41 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepart. 7:376, 3:308 en 7:322 BW. Aanvang verjaringstermijn van verschenen pachtpenningen bij late goedkeuring…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|2 augustus 2016|ECLI:NL:GHARL:2016:6255Aangehaald in 5 uitspraken
pachtsom. Opeisbaar worden pachtpenningen conform de regels van artikel 6:38 en 6:39 BW uiterlijk op de afgesproken datum van de periodieke betaling. Op grond van de pachtovereenkomst van 1995 diende … pachtsom. Opeisbaar worden pachtpenningen conform de regels van artikel 6:38 en 6:39 BW uiterlijk op de afgesproken datum van de periodieke betaling. Op grond van de pachtovereenkomst van 1995 diende
- Civiel recht overigBodemzaakGeldlening of schenking? Tijd van nakoming bepaald? Artikel 6:39 BW.
Rechtbank Noord-Holland|23 december 2015|ECLI:NL:RBNHO:2015:11021
Geldlening of schenking? Tijd van nakoming bepaald? Artikel 6:39 BW. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Privaatrecht Sectie Kanton - locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 4204193 \ CV EXPL 15-4682 (HB) Uitspraakdatum: 23 december … lening, thans geen nakoming van de terugbetalingsverbintenis van [gedaagde] kan vorderen. In artikel 6:39 BW is immers bepaald, dat indien een tijd voor de nakoming is bepaald (in het onderhavige geval
- Civiel recht overigAlgemene voorwaarden. Financieel recht. Consumentenrecht. Vervroegde aflossing van hypothecair krediet…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2022|ECLI:NL:PHR:2022:331
deze zaak klaagt het cassatiemiddel over de oordelen van het hof dat artikel 6:39 BW niet van toepassing is (onderdeel 1), dat het toepasselijke vergoedingsbeding niet onredelijk bezwarend is (onderdeel … beding waarin is vastgelegd dat [eiseres] altijd vervroegd mag aflossen (rov. 3.4). Artikel 6:39 BW is niet voor deze situatie geschreven (rov. 3.5). Na te zijn ingegaan op de Gedragscode Hypothecaire
- Civiel recht overigOvereenkomstenrecht. Geldlening Staat aan Postbank; mogelijkheid van vervroegde aflossing krachtens art. 5…
Parket bij de Hoge Raad|23 april 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BL3274
verwerpt in rov. 4.20 het beroep van de Postbank op artikel 6:39 BW, waarin bepaald is dat, indien voor de nakoming van een verbintenis een bepaalde tijd is gesteld, dan vermoed … belang van de Staat zijn gesteld en dus het vermoeden van artikel 6:39 BW niet opgaat. In § 106 wordt bestreden dat de leningen van de Staat een zakelijk karakter hebben. Zelfs
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigPensioenpremie, werkingssfeer Verplichtstellingsbesluit en verjaring. Werkgever valt onder…
Rechtbank Noord-Holland|8 december 2021|ECLI:NL:RBNHO:2021:11361
vordering in het algemeen pas opeisbaar na ommekomst van deze termijn (artikel 6:39 BW). 4.19. In dit verband verwijzen Woltex c.s. naar artikel 3.1 lid 2 van het Uitvoeringsreglement, waaruit volgens … iedere maand moet worden betaald. Dit is een betalingstermijn zoals bedoeld in artikel 6:39 BW. 4.21. Op 4 januari 2019 heeft Bpf MITT een ambtshalve premienota aan Woltex opgelegd
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg exploitatieovereenkomst. Vordering verjaard (art. 3:307 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:358
rechtbank haar betoog heeft opgevat, maar wel een tijdsbepaling in de zin van artikel 6:39 BW. De bevoegdheid tot het toezenden van de factuur hebben partijen welbewust bij de Gemeente gelaten
- VerbintenissenrechtBodemzaakEiser stelt dat de bepalingen en voorwaarden op basis waarvan ING de rentemiddelingsvergoeding…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|1 november 2023|ECLI:NL:RBZWB:2023:7713
Lieverse. 4.3. Bij de mondelinge behandeling heeft [eiser01] nog een beroep gedaan op artikel 6:39 BW. Dat is in feite te laat, maar het beroep is ook onterecht omdat artikel 6
- Civiel recht overigBodemzaakAlgemene voorwaarden. Financieel recht. Consumentenrecht. Vervroegde aflossing van hypothecair krediet…
Rechtbank Den Haag|24 januari 2024|ECLI:NL:RBDHA:2024:379
maken op een vergoeding bij een tussentijdse aflossing van de hypothecaire lening. In artikel 6:39 BW is immers opgenomen dat als een tijd voor de nakoming is bepaald, wordt vermoed … eisers] hierin niet. Het uitgangspunt van [eisers] dat de termijn zoals genoemd in artikel 6:39 BW alleen strekt ten gunste van de schuldenaar ([eisers]), is niet juist omdat een hypothecaire geldlening
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg exploitatieovereenkomst. Vordering verjaard (art. 3:307 lid 1…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:359
rechtbank haar betoog heeft opgevat, maar wel een tijdsbepaling in de zin van artikel 6:39 BW. De bevoegdheid tot het toezenden van de factuur hebben partijen welbewust bij de Gemeente gelaten
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigGerechtshof Arnhem · Eerste aanleg - meervoudig · Belastingrecht
Gerechtshof Arnhem|18 november 2002|ECLI:NL:GHARN:2002:AF2701
niet noodzakelijk is dat de schuld door de schuldeiser opeisbaar is (artikel 6:39 BW). Dit betekent derhalve dat belanghebbende bevoegd is de door hem aan de BV verschuldigde rente
- Civiel recht overigHoger beroepVergoeding bij tussentijdse aflossing hypothecaire geldeling. Rabobank mocht conform het bepaalde in artikel…
Gerechtshof Amsterdam|15 december 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:3476
BW en artikel 81c BGfo, waarin artikel 25 Hypothekenrichtlijn is geïmplementeerd. 3.5 Artikel 6:39 BW dat [appellante] noemt ter onderbouwing van haar standpunt dat zij bevoegd is om haar schuld voortijdig
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigVordering tot betaling van online bestelde goederen is niet opeisbaar als goederen bij de voerbuurman zijn bezorgd.
Rechtbank Den Haag|16 oktober 2019|ECLI:NL:RBDHA:2019:10906
bepaald, kan de schuldeiser niet voor het verstrijken van die tijd nakoming vorderen (artikel 6:39 BW). 4.2. [gedaagde] heeft de stelling van Zalando betwist dat hij diverse artikelen bij Zalando heeft
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingAfwikkeling samenwoning. Eenvoudige gemeenschap van een woning. Overbedelingsschuld staat vast. Beslag loon…
Gerechtshof Den Haag|17 mei 2016|ECLI:NL:GHDHA:2016:1574
beginsel wel bevoegd na te komen voor het verstrijken van de termijn (art. 6:39 BW). Of een verbintenis een tijd voor nakoming kent, en wat de strekking is van een genoemde
- Civiel recht overigHoger beroepNakoming echtscheidingsconvenant mbt echtelijke woning. Bedoeling van partijen. Verjaring rechtsvordering.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|22 juni 2004|ECLI:NL:GHSHE:2004:AR2537
zich zelf genomen rechtsgeldig beding onder tijdsbepaling als bedoeld in (thans) artikel 6:39 BW. 4.2.3. De bedoeling van partijen was immers, zo is onweersproken door de vrouw gesteld
- Civiel recht overigHoger beroepVerjaring vordering tot betaling exploitatiebijdrage.
Gerechtshof Den Haag|28 januari 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:1752
rechtbank haar betoog heeft opgevat, maar wel een tijdsbepaling in de zin van artikel 6:39 BW. De bevoegdheid tot het toezenden van de factuur hebben partijen welbewust bij de Gemeente gelaten
- Civiel recht overigHoger beroepUitleg exploitatie-overeenkomst. Verjaring vordering tot betaling van exploitatiebijdrage.
Gerechtshof Den Haag|28 januari 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:97
rechtbank haar betoog heeft opgevat, maar wel een tijdsbepaling in de zin van artikel 6:39 BW. De bevoegdheid tot het toezenden van de factuur hebben partijen welbewust bij de Gemeente gelaten
- ArbeidsrechtEerste aanleg - enkelvoudigPremievordering bedrijfstakpensioenfonds. Verzet tegen dwangbevel ex artikel 21 Wet Bpf. Verjaring…
Rechtbank Rotterdam|25 maart 2021|ECLI:NL:RBROT:2021:3805
vordering in het algemeen pas opeisbaar na ommekomst van deze termijn (artikel 6:39 BW). In het onderhavige geval bepaalt het uitvoeringsreglement in artikel 6 lid 5 dat de premies binnen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVerkeerde partij gedagvaard. Toch een inhoudelijke beoordeling
Rechtbank Noord-Holland|6 mei 2020|ECLI:NL:RBNHO:2020:3788
indien geen termijn voor de nakoming is bepaald, een verbintenis terstond opeisbaar. Artikel 6:39 BW bepaalt dat indien wél een tijd voor de nakoming is bepaald, wordt vermoed dat dit belet
- Civiel recht overigHoger beroepIs voldaan aan geldleningsovereenkomst doordat de ouders van de geldgever het leenbedrag hebben betaald aan…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|16 maart 2021|ECLI:NL:GHSHE:2021:752
ligt besloten, kan de schuldeiser niet vorderen dat vóór dat tijdstip wordt nagekomen (art. 6:39 BW). In de onderhavige geldleningsovereenkomst is niet eenduidig vastgelegd wanneer de geldlening kon worden opgeëist. Enerzijds
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigbewijswaardering, verbintenis onder tijdsbepaling, ten onrechte inroepen bankgarantie, niet onrechtmatig
Rechtbank Noord-Nederland|3 april 2013|ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ6283
artikel 6:23 BW, maar van een verbintenis onder tijdsbepaling als bedoeld in artikel 6:39 BW. Met deze betalingsafspraak wordt immers niet de werking van de betalingsverbintenis afhankelijk gesteld
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.