8 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigAlgemene voorwaarden. Financieel recht. Consumentenrecht. Vervroegde aflossing van hypothecair krediet…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2022|ECLI:NL:PHR:2022:331
deze zaak klaagt het cassatiemiddel over de oordelen van het hof dat artikel 6:39 BW niet van toepassing is (onderdeel 1), dat het toepasselijke vergoedingsbeding niet onredelijk bezwarend is (onderdeel … beding waarin is vastgelegd dat [eiseres] altijd vervroegd mag aflossen (rov. 3.4). Artikel 6:39 BW is niet voor deze situatie geschreven (rov. 3.5). Na te zijn ingegaan op de Gedragscode Hypothecaire
- Civiel recht overigOvereenkomstenrecht. Geldlening Staat aan Postbank; mogelijkheid van vervroegde aflossing krachtens art. 5…
Parket bij de Hoge Raad|23 april 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL3274
verwerpt in rov. 4.20 het beroep van de Postbank op artikel 6:39 BW, waarin bepaald is dat, indien voor de nakoming van een verbintenis een bepaalde tijd is gesteld, dan vermoed … belang van de Staat zijn gesteld en dus het vermoeden van artikel 6:39 BW niet opgaat. In § 106 wordt bestreden dat de leningen van de Staat een zakelijk karakter hebben. Zelfs
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg exploitatieovereenkomst. Vordering verjaard (art. 3:307 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:358
rechtbank haar betoog heeft opgevat, maar wel een tijdsbepaling in de zin van artikel 6:39 BW. De bevoegdheid tot het toezenden van de factuur hebben partijen welbewust bij de Gemeente gelaten
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg exploitatieovereenkomst. Vordering verjaard (art. 3:307 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:359
rechtbank haar betoog heeft opgevat, maar wel een tijdsbepaling in de zin van artikel 6:39 BW. De bevoegdheid tot het toezenden van de factuur hebben partijen welbewust bij de Gemeente gelaten
- Civiel recht overigGeschil tussen ex-echtelieden over de terugbetaling van een door (de man als beherend vennoot in) een CV van…
Parket bij de Hoge Raad|20 januari 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU7502
betekent dat een tijd voor de nakoming is bepaald in de zin van art. 6:39 BW. 3.29 Het onderdeel bedoelt mogelijk tot uitdrukking te brengen dat in een situatie als door
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 maart 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0803
Hartkamp I, 2000, nr. 238, waar wordt verwezen naar de parlementaire geschiedenis bij art. 6:39 BW. In de MvA II Inv. wordt de in de MvA II gemaakte opmerking verduidelijkt
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 januari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4438
geen nu al bestaande verbintenissen onder een tijdsbepaling, maar naar de strekking is art. 6:39 BW op zodanige verbintenissen overeen-komstig van toepassing, nu in beide gevallen in beginsel sprake
- Personen- en familierechtRelatievermogensrecht. Informeel samenlevenden, financiële afwikkeling na beëindiging van affectieve relatie…
Parket bij de Hoge Raad|26 juni 2026|ECLI:NL:PHR:2026:654
Relatievermogensrecht. Informeel samenlevenden, financiële afwikkeling na beëindiging van affectieve relatie. Regresvordering van man op vrouw; verrekening (art. 6:131 lid 1 BW), verjaring (art. 3:307 BW).
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.