op hetzelfde neer: de schuldenaar hoeft
- VerbintenissenrechtVerbintenissenrecht. Geschil tussen ex-samenwoners. Afrekeningsovereenkomst m.b.t. woningwaarde uit 2008…
Parket bij de Hoge Raad|26 januari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:96
Verbintenissenrecht. Geschil tussen ex-samenwoners. Afrekeningsovereenkomst m.b.t. woningwaarde uit 2008; beroep op verjaring (art. 3:307 lid 1 BW); Is sprake van rechtsvordering tot verdeling woningwaarde/samenlevingsgemeenschap (art. 3:178 BW) die niet verjaart; erkenning (art. 3:318 BW) miskend; stuiting; moment…
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Voorovereenkomst waaraan geen uitvoering is gegeven; vordering tot…
Parket bij de Hoge Raad|4 december 2015|ECLI:NL:PHR:2015:2666
hetgeen betekent dat de vordering tot oprichting daarvan gelet op het bepaalde in artikel 6:38 BW direct opeisbaar was. Dit betekent dat de verjaringstermijn op het moment van oprichting van Millenergy … verweerster 4] c.s. aan haar beroep op verjaring ten grondslag legt, gelet op artikel 6:38 BW terstond na oprichting van de EDON/[verweerster 4]-vennootschap nakoming van de verplichting tot oprichting
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 november 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3369
grief richtte zich tegen rechtsoverweging 6.3 van het tussenvonnis met het kennelijk op art. 6:38 BW gebaseerde betoog dat de schuld onmiddellijk opeisbaar was omdat bij de onderhavige overeenkomst, een overeenkomst
- VerbintenissenrechtOvereenkomstenrecht. Procesrecht. Is in koopovereenkomst bouwplicht overeengekomen? Uitleg overeenkomst…
Parket bij de Hoge Raad|8 september 2023|ECLI:NL:PHR:2023:771
Overeenkomstenrecht. Procesrecht. Is in koopovereenkomst bouwplicht overeengekomen? Uitleg overeenkomst. Exhibitievordering ex art. 843a Rv. Rechtmatig belang voldoende aannemelijk? Wanneer bestaat plaats voor aanvullen van rechtsgronden (art. 25 Rv)?
- Civiel recht overigGeschil tussen moeder en zoon over totstandkoming van een overeenkomst tot voortzetting van de onderneming…
Parket bij de Hoge Raad|6 juni 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC9934
miskent het hof dat bij gebreke van een afgesproken betalingstermijn de hoofdregel van art. 6:38 BW geldt. Aangezien volgens het onderdeel geen tijd voor nakoming is bepaald, kan terstond nakoming worden
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.