3 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigContractenrecht; pachtrecht. Wie is de contractuele wederpartij? HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877…
Parket bij de Hoge Raad|6 september 2019|ECLI:NL:PHR:2019:979
bepaalde gronden. 3.11.2. Tot de regels met betrekking tot een pachtovereenkomst behoort artikel 7:317 BW, welke bepaling voorschrijft dat een pachtovereenkomst schriftelijk wordt aangegaan. Bij gebrek aan een schriftelijke vastlegging … maken. 3.16 Dan de klachten bedoeld onder 3.13 sub b. Inderdaad schrijft art. 7:317 BW voor dat een pachtovereenkomst schriftelijk wordt aangegaan. Achtergrond van die bepaling is bescherming van de pachter
- Civiel recht overigPachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan…
Parket bij de Hoge Raad|23 maart 2018|ECLI:NL:PHR:2018:259
Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving
- Civiel recht overigPachtbeëindigingsovereenkomst. Nietigheid vanwege sideletter? Art. 7:399c en 3:40 BW. Fosfaatrechten…
Parket bij de Hoge Raad|9 juni 2023|ECLI:NL:PHR:2023:576
inhoud van de pachtovereenkomst, waaronder de overeengekomen pachtprijs, op schrift te stellen (art. 7:317 BW) en binnen twee maanden na het aangaan van de overeenkomst aan de grondkamer ter goedkeuring
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.