3 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigProcesrecht. Voorrecht op zeeschip; strekking van de in art. 8:211, aanhef en onder b, BW in verbinding met…
Parket bij de Hoge Raad|23 januari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BG3588
8:211, aanhef en onder b, BW in verbinding met art. 8:216 BW vervatte regeling verzet zich ertegen dat de geldigheid van de aan een loonvordering van een bemanningslid ten grondslag … zijn te beschouwen, aldus de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter overweegt dat deze vorderingen ingevolge art. 8:216 BW verhaalbaar zijn op [A]. Uit de bewoordingen van art. 8:216 BW blijkt
- BelastingrechtArt. 3 Ziektewet. Art. 398 Wetboek van Koophandel. Ontbreken schriftelijke arbeidsovereenkomst schepeling…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2011|ECLI:NL:PHR:2011:BR6384
Art. 3 Ziektewet. Art. 398 Wetboek van Koophandel. Ontbreken schriftelijke arbeidsovereenkomst schepeling. Gevolgen voor verzekering Ziektewet.
- Civiel recht overigSchepelingenvoorrecht. Concordantiebeginsel. Zeevarenden vorderen schadevergoeding omdat de werkgever niet…
Parket bij de Hoge Raad|20 april 2018|ECLI:NL:PHR:2018:741
Schepelingenvoorrecht. Concordantiebeginsel. Zeevarenden vorderen schadevergoeding omdat de werkgever niet heeft voldaan aan de uit de zee-arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichting om zorg te dragen voor een (pre)pensioenvoorziening. Vallen deze vorderingen onder bereik van art. 8:211, onder b, BW? Moet de…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.