49 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOnttrekking aan het wettig gezag. Verdachte heeft zijn dochters, bij aanvang van de pleegperiode…
Rechtbank Noord-Holland|14 oktober 2019|ECLI:NL:RBNHO:2019:8401
afgespeeld. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat Nederland evenmin rechtsmacht heeft op basis van artikel 5 Sr of artikel 7 Sr, omdat niet duidelijk is of de ten laste gelegde handelingen, mede … officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat Nederland op grond van artikel 5 Sr rechtsmacht heeft. 2.3. Oordeel van de rechtbank Bij de beoordeling van het verweer stelt
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVaststelling wet wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 353.180,97 en verplichting tot…
Rechtbank Noord-Holland|17 december 2024|ECLI:NL:RBNHO:2024:14337
december 2022 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5, Sr zal vaststellen op € 375.160,97 en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd … project EURQM. Subsidiair wordt verzocht het ontnemingsbedrag te matigen tot nihil conform art 36e, lid 5, Sr, omdat op voorhand vast staat dat de huidige en redelijkerwijs te verwachten toekomstige draagkracht
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk
Rechtbank Noord-Holland|12 juli 2024|ECLI:NL:RBNHO:2024:7021
april 2024 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 Sr zal vaststellen op € 341.416,50 en dat aan [betrokkene] de verplichting zal worden opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming van wederrechtelijk verkregen voordeel € 375.000,00. Verduistering gepleegd door hem die het geld…
Rechtbank Noord-Holland|25 april 2022|ECLI:NL:RBNHO:2022:3678
maart 2022 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 Sr zal vaststellen op € 375.000,00 en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 3.500 uit cocaïnesmokkel.
Rechtbank Noord-Holland|18 oktober 2021|ECLI:NL:RBNHO:2021:12636
september 2021 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 Sr zal vaststellen op € 3.500 en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming wederrechtelijk verkregen voordeel na verduistering in dienstbetrekking.
Rechtbank Noord-Holland|25 mei 2022|ECLI:NL:RBNHO:2022:4594
april 2022 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 Sr zal vaststellen op € 164.365,- en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming na verduistering in dienstbetrekking. Samenloop ontnemingsmaatregel en schadevergoedingsmaatregel.
Rechtbank Noord-Holland|2 februari 2018|ECLI:NL:RBNHO:2018:811
december 2017 gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 Sr zal vaststellen op € 31.266,62 en dat aan [veroordeelde] de verplichting zal worden opgelegd tot betaling
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigontnemingsvonnis ivm cocaïnehandel
Rechtbank Noord-Holland|1 september 2020|ECLI:NL:RBNHO:2020:7198
juni 2019 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e lid 5 Sr zal vaststellen op € 16.640,-- en dat aan [veroordeelde] de verplichting zal worden opgelegd tot betaling
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming van wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op artikel 36e lid 2 Sr. Gronddelict betreft het…
Rechtbank Noord-Holland|16 oktober 2025|ECLI:NL:RBNHO:2025:11954
september 2025 gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e lid 5 Sr zal vaststellen op € 30.245,00 en aan de veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe veroordeelde is bij gelijktijdig gewezen vonnis van deze rechtbank voor onder meer het medeplegen van een…
Rechtbank Noord-Holland|14 februari 2024|ECLI:NL:RBNHO:2024:1409
december 2023 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 Sr zal vaststellen op € 52.945,95 en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e lid 3 Sr Ander strafbaar feit
Rechtbank Noord-Holland|12 juli 2024|ECLI:NL:RBNHO:2024:7010
april 2024 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 Sr zal vaststellen op € 341.416,50 en dat aan [veroordeelde ] de verplichting zal worden opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming, diefstal mobiele telefoons.
Rechtbank Noord-Holland|22 december 2020|ECLI:NL:RBNHO:2020:10937
december 2020 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 Sr zal vaststellen op € 5.413, - en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe veroordeelde is bij gelijktijdig gewezen vonnis van deze rechtbank voor onder meer witwassen en het…
Rechtbank Noord-Holland|14 februari 2024|ECLI:NL:RBNHO:2024:1411
december 2023 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 Sr zal vaststellen op € 7.678,98 en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Artikel 36e lid 3 van het Wetboek van Strafrecht…
Rechtbank Noord-Holland|19 december 2024|ECLI:NL:RBNHO:2024:13998
november 2024 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e lid 5 Sr zal vaststellen op € 237.823,00 en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Artikel 36e lid 3 van het Wetboek van Strafrecht…
Rechtbank Noord-Holland|19 december 2024|ECLI:NL:RBNHO:2024:13997
november 2024 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e lid 5 Sr zal vaststellen op € 237.823,00 en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOpiumwet. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat er een eerdere hennepoogst heeft…
Rechtbank Noord-Holland|25 juli 2024|ECLI:NL:RBNHO:2024:7625
juli 2024 gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e lid 5 Sr zal vaststellen op € 157.970,07 en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe veroordeelde is bij gelijktijdig gewezen vonnis van deze rechtbank voor een diefstal in vereniging met…
Rechtbank Noord-Holland|14 februari 2024|ECLI:NL:RBNHO:2024:1418
december 2023 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 Sr zal vaststellen op € 51.895,95 en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd
- StrafprocesrechtEerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerjeugdstrafzaken. Vonnis strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel…
Rechtbank Noord-Holland|14 september 2023|ECLI:NL:RBNHO:2023:10980
februari 2023 gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5, Sr zal vaststellen op € 24.503,- en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe veroordeelde is bij gelijktijdig gewezen vonnis van deze rechtbank voor onder meer het medeplegen van…
Rechtbank Noord-Holland|14 februari 2024|ECLI:NL:RBNHO:2024:1424
december 2023 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 Sr zal vaststellen op € 13.545,- en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOnderzoek Neath. Ontnemingsvordering toegewezen.
Rechtbank Noord-Holland|23 december 2022|ECLI:NL:RBNHO:2022:11456
maart 2022 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 5 Sr zal vaststellen op € 219.059,- en dat aan [veroordeelde] de verplichting zal worden opgelegd tot betaling
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.