434 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg exploitatieovereenkomst. Vordering verjaard (art. 3:307 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:358
Voor de bepaling van het moment van de opeisbaarheid van de vordering geeft artikel 6:38 BW het kader. Op grond van dit artikel kan de verbintenis terstond worden nagekomen … vraag in hoeverre partijen hebben willen afwijken van de hoofdregel van art. 6:38 BW: “5.3. Kort gezegd heeft [verweerster] zich in artikel 5 van de overeenkomst verplicht tot betaling
- Personen- en familierechtRelatievermogensrecht. Informeel samenlevenden, financiële afwikkeling na beëindiging van affectieve relatie…
Parket bij de Hoge Raad|26 juni 2026|ECLI:NL:PHR:2026:654
voet van art. 3:307 lid 1 BW (in verbinding met art. 6:38 BW) en dat het beroep van de vrouw op die verjaring niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg exploitatieovereenkomst. Vordering verjaard (art. 3:307 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:359
Voor de bepaling van het moment van de opeisbaarheid van de vordering geeft artikel 6:38 BW het kader. Op grond van dit artikel kan de verbintenis terstond worden nagekomen … vraag in hoeverre partijen hebben willen afwijken van de hoofdregel van art. 6:38 BW: “5.3. Kort gezegd heeft [verweerster] zich in artikel 5 van de overeenkomst verplicht tot betaling
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigArtikelen 6:15 leden 2 en 3 BW en 6:38 BW. Kwalificatie terbeschikkingstelling geldbedrag (5.3). De vordering…
Rechtbank Midden-Nederland|19 april 2017|ECLI:NL:RBMNE:2017:1918
Artikelen 6:15 leden 2 en 3 BW en 6:38 BW. Kwalificatie terbeschikkingstelling geldbedrag (5.3). De vordering tot terugbetaling valt binnen de onverdeelde boedel van de ontbonden huwelijksgemeenschap(5.3). De geldlening … toen geen moment van terugbetaling is afgeproken, dit bedrag op grond van artikel 6:38 BW nu terugbetaald dient te worden. Gelet op het bepaalde in art. 6:15 lid 2 BW
- VerbintenissenrechtBodemzaakVerweer toeslagpartner van gedupeerde ouder tegen vordering van zorgverzekeraar tot betaling van zorgkosten…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|2 april 2025|ECLI:NL:RBZWB:2025:2464
juni 2021. Voor opeisbaarheid is van belang wat partijen daarover hebben bepaald, artikel 6:38 BW. Verzwaarde stelplicht zorgverzekeraar, waaraan zij bij akte na tussenvonnis niet heeft voldaan. Volgt afwijzing … deze zorgkostenschuld opeisbaar was vóór 1 juni 2021. Daarvoor is op grond van artikel 6:38 BW van belang wat partijen hebben bepaald over de tijd voor nakoming
- Civiel recht overigHoger beroepopeisbaarheid geldlening, terstond opeisbaar ex art. 6:38 BW?, opschortende tijdsbepaling, bewijslastverdeling.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 juni 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:2108
opeisbaarheid geldlening, terstond opeisbaar ex art. 6:38 BW?, opschortende tijdsbepaling, bewijslastverdeling. GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.219.188/01 arrest van 11 juni 2019 in de zaak van [appellant] , wonende … zijn overeengekomen over de opeisbaarheid van de verstrekte geldlening, geldt de hoofdregel van artikel 6:38 BW dat terstond nakoming kan worden gevorderd. Ook de redelijkheid en billijkheid maakt, ten slotte
- VerbintenissenrechtVerbintenissenrecht. Procesrecht. Devolutieve werking hoger beroep. Uitleg van de vordering: alternatief of…
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1515
binnen een bepaalde termijn moest worden gegeven. Ook is daarin volgens de klacht art. 6:38 BW geschonden (nakoming kan terstond gevorderd worden bij gebreke van een tijdsbepaling in de overeenkomst), althans … uiteindelijke verschaffing was nota bene een kort geding procedure nodig, terwijl [eiser] volgens art. 6:38 BW meteen aanspraak op inzage in de resultaten had, hetgeen door het hof is miskend (waarvoor
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigNiet gefactureerd onderhanden werk niet toewijsbaar. In AV overeengekomen betalingstermijn van 30 dagen vanaf…
Rechtbank Rotterdam|16 augustus 2019|ECLI:NL:RBROT:2019:8198
niet toewijsbaar. In AV overeengekomen betalingstermijn van 30 dagen vanaf factuurdatum. Factuurdatum ontbreekt. Art 6:38 BW niet van toepassing, art 6:39 lid 1 BW belet vorderen eerdere nakoming. RECHTBANK ROTTERDAM … betaling van het onderhanden werk opeisbaar is, heeft THNa een beroep gedaan op artikel 6:38 BW. Artikel 6:38 BW bepaalt dat indien geen tijd voor de nakoming is bepaald, terstond
- VerbintenissenrechtHoger beroepVordering advocaat tot betaling van zijn werkzaamheden. Aanvang verjaringstermijn ingevolge artikel 3:307 lid…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|10 november 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:4497
verjaringstermijn ingevolge artikel 3:307 lid 1 BW. Wanneer is de vordering opeisbaar? Artikel 6:38 BW. GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.155.028/01 arrest van 10 november … waarop de vordering van [appellant] opeisbaar is geworden heeft de kantonrechter terecht artikel 6:38 BW tot uitgangspunt genomen. Dat artikel bepaalt dat indien geen tijd voor de nakoming is bepaald
- Civiel recht overigOp tegenspraakvruchtgebruik gelegateerde goederen. Opeisbaarheid legaat, art. 4:124 BW. Tijdsbepaling voor afgifte in…
Rechtbank Noord-Holland|5 februari 2020|ECLI:NL:RBNHO:2020:648
BW. Tijdsbepaling voor afgifte in legaat is geen tijdsbepaling in zin van art. 6:38 BW vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind Zittingsplaats Alkmaar zaaknummer / rolnummer: C/15/292591 … regeling getroffen voor de opeisbaarheid van een legaat, niet zijnde een geldsom. Uit artikel 6:38 BW vloeit daarom voort dat, tenzij de erflater anders heeft bepaald, de vordering tot afgifte
- Civiel recht overigHoger beroepvordering tot nakoming verbintenis tot betaling van een geldsom; termijn voor de nakoming; art. 6:38 BW. Zie…
Gerechtshof Amsterdam|15 december 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:3471
vordering tot nakoming verbintenis tot betaling van een geldsom; termijn voor de nakoming; art. 6:38 BW. Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:1470. GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team … geschil dat partijen geen termijn voor de nakoming door [geïntimeerde] zijn overeengekomen. Artikel 6:38 BW bepaalt voor dat geval dat terstond nakoming kan worden gevorderd. [appellante] heeft echter niet terstond nakoming
- Personen- en familierechtHoger beroepHet hof is van oordeel dat, indien de stellingen van [appellant] komen vast te staan, de situatie aan de orde…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 maart 2006|ECLI:NL:GHSHE:2006:AW4163
pand. Een dergelijke voor onbepaalde tijd aangegaan overeenkomst is blijkens het bepaalde in art. 6:38 BW terstond opeisbaar. De verjaringstermijn van twintig jaren als bedoeld … pand. Een dergelijke voor onbepaalde tijd aangegaan overeenkomst is blijkens het bepaalde in art. 6:38 BW terstond opeisbaar. De verjaringstermijn van twintig jaren als bedoeld
- VerbintenissenrechtHoger beroepaccountantswerkzaamheden, opdracht tot meerwerk gegeven? vermindering vaste prijs? art. 6:38 BW
Gerechtshof Den Haag|13 juni 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:1050
accountantswerkzaamheden, opdracht tot meerwerk gegeven? vermindering vaste prijs? art. 6:38 BW GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.295.945/01 Zaaknummer rechtbank : C/09/590994 / HA ZA 20/352 arrest van 13 juni … onvoldoende is toegelicht. Op dit punt is verder van belang dat uit art. 6:38 BW volgt dat indien er geen tijd voor de nakoming van een verbintenis is gesteld, de vordering
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigToepassing art. 198 lid 3 Rv. Art. 6:38 BW.
Rechtbank Utrecht|9 november 2011|ECLI:NL:RBUTR:2011:BU4892
Toepassing art. 198 lid 3 Rv. Art. 6:38 BW. vonnis RECHTBANK UTRECHT Sector handel en kanton Handelskamer zaaknummer / rolnummer: 280821 / HA ZA 10-154 Vonnis van 9 november … heeft gemaakt, zijn alle door [eiseres] aan [gedaagde] verstrekte leningen op grond van art. 6:38 BW onmiddellijk opeisbaar geworden. 2.9. Voor het geval dat moet worden aangenomen dat partijen zijn overeengekomen
- Personen- en familierechtHoger beroepUitleg schuldbekentenis. Verjaring deelbetaling. Deelbetaling houdt in het algemeen niet de erkenning in van…
Gerechtshof Amsterdam|21 januari 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:183
Indien geen termijn voor de nakoming van de terugbetalingsverplichting is bepaald volgt uit artikel 6:38 BW dat dan terstond nakoming kan worden gevorderd, zodat de opeisbaarheid onmiddellijk is ingetreden … gesteld dat geen termijn voor de nakoming van de terugbetalingsverplichting was bepaald. Uit artikel 6:38 BW
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVordering tot terugbetaling van een lening. Gedaagde is niet aan te merken als borg. De geldverstrekker had…
Rechtbank Rotterdam|1 juli 2015|ECLI:NL:RBROT:2015:4691
geringe duur door een medeschuldenaar. De lening is niet op grond van art. 6:38 BW opeisbaar. Redelijkheid en billijkheid. vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team haven en handel zaaknummer / rolnummer: C/10/462393 … verplichting tot aflossing is bepaald zodat [gedaagde] als hoofdelijk medeschuldenaar op grond van artikel 6:38 BW gehouden is de geldlening op eerste verzoek van [eiser] af te lossen. [eiser] heeft voorts
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigFaillietverklaring. Vordering uit hoofde van geldlening opeisbaar op grond van art. 6:38 BW. Geen misbruik…
Rechtbank Den Haag|7 maart 2017|ECLI:NL:RBDHA:2017:2773
Faillietverklaring. Vordering uit hoofde van geldlening opeisbaar op grond van art. 6:38 BW. Geen misbruik van bevoegdheid door twee maal het faillissement aan te vragen met als grondslag één en dezelfde … opeisbare vordering, nu geen betalingstermijn zou zijn overeengekomen. Als uitgangspunt geldt ingevolge artikel 6:38 BW dat indien geen betalingstermijn is overeengekomen, terstond nakoming gevorderd kan worden. Carpe heeft aangetoond
- Civiel recht overigKort gedingHet betreft een geldvordering in kort geding. Eiseres is een holdingvennootschap met twee aandeelhouders, X…
Rechtbank Rotterdam|25 mei 2010|ECLI:NL:RBROT:2010:BM9783
Aangezien partijen geen afspraken hebben gemaakt over een aflossingstermijn, geldt de hoofdregel van artikel 6:38 BW en is de vordering direct opeisbaar. De stelling van Y dat de vordering naar maatstaven … worden door [gedaagde] immers niet betwist. Daarnaast is de vordering op grond van artikel 6:38 BW direct opeisbaar, nu partijen geen afspraken hebben gemaakt over de aflossingstermijn van de schuld. Bovendien
- Civiel recht overigHoger beroepTussenarrest. Huur bedrijfsruimte. Beroep op misbruik van omstandigheden. Omvang huurachterstand. Inhoud…
Gerechtshof Amsterdam|24 januari 2017|ECLI:NL:GHAMS:2017:198
overeenkomst. Schadevordering terecht verwezen naar schadestaatprocedure. Wetsartikelen: 3:44 BW, 6:217 BW, 6:38 BW, 612 Rv. GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.182.373/01 zaaknummer rechtbank … menen, dat [naam VOF] met die uitvoering niet in verzuim kan zijn geraakt. Artikel 6:38 BW bepaalt immers dat wanneer geen tijd voor de nakoming is bepaald, terstond nakoming kan worden
- VerbintenissenrechtKort gedingKort geding. Gedaagde is de B.V. van de ex-echtgenoot van eiseres. Eiseres vordert in deze procedure dat…
Rechtbank Noord-Holland|13 november 2024|ECLI:NL:RBNHO:2024:11842
eiseres. Omdat dat niet is gelukt, is de vordering ineens opeisbaar geworden (artikel 6:38 BW). RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: C/15/356718 / KG ZA 24-528 Vonnis in kort … vordering van [eiseres] van € 175.129,50 ineens opeisbaar geworden op grond van artikel 6:38 BW. De voorzieningenrechter wijst daarom de betaling van het bedrag van € 175.129,50 toe. Rente 4.8. [eiseres
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.